Na de IRT-affaire hebben we straks een ICT-affaire

Een officier van justitie die criminele werkwijzen toestaat, heeft in een rechtsstaat niets te zoeken.

Officier van justitie Lodewijk van Zwieten is een crimineel. Dat gaf hij twee weken geleden zelf toe in de Volkskrant. Volgens van Zwieten worden in onderzoeken naar cybercrime en in de jacht op pedofielen door justitie en politie regelmatig buitenlandse computers gehackt. En dat zonder de toestemming van de betreffende regering. Daarmee plegen ze computervredebreuk in die landen. Dit is een levensgevaarlijk spel.

De Amerikaanse minister van Defensie zei onlangs dat deze handelswijze gezien kan worden als een oorlogsdaad. Hier is dus een diplomatieke crisis in de maak. Wat als de gehackte computer achteraf van een minister of parlementslid bleek te zijn? Nederland dient de soevereiniteit van andere landen te respecteren, ook als het gaat om het opsporen van pedofielen.

Het hacken van de computer van een verdachte is een opsporingsmiddel dat in veel opzichten zwaarder is dan een huiszoeking. Alle bestanden, e-mails en chatlogs kunnen zonder medeweten van de verdachte doorzocht worden. Alle communicatie via de computer kan worden afgetapt. En ook de ruimte waarin de computer staat, kan worden afgeluisterd en bekeken via de webcam.

In Nederland wordt door het KLPD onder andere de Duitse ‘Bundestrojaner’- software gebruikt, waarmee de besturing van een computer volledig over te nemen is. Enkele opties van deze software, zoals heimelijke doorzoeking, zijn in Nederland niet toegestaan. De minister heeft op Kamervragen geantwoord dat die optie niet gebruikt wordt. Als dat zo is, eet ik m’n schoen op. Ik kan niet geloven dat het KLPD wel illegaal een buitenlandse computer hackt, maar bij het onderzoek naar Nederlandse criminelen netjes de regels volgt.

Het verweer van Van Zwieten is dat „het soms niet anders kan”. Natuurlijk kan het anders. Je kunt minister Rosenthal vragen om landen onder druk te zetten. Geen enkel land wil de naam hebben een veilige haven voor pedofielen te zijn. En als dat niet lukt, kun je het onderzoek stopzetten. Gewoon omdat het je aan wettelijke mogelijkheden ontbreekt. Zoals het hoort.

De afgelopen jaren heeft justitie er een groot arsenaal aan digitale opsporingsmethoden bij gekregen die wel wettig zijn. Denk aan de bewaarplicht van locatiegegevens van mobiele telefoons en internetgegevens. De schaarse onderzoeken naar het gebruik daarvan leveren een schrikbarend beeld op. De database met telecomgegevens, het CIOT, wordt miljoenen keren per jaar geraadpleegd en heel vaak onrechtmatig.

Het beeld ontstaat van een wildwestcultuur als het gaat om opsporing van cybercrime. Daarbinnen wordt een criminele sheriff als Van Zwieten geen strobreed in de weg gelegd. Als dit zo doorgaat, hebben we binnen een paar jaar de ICT-affaire als waardige opvolger van de IRT-affaire. Ook daar ging het om agenten en officieren van justitie die bewust de wet overtraden. Er zijn ook verdacht veel overeenkomsten tussen de illegale schouwingen die toen werden uitgevoerd en het inbreken op computers nu. Hoe dan ook: een officier van justitie die criminele activiteiten ontplooit, heeft in een rechtsstaat niets te zoeken.