Onzinnig vooruitlopen op Olympische Spelen in 2028

De Olympische Spelen konden in 1928 in Amsterdam worden gehouden, hoewel een confessionele meerderheid in de Tweede Kamer zich tegen elke vorm van rijkssteun had uitgesproken voor „dit heidensch evenement”. Toen bleek het nog mogelijk ook zonder de hulp van de regering dit vierjaarlijkse sporttoernooi in Nederland te organiseren. Dat is nu niet meer het geval. Zonder nationale steun op enigerlei wijze, ten minste in de vorm van rijksgaranties, komt een stad niet in aanmerking voor de grootschalig geworden Olympische Spelen.

De kans dat de Spelen honderd jaar later nog eens in Amsterdam (of in Rotterdam) worden gehouden, is er kleiner op geworden door politiek gesteggel over kosten die nog maar nauwelijks te berekenen zijn.

Een onhandige notitie die op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft gecirculeerd, leidde dinsdagavond in de Tweede Kamer tot een motie van wantrouwen tegen minister Schippers (VVD). Ingediend door de SP en de Partij voor de Dieren en verder gesteund door PvdA en GroenLinks. Een minderheid dus.

In de notitie, waaraan de hoogste ambtenaar, de secretaris-generaal, zijn goedkeuring had gehecht, stond het advies om de investeringskosten die de Spelen mogelijk zouden vergen, bijna 8 miljard, later herschat op 7 miljard, weg te laten uit een aanbiedingsbrief aan de Kamer. Het noemen van het bedrag „zal negatieve gevolgen hebben voor het politieke draagvlak”, aldus de notitie. Ambtenaren van het ministerie van Financiën hadden het bedrag juist wel willen noemen.

De minister zei de ambtelijke notitie niet te kennen. Ze had de investeringskosten om andere redenen weggelaten: ze schetsen een eenzijdig beeld als niet ook de baten worden vermeld en veel meer dan een slag in de lucht zijn ze nog niet. In een onderzoeksrapport dat ook naar de Kamer was gestuurd, waren de bedragen bovendien wel te vinden.

De ambtenaren van VWS hebben met hun zwijgplannen een averechts effect bereikt. Het politieke draagvlak is juist nu verkleind.

Maar van veel betekenis hoeft dat niet te zijn. Zowel het vorige kabinet, op voorstel van PvdA-staatssecretaris Bussemaker, als het huidige heeft zich warm voorstander getoond van de Spelen in Nederland, in 2028. Maar een besluit over de kandidatuur wordt pas in 2016 genomen. Door een volgend kabinet en een volgend parlement. Met de kennis van dan, onder de economische omstandigheden en met de financiële mogelijkheden die er dan zijn. Het is onzinnig om daar nu op vooruit te lopen.