Een jongen en een zee-egel

Vandaag las ik dat een snelle behandeling na een recente hiv-besmetting voordeel oplevert: patiënten die kort na hun besmetting beginnen met een kuur van zes maanden, hoeven gemiddeld pas twee jaar later te beginnen met een leven lang pillen slikken. De kans is klein. Toch is met de prik van de naald de twijfel geboren

Vandaag las ik dat een snelle behandeling na een recente hiv-besmetting voordeel oplevert: patiënten die kort na hun besmetting beginnen met een kuur van zes maanden, hoeven gemiddeld pas twee jaar later te beginnen met een leven lang pillen slikken.

De kans is klein.

Toch is met de prik van de naald de twijfel geboren

Het nieuws deed me denken aan de PEP-kuur: een kuur die, als er binnen 72 uur na een mogelijke hiv-besmetting mee wordt gestart, de besmetting teniet kan doen. Ik weet dat deze kuur bestaat door een verhaal dat ik een tijd geleden hoorde. Twee Nederlandse vriendinnen gingen een half jaar lang co-schappen lopen in Dar es Salaam, de grootste stad van Tanzania. Dar es Salaam is een zakenstad; in het centrum staan anonieme kantoorpanden, het chaotische verkeer wordt geregeerd door gammele taxi’s en busjes die grote wolken uitlaatgassen uitstoten, op straat lopen vrouwen in jarentachtigmantelpakjes en mannen in pak. De paar toeristen die je ziet, wachten op de boot naar Zanzibar of op het vliegtuig naar Arusha. Toch