Het Westland moet het hebben van zijn eigen arbeidsmoraal

Tuinders in het Westland kunnen moeilijk aan personeel komen. De politiek vindt dat ze bijstanders in dienst moeten nemen, maar de tuinders hebben liever uitzendkrachten.

In de kas van het echtpaar José en Arno van der Maarel waan je je op een zonnige dag gemakkelijk in de hemel. Vlak onder het glazen dak valt het zonlicht op een zee aan orchideeën. De aanblik doet je hart doet opspringen.

Op 3,5 meter hoogte staan zo’n 25.000 bloemen – gesorteerd op kleur – op dunne stalen loopbanden, klaar om vervoerd te worden naar afnemers in binnen- en buitenland. Oppervlakte: 6.000 vierkante meter. Binnen twee dagen zijn alle 25.000 bloemen afgevoerd en vervangen door nieuwe.

De bloemen zijn wit of roze, paars of geel, en veelkleurig. Op de vloer ver onder de orchideeën zetten werknemers van voornamelijk Poolse afkomst ingepakte bloemen op hoge trolleys. Sommige exemplaren pakken ze extra mooi in, met strik bijvoorbeeld.

Marketing, het verleiden van de consument, is tegenwoordig een speerpunt voor tuinders als de Van der Maarels. Zij doet de financiën, hij heeft de dagelijkse leiding. Beiden zijn voor de helft eigenaar van het bedrijf. Elders op de begane grond stoppen werknemers stekjes in potjes, iets verderop binden vrouwen de orchideeën op.

Onder het dak beweegt af en toe een rij bloemen, omdat er nieuwe, verkooprijpe exemplaren volautomatisch uit de negen hectare aan bloeikassen worden aangeleverd. In dat warme deel is het 28 graden. Daar komen nauwelijks mensen. Alleen de teeltman loopt er nog binnen.

Camera’s in de bloeikas beoordelen of de bloemen volgroeid zijn. Al met al vertoeven de orchideeën een jaar bij de Van der Maarels. Als ze als stekjes binnenkomen, hebben ze er bij een andere kweker ook al een jaar opzitten.

Overal waar je kijkt, zie je orchideeën rondrijden, of je nou beneden staat of op de rastertrappen naar boven bent geklommen. Ze worden vervoerd van de warme kassen naar de inpakkas, of van onder het dak naar de vrouwen beneden.

Kweker Van der Maarel Orchids was de afgelopen maanden de parel waar de gemeente Westland mee pronkte in een publiciteitscampagne over werken in het Westland, die gerust een media-offensief genoemd mag worden.

Het bedrijf is groot (Van der Maarel wil niet zeggen hoeveel hij omzet), innovatief, modern, en de arbeidsomstandigheden zijn niet slecht – al zullen de arbeidstijden van half zeven tot half vijf en het feit dat productiewerknemers de hele dag moeten staan, niet iedereen aanspreken.

Van der Maarel Orchids heeft ook banen op hbo-niveau. Van de honderd werknemers zit de helft in de productie. Dat zijn voornamelijk uitzendkrachten. De rest werkt in verkoop, marketing, administratie en vooral de automatisering.

Het doel van de gemeente is om de tuinbouw van zijn slechte imago af te helpen. Boodschap: het werk in de kassen is mooi. Bukken hoeft niet meer, en je kunt er wel degelijk carrière maken. De tuinders kampen al decennia met een tekort aan personeel. Ze halen steeds meer mensen uit Oost-Europa, maar ze hebben liever gemotiveerde Nederlanders.

Dus reden de afgelopen weken zeventien bussen met zo’n 700 werklozen uit Rotterdam en Den Haag naar het Westland. Staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken, VVD) reed mee. En ook de wethouders Henk Kool (PvdA) en Marco Florijn (PvdA) van Den Haag en Rotterdam zijn frequente bezoekers van het kassengebied, op zoek naar banen voor bijstandsgerechtigden.

Alle aandacht voor het werk in de kassen verhult dat de tuinders het buitengewoon zwaar hebben, al jaren. 2009 was een rampjaar, de meeste tuinders draaiden forse verliezen door het instorten van de wereldhandel na de financiële crisis. Vooral de telers van groenten kregen klap na klap. Niet eerder daalden de prijzen zo hard.

In 2010 krabbelden de meeste tuinders weer op, maar 2011 was opnieuw rampzalig. Door de eurocrisis en de zorgen over de EHEC-bacterie, die zich ook op Nederlandse groenten zou hebben genesteld, stokte de export opnieuw.

