Filmscript op 37 punten plagiaat

De rechter oordeelde gisteren dat filmmaker Steven de Jong twee boeken van Patrick van Rhijn plagieerde in een film die hij aan het maken was.

Steven de Jong moet stoppen met zijn film Janey, kind van de rekening. De rechtbank in Leeuwarden oordeelde gisteren dat het filmscript van De Jong op 37 punten overeenkwam met twee boeken van schrijver Patrick van Rhijn: Weg van Lila en Vaderstad.

De boeken van Van Rhijn gaan over een vader die de voogdij over zijn dochtertje verliest na een uitspraak van de rechter. Hij mag haar niet meer zien. Dat verhaal is grotendeels autobiografisch. „Ik had mijn vertrouwen in de rechtsgang wel een beetje verloren”, zegt Van Rhijn. „Ik heb duizend pagina’s doorgeploegd om aan te tonen dat De Jong plagiaat had gepleegd. Ik ben ontzettend opgelucht dat dit nu achter de rug is.”

Filmmaker De Jong zegt dat hij „verbijsterd, kwaad en verdrietig” is. „Ik vind het onbegrijpelijk dat een rechter tot deze uitspraak kan komen zonder dat de film gemaakt is.” De Jong stelt dat hij het filmscript heeft gebaseerd op zijn eigen echtscheidingsverhaal. Hij zegt: „De 37 punten waarop de film overeen zou komen gaan allemaal over algemene dingen, over de processen waarin iedereen terechtkomt als hij of zij in scheiding ligt. Van Rhijn wist niet één zin uit de dialogen te noemen die overeenkomt.”

Maar volgens Van Rhijn waren er in het filmscript tal van overeenkomsten met zijn boeken en de rechter gaf hem daarin gelijk. Hij noemt een paar voorbeelden. „In mijn boek Weg van Lila rent een advocate de rechtszaal uit. Later blijkt dat ze zwanger is. Dat komt ook voor in het filmscript. Verder krijgt de hoofdpersoon in mijn boek een relatie met zangeres Do. In het filmscript krijgt de hoofdpersoon eveneens een relatie met een bekende Nederlandse zangeres. En zo kan ik nog wel even doorgaan.”

Steven de Jong benaderde Patrick van Rhijn in 2010 met het plan om diens boek Weg van Lila te verfilmen. Het ging niet door, omdat de filmmaker de schrijver te weinig geld bood. Van Rhijn: „Hij bood me 1 euro voor de optie om het boek te mogen verfilmen en 3.000 euro mocht de verfilming doorgaan. Dan zou ik verder moeten afzien van alle rechten, ook als de film een hit zou worden.”

Enige tijd later werd de schrijver door zijn uitgever gewezen op een manuscript dat de filmmaker had opgestuurd. Van Rhijn: „De Jong wilde het filmscript als boek laten uitbrengen. Ongelooflijk brutaal. Mijn uitgeverij liet mij het stuk lezen en ik viel haast om van verbazing.”

De schrijver had inmiddels zelf een andere filmmaatschappij, NL Film, gevonden die zijn boek als film wilde uitbrengen. Maar toen duidelijk werd dat De Jong een soortgelijk verhaal wilde verfilmen, zette NL Film het project stil. „Ik hoop dat mijn boek alsnog door NL Film zal worden verfilmd”, zegt Van Rhijn. „Als dat niet doorgaat, zal ik de financiële schade misschien proberen te verhalen op De Jong.”

Volgens de veroordeelde filmmaker gaat het de schrijver maar om één ding: geld. „De andere partij heeft de dag voor de uitspraak proberen te schikken voor 50.000 euro.”

De Jong zegt dat hij, nadat hij een paar projecten heeft afgemaakt, zijn bedrijf te koop zal zetten. „Wat ik daarna ga doen weet ik nog niet, maar in ieder geval wil ik niets meer in Nederland beginnen. Ik voel me genaaid. Er is geen loyaliteit.”