Ontstaan gevaarlijke griep blijft ongezien

Griepvirussen ontwikkelen zich vrijwel onopgemerkt tot stammen die een wereldwijde epidemie kunnen veroorzaken. Genetische analyse die de evolutie van griepvirussen bijhoudt gebeurt nauwelijks en vaak te laat.

Dat concludeert de redactie van het wetenschappelijke tijdschrift Nature in een vandaag verschenen nieuwsartikel en commentaar.

Genanalyse van griepvirussen gebeurt hapsnap, bijvoorbeeld als er een ziekte-uitbraak onder kippen is, en vaak komen de gegevens over nieuwe mutaties pas jaren later in openbare databanken beschikbaar, concludeert de Nature-nieuwsredactie na eigen onderzoek.

De Nature-redactie zocht in openbare genetische databanken naar genvolgorden van influenzavirussen. De redactie turfde uit welke landen en uit welke diersoort welke griepstam (H5N1 bijvoorbeeld) afkomstig was. En in welk jaar het virus was geïsoleerd en gedeponeerd.

Van landen met een grote pluimvee-industrie, vindt Nature, mag je verwachten dat er controle op de virusevolutie is. Indonesië, waar al bijna tien jaar H5N1-vogelgriep heerst, huisvest 1,67 miljard kippen en eenden. De afgelopen acht jaar zijn er 719 influenzagenen uit dat land openbaar gemaakt. Dat is weinig, maar uit Brazilië, dat met 1,27 miljard dieren ook een gigantische pluimvee-industrie heeft, kwamen helemaal geen gegevens. De 21 miljard kippen en eenden die in 2010 op aarde leefden zijn maar 400 keer bemonsterd, wat ongeveer 1.000 verschillende genvolgorden opleverde. Het is op deze manier onmogelijk, concludeert Nature, om een virus dat voor mensen gevaarlijk wordt tijdig op te merken.

Aanleiding voor het project is het H5N1-vogelgriepvirus dat door virologen van het Rotterdamse Erasmus MC zo is veranderd dat zoogdieren – waarschijnlijk ook de mens – er elkaar ziek mee kunnen maken. Een handvol mutaties volstaat. Virologen, de Wereldgezondheidsorganisatie en infectieziektebestrijders vinden dit soort onderzoek belangrijk omdat het de tijdige signalering van gevaarlijk stammen in pluimvee en varkens mogelijk zou maken. Maar de infrastructuur daarvoor ontbreekt vooralsnog, vindt Nature.