'Hij is een aso, maar een leuke'

Hij is een ‘knuffelallochtoon’. Zijn broer gaat door voor ‘probleemallochtoon’. Wat is erger? En met wie gaat het beter, vraagt theatermaker Sadettin Kirmiziyüz zich af in What’s happenin’ brother?

Troubleman Whats happenin brother? Cement Festival 2012

Op het Mercatorplein in Amsterdam zit een dikke blanke man met een rollator op een bankje, voor de gele gevel van Chin. Ind. Restaurant Jade Garden. Een groepje Marokkaanse mannen staat te praten voor Tabaksspeciaalzaak Arie Weber. Tegenover de Dirk van den Broek zitten yuppen met grote zonnebrillen op het terras van café Zürich.

Midden op dit plein staat sinds maandag een nieuw bouwwerk. Vier donkerblauwe containers tegen elkaar, de voorzijde vrolijk beschilderd in geel en oranje, daartussen de contouren van een hennepblad. Het lijkt een geïmproviseerde coffeeshop, maar het is een theatertje.

Hier speelt de Turks-Nederlandse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz vanaf vandaag de voorstelling What’s happenin’ brother? over twee Turkse broers, geboren in Zutphen. Over één broer die het tegenzat, en de ander die het makkelijk had. Over een broer die theatermaker werd, en de ander coffeeshophouder. Over zichzelf, kortom, en zijn grote broer Süleyman. Sadettin speelt in de voorstelling die broer, een „typische toffe Turk”, zoals hij zegt: „Grote vent, honderd kilo, luide stem. Een goeie gast, maar ook eentje die je liever ’s avonds niet tegenkomt. Hij heeft echt schijt aan dingen. Het is een aso, maar wel een leuke aso.”

De voorstelling gaat over de verschillen tussen de twee broers. Over hoe het voor de vijf jaar jongere Sadettin misschien net iets makkelijker was om in Nederland op te groeien. Maar ook over het onderscheid tussen ‘knuffelallochtoon’ en ‘probleemallochtoon’, en de vraag of knuffelallochtoon zijn niet net zo erg is. Kirmiziyüz: „Ik krijg geld van de overheid om voorstellingen te maken over mijn achtergrond. Mijn broer verdient drie keer zoveel als ik. Hij is getrouwd, heeft twee leuke kinderen, een vrijstaand huis en een dure auto. Met wie gaat het dan beter?”

Als de broers elkaar spreken, is het eerste wat Süleyman hem vraagt: ‘Heb je geld nodig?’

Voor het stuk, dat Kirmiziyüz schreef met Joeri Vos, dook de theatermaker in hun gedeelde verleden. „Ik keek tegen hem op. Hij was de grote broer die mij hutten leerde bouwen en pijltjes leerde schieten. Hij legde mij uit hoe je meisjes moet kussen. Hij was heel beschermend, en kon enorm streng zijn. Ik was banger dat hij me met roken zou betrappen dan dat mijn ouders het zouden zien.”

Kirmiziyüz, die eerder voorstellingen maakte over zijn moeder en zijn vader, probeerde ter voorbereiding zoveel mogelijk bij zijn broer in de auto te zitten, wanneer die pendelde tussen de vier coffeeshops in het oosten van het land waar hij de baas van is. Dan praatten ze over vroeger, en de kansen die ze hebben gehad. „Toen hij klein was, was de verwachting nog dat Turkse gastarbeiders terug naar Turkije zouden gaan. Hij kreeg nog verplicht Turkse les op school. In mijn tijd werd dat afgeschaft. Bij zijn kinderen hoor je aan hun Turks hun Nederlandse accent. Voor hen is hier leven alweer veel vanzelfsprekender.”

Süleyman en hij zijn allebei gediscrimineerd, zegt Kirmiziyüz. „Maar hij negatief, en ik positief. Bij hem was het: ‘Kijk, er ontbreekt geld in de kas.’ Bij mij: ‘Goh, Sadettin, wat praat jij netjes Nederlands, misschien moet je bij het schooltoneel.” Van de weeromstuit is zijn broer zich misschien wel meer tegen Nederland blijven verzetten, en ‘Turkser’ gebleven, speculeert Kirmiziyüz. „In Turkije is hij in zijn element. Hij heeft daar een huis, nodigt gasten uit, trakteert. Hij is gul, hartelijk. Daar is hij de man. Ik sluit niet uit dat hij ooit naar Turkije verhuist.”

Naast de verschillen zocht Kirmiziyüz naar overeenkomsten. „We delen een fascinatie voor de underdog; diegene van wie je weet dat-ie geen kans maakt, maar die het toch probeert. Dat komt door onze achtergrond.” Samen zagen ze hun lievelingsfilms van vroeger, Rocky I en II, weer terug. „Rocky is een jongen uit een minder goed milieu, die de kans krijgt om iets groots te doen, heel hard moet werken en slaagt. Voor mijn gevoel zijn mijn broer en ik samen die jongen: hij heeft moeten knokken, en ik heb het ‘gehaald’.” Dat was een belangrijk inzicht van zijn research, zegt Kirmiziyüz. „Van de tweede generatie Turken in Nederland hebben de ouderen voor de jongeren de kastanjes uit het vuur gehaald.” Daarover is zijn broer overigens minder dramatisch, zegt hij. „Hij zegt: we hebben evenveel kansen gehad. Ik ben gewoon dommer geweest dan jij.”

Het Mercatorplein koos Kirmiziyüz uit omdat het lijkt op de buurt waar hij en zijn broer opgroeiden. En omdat types als zijn broer er wonen, en types zoals hij. Hij heeft niet per se als doel buurtbewoners naar het theater te krijgen, maar ze zijn zeer welkom. „Ze hebben allemaal een brief in de bus gehad, en buurtbewoners krijgen korting.”

What’s happenin’ brother? van Troubleman. Première vanavond. Tournee t/m 25/4, troubleman.nl