Paprika-telers verkopen hun waar al drie jaar onder de kostprijs. Tom Baak van Power Trader (135.000 vierkante meter aan kassen in Nederland en Engeland) is er zo een. Baak: „Dit kan niet doorgaan. Bij iedereen staat het water aan de lippen. Als tuinder ben je eraan gewend dat het een paar jaar minder gaat. Er volgt vanzelf een jaar dat zo goed is dat je er weer drie jaar op kan teren. Maar nu duren de magere jaren wel erg lang.” Baak heeft behalve last van de crisis ook geduchte concurrentie uit Spanje en Marokko.

Arno van der Maarel zegt dat zijn orchideeën redelijk de dans ontspringen: de prijzen zijn niet zo hard gedaald als die van groenten. Maar ook hij had een zwaar jaar.

Dure arbeid en hoge energiekosten, daar kampen de tuinders vooral mee. Dus is het productieproces razendsnel geautomatiseerd en proberen ze energiezuinig te werken. Energie die over is, slaan ze onder de grond op als warm water. Daarmee kunnen ze later hun kassen verwarmen.

De wethouders hoeven geen hoge verwachtingen te koesteren over het aantal bijstandsgerechtigden dat hier een plek zal vinden. Er zijn vacatures, zeker ook voor mensen met een opleiding, maar wie niet productief genoeg is, is moeilijk te handhaven in bedrijven die verlies lijden.

Desiree van Yperen van Werkplein Westland koestert de hoop dat iedere tuinder een paar mensen uit de bijstand of de sociale werkplaats in dienst wil nemen. „Er zijn bijna 900 tuinders in het Westland, dan kun je veel mensen plaatsen.”

Tomatenkwekerij Lans in Maasdijk (52 hectare aan kassen in het Westland en in Zeeland, omzet 30 miljoen euro) is zo’n tuinder. De familie Van der Lans heeft twee mensen uit de sociale werkplaats in dienst. Het bevalt goed. Maar voor tomaten zijn de prijzen nog harder gedaald dan voor paprika's: met 40 procent. Er is veel concurrentie uit Spanje en de Canarische eilanden.

Tuinders werken het liefst met uitzendkrachten, mensen aannemen is riskant. Zo werkt Baak met een Turks loonbedrijf dat met eigen personeel het oogsten van hem overneemt. Verder werkt hij louter met Poolse uitzendkrachten.

Mensen uit bijstandsprojecten neemt Baak niet meer aan. „Iedereen die tot zijn achttiende op straat heeft rondgehangen of met computerspelletjes is bezig geweest, die gaat het niet redden in de kassen. Hier leren kinderen van jaar of acht spelenderwijs werken. Voor een zakcentje. Zo leren ze ook met pijn in de rug door te gaan.”

Die arbeidsmoraal is wat Rob Baan, medeoprichter van kookzender 24Kitchen, verleidde er zijn bedrijf Koppert Cress te vestigen. Baan maakt ontelbare varianten op de tuinkers en eetbare bloemen. Die hij levert aan topkoks als Sergio Herman van sterrenrestaurant Oud Sluis.

De grond in het Westland is duur. Een kas neerzetten in West-Friesland was voor Baan veel goedkoper geweest. „Maar hier snapt iedereen dat tuinbouw leuk is. Dat moet je in de rest van Nederland uitleggen. De arbeidsmoraal is geweldig. De Westlandse dames in mijn kas werken naar eigen zeggen halve dagen, van half zeven tot drie. Halve dagen! Elk boutje, schroefje, moertje in de kassen is Westlands. Alles wordt in de regio bedacht, ook de automatisering.”

Dit is het jaar van de waarheid voor de tuinders, zegt Baan. „Er gaan klappen vallen.” Wethouder Marga de Goeij (CDA) maakt zich zorgen. De afgelopen tien jaar heeft al een enorme sanering plaatsgevonden: bedrijven én kassen worden steeds groter. Maar toen overleefden de sterke bedrijven, nu is dat niet per se zo.

Westlanders staan liever niet lang stil bij de crisis. Hun houding en arbeidsmoraal doen Amerikaans aan. Maar Westlanders vatten die vergelijking op als een belediging.

Baan: „Ik ken Amerika, want ik heb daar zelf een bedrijf. In Amerika laten ze de Mexicanen zweten, hier werkt iedereen mee. Als er veel orders zijn, dan staat ook de verkoopmanager doosjes vol te pakken. Je hoeft hier echt niet de directeur te gaan uithangen en je personeel met de handen in de zakken te vertellen hoe het moet.”

De tuinders moeten zichzelf beter verkopen, vindt Baan, die ter promotie van de groenten ‘24Kitchen’ oprichtte. Baan: „Be good and tell it. Nederlanders kennen het Westland niet, terwijl buitenlanders hier altijd met open mond rondlopen.” Met die zelfpromotie is de gemeente Westland in elk geval voortvarend bezig.

Marike Stellinga