Olieprijs drukt groei wereldeconomie

De paniek over economische malaise is weggeëbd uit de markten, maar de olieprijs drukt het optimisme over herstel. Moeten de oliereserves worden ingezet om de prijs te laten dalen? Ook de olieproducenten hebben baat bij een redelijke prijs en groei van de wereldeconomie.

Op het eerste gezicht is het een bizarre boodschap van Ali Al-Naimi. De Saoedische minister van Olie schrijft vandaag in zakenkrant Financial Times dat „hoge internationale olieprijzen slecht nieuws zijn. Slecht voor Europa, slecht voor de VS, slecht voor opkomende economieën en slecht voor Saoedi-Arabië.” Dat is een sombere boodschap van een minister van een land dat puissant rijk is geworden met het verkopen van dure vaten olie die nodig zijn om de moderne maatschappij draaiende te houden.

Waarom is Ali Al-Naimi zo bezorgd?

Dat heeft alles te maken met het herstel van de wereldeconomie. De Verenigde Staten en Europa hebben vier jaar economische malaise achter de rug. Eindelijk lijkt het tij te keren. Beurskoersen wereldwijd stijgen, de werkloosheid in Amerika daalt gestaag en het vertrouwen keert terug. De meeste eurolanden groeien nauwelijks, krimpen of zitten, zoals Nederland, in recessie, maar de blinde paniek die een half jaar geleden nog heerste is verdwenen.

De vrees is dat een te hoge olieprijs de positieve economische ontwikkeling de kop in drukken. „Het belangrijkste effect van hoge olieprijzen is dat de koopkracht van oliegebruikers afneemt. Consumptie en investeringen dalen”, aldus de economen van onderzoeksbureau Capital Economics in een recente analyse van de gevolgen van de gestegen olieprijzen.

Volgens Capital Economics is vooral Amerika kwetsbaar omdat consumenten hoge olieprijzen onmiddellijk voelen in hogere benzineprijzen. Het enige dempende effect is dat de gas- en kolenprijzen relatief laag zijn, waardoor consumenten niet de hoofdprijs betalen voor alle vormen van energie.

De oplopende olieprijs raakt ook de werelddelen die grotendeels gespaard zijn gebleven door de financiële crisis en nog wel stevig groeien. Hoge olieprijzen kunnen leiden tot prijsstijgingen van consumentengoederen. Als de inflatie in Azië en Latijns-Amerika te hard oploopt, kunnen de twee overgebleven groeimotoren van de wereld gaan sputteren. Dat wil niemand.

Minister Al-Naimi schrijft in zijn analyse dat hij graag een „eerlijke en gebalanceerde olieprijs” ziet. Met andere woorden, het is ook voor olieproducerende landen als Saoedi-Arabië beter om nu een lagere prijs te ontvangen per vat olie om zo op de langere termijn verzekerd te zijn van een hogere vraag naar olie als het wereldwijde economisch herstel doorzet.

De trucs en middelen die de oprijs van zwarte goud naar beneden kunnen praten worden ingezet. In zijn brief in de FT probeert Al-Naimi speculaties dat er voorraadproblemen kunnen ontstaan de kop in te drukken. „Onze voorraden in Saoedi-Arabië en wereldwijd zitten vol.” Ook de voorraad vaten die Saoudi-Arabië in de Rotterdamse haven aanhoudt zit vol, aldus Al-Naimi.

Niet alleen de grote olieproducerende landen ondernemen actie. De Franse minister voor Energie Eric Besson maakte vandaag bekend dat onderhandelingen gaande zijn met de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Japan om de strategische voorraad olie in te zetten. Het op de markt brengen van de strategische voorraden moeten werken als een ventiel. De prijsdruk moet uit de markt.

Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) was het vorige week nog niet eens met vrijgeven van de voorraden, hoewel ook die organisatie zich zorgen maakt over de hoge prijzen. Een aantal landen, waaronder Duitsland, vindt de hoge olieprijs geen reden om de reserves op de markt te brengen. Er is genoeg olie op de markt.

Vandaag komen de grote olie-afnemende landen opnieuw bijeen om verder te praten met het IEA over het inzetten van de strategische voorraden.

Inzetten van de strategische reserves mag in principe altijd, mits men boven het gestelde minimum blijft, maar vaak hangt die keuze af van beslissingen van IEA en de EU.

Elk EU-land en IEA-land is verplicht een minimumvoorraad olie aan te houden, waarbij volgens de IEA normen voor 100 dagen aan reserves moet zijn opgeslagen voor noodgevallen. Nederland heeft bijvoorbeeld ongeveer 5 miljoen ton ruwe olie in reserve. Dit wordt op verschillende locaties bewaard, vanaf dit najaar bijvoorbeeld voor een groot deel in de Rotterdamse Eemshaven. Daarnaast liggen ook in Duitsland Nederlandse reserves onder de grond.

De Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolie (COVA) beheert 90 procent van de strategische olievoorraad. COVA kan de olie via aanbestedingen binnen een maand op de markt brengen. De overige 10 procent van de olie zit in oliebedrijven met een afzet van meer dan 100.000 ton olie. Volgens de IEA- richtlijnen zijn ook die bedrijven verplicht voorraden aan te leggen, van 5 procent van de olie boven die grens.

Het nieuws dat gesprekken gaande zijn over de strategische voorraden was al genoeg om de olieprijs te laten dalen. Ook werd gisteren bekend dat de voorraad ruwe olie van de Verenigde Staten met 7,1 miljoen vaten is gestegen naar 353,39 miljoen.