Ongepubliceerde brieven Ernest Hemingway openbaar

De John F. Kennedy Presidential Library and Museum heeft gisteren de 15 brieven van Ernest Hemingway openbaar gemaakt die in november vorig jaar werden aangeschaft. Ze dateren uit de periode 1953-1960.

Nobelprijswinnaar Ernest Hemingway (1899-1961) schreef de brieven aan de twintig jaar jongere Gianfranco Ivancich, die hij in 1949 tijdens een bezoek aan Venetië in een hotel ontmoette. Beiden raakten tijdens de Wereldoorlogen gewond aan een been en het feit dat ze goed konden praten over hun oorlogservaringen schepte een band. De brieven die Hemingway in de jaren daarna aan Gianfranco schreef, werden in november 2011 door Ivancich aan de presidentiele bibliotheek verkocht.

Twaalf van de in totaal vijftien handgeschreven en getypte brieven, geschreven tussen 1953 en 1960, zijn nog nooit gepubliceerd. Hemingway schreef ze vanuit plekken die geregeld in het oeuvre van de Amerikaanse schrijver voorkomen: zijn woonplaats Cuba, maar ook Kilimanjaro (Nairobi), Parijs en Madrid.

Uit de brieven komt een opvallend sensitieve kant bovendrijven van de fanatieke sportvisser, jager en liefhebber van stierenvechten. In een van zijn brieven beschrijft Hemingway het moment dat hij zijn kat Willie dood moet schieten nadat deze door een auto is aangereden. Een groep toeristen, speciaal gekomen voor de schrijver, wordt de deur gewezen:

“I still had the rifle and I explained to them they had come at a bad time and to please understand and go away. But the rich Cadillac psycho said, ‘We have come at a most interesting time. Just in time to see the great Hemingway cry because he has to kill a cat.”

Na een bezoek van Ivancich schrijft Hemingway:

“We miss you very much and it is lonesome to have somebody around as you were and have them like a brother and have them go away. Now I have no brother and no good drinking friend nor hard-working banana grower. Everybody remembers you with so much affection and sends very best wishes.”

Hemingway en Ivancich bleven goede vrienden tot aan Hemingways zelfmoord in 1961. Ivancich was een van de weinige aanwezigen op Hemingways besloten begrafenis.

In het gros van de vijftien openbaar gemaakte brieven vraagt Hemingway veelvuldig naar Adriana, de zus van Gianfranco. Hij ontmoette haar eveneens in Venetië en zij zou uitgroeien tot Hemingways muze. Ze bezocht de Amerikaanse schrijver in 1950 op Cuba en werd, volgens de Amerikaanse schrijver, een van zijn inspiratiebronnen voor The Old Man and the Sea, de roman uit 1952 waarmee Hemingway een Pulitzer Prize won.

President John F. Kennedy was een groot fan van Hemingway en nodigde hem in 1961, vlak voor de dood van de schrijver, tevergeefs uit op het Witte Huis. De Ernest Hemingway Collectie van de John F. Kennedy Presidential Library huisvest 90 procent van de nog overgebleven manuscripten van de Amerikaanse auteur. Daarmee is het een van de belangrijkere instituten voor Hemingwayonderzoek.