'Europeanen kopen geen auto's meer'

Opel bestaat 150 jaar, maar door de slechte cijfers is er weinig reden voor een feestje. Eigenaar General Motors eist harde maatregelen.

Geen ballonnen, slingers en confetti. Dit jaar bestaat het Duitse automerk Opel 150 jaar, maar er is weinig reden voor een feestje, en al helemaal geen geld.

De Amerikaanse Opel-eigenaar General Motors wil dat het Opel eindelijk eens winstgevend wordt en eist harde maatregelen. Werknemers en toeleveranciers vrezen dat de Opel-fabriek in het Duitse Bochum en de Vauxhall-fabriek in het Engelse Ellesmere Port – de laatste fabriek van Opel in het Verenigd Koninkrijk – dicht zullen gaan.

Al jaren verkeert het Duitse automerk in de problemen. En dus past het eigenlijk niet meer zo goed bij eigenaar General Motors. De Amerikaanse autofabrikant ging in 2009 failliet, maar maakte met behulp van een miljardeninjectie van de Amerikaanse overheid een doorstart.

Verlost van miljarden schuld, een handjevol fabrieken en tienduizenden werknemers vond het bedrijf zichzelf opnieuw uit. Dat lukte wonderwel. In 2011 verkocht GM wereldwijd de meeste auto’s, waarmee het concern zijn rivalen Volkswagen en Toyota versloeg. Ter vergelijking: in 2007 werd het bedrijf nog ingehaald door Toyota als grootse autofabrikant ter wereld. De winst over 2011 kwam uit op 7,6 miljard dollar (5,7 miljard euro).

Maar de activiteiten van GM in Europa hebben geen enkele bijdrage geleverd aan deze winstcijfers. GM Europe, waarvan Opel de grootste activiteit is, leed vorig jaar een verlies van 700 miljoen dollar. Pijnlijk, maar GM benadrukte dat het al iets beter was dan het verlies van bijna 2 miljard dollar een jaar eerder.

De afgelopen jaren heeft GM al wel maatregelen genomen om de activiteiten in Europa op orde te krijgen. Het Zweedse merk Saab – dat jaar na jaar verlies leed – werd verkocht, de Opel-fabriek in het Belgische Antwerpen ging dicht en duizenden banen werden geschrapt.

Dat is nog niet genoeg. GM wil dat Opel zo snel mogelijk maatregelen treft om de omzet te verhogen, de kosten te drukken en winstgevend te worden. De raad van commissarissen van Opel kwam gisteren bijeen op het hoofdkantoor in Rüsselsheim. Maar volgens verschillende buitenlandse media leidde die bijeenkomst nog niet tot concrete maatregelen.

De top van Opel zit in een lastige positie. Na de afgelopen saneringsmaatregelen is er onder meer met de vakbonden afgesproken dat er tot en met 2014 geen fabrieken dicht zullen gaan. De vraag is welke andere maatregelen er nog genomen kunnen worden om de rode cijfers van kleur te doen veranderen.

GM-topman Dan Akerson schatte recent in interviews dat er in Europa 7 tot 10 autofabrieken te veel zijn. Terugdringing van de overcapaciteit is volgens hem de enige manier om wat aan de verliezen te doen. Want meer auto’s in Europa verkopen, dat gaat volgens hem niet lukken. „De mensen zijn gestopt met het kopen van auto’s.” Ook zei hij dat GM de laatste twaalf jaar in Europa alleen maar verlies heeft geleden.

Behalve de werknemers van Opel maken ook de toeleveranciers van de autofabrikant zich grote zorgen. In de Opel-fabriek in Bochum werken rond de 3.100 mensen, maar de fabriek zorgt volgens de lokale Kamer van Koophandel in de regio nog eens voor zo’n 20.000 extra arbeidsplaatsen. Het licht kan wel uit in Bochum als Opel sluit, is de vrees.

In de fabriek in het Engelse Ellesmore Port werken op dit moment ongeveer 2.800 mensen. Vauxhall – de naam waaronder Opel in het Verenigd Koninkrijk auto’s verkoopt – is daar nu nog een van de grootste drie werkgevers.