Huishouden in het kleinste kamertje

Zelf woont hij er al zes jaar: de 33-jarige schoenmaker Zeng Lingjun, hier spelend met zijn één jaar oude zoontje Deyi. Samen met vrouw en moeder Wang Zhixia huist het arbeidsmigrantengezinnetje in een toiletruimte die niet gebruikt wordt, een ruimte van amper twintig vierkante meter groot, dat zich bevindt in een pension. Ze huren het voor 80 euro per maand, een vierde van Zengs maandloon – terwijl hij per maand al het dubbele verdient van wat het bestuur van Shenyang vaststelde als minimumloon.

De drie zouden graag een normale woning betrekken, maar extra geld verdienen is moeilijk, zeker omdat Zeng geld overmaakt aan zijn bejaarde ouders op het platteland en weldra Deyi naar school zal gaan.

Toch zijn ze niet ontevreden, zeggen ze. Na Zengs home make-over is de wc een waar thuis geworden. Er liggen planken over de aanwezige hurktoiletten, deze dienen als bed. Tussen twee urinoirs op een tafeltje staan een kleine televisie en een computer. Aan de muur hangt een papieren Chinese letter ‘xi’, wat geluk betekent. Vlak boven deze ruimte is nog een toilet, waardoor het op warme dagen in Zengs huis flink kan stinken. Als noodoplossing trekt hij geregeld zijn wc’s door. Vanwege de doorgaans vochtige atmosfeer heeft Deyi wel constant last van eczeem.

China telt naar schatting 240 miljoen arbeiders die leven onder vergelijkbare omstandigheden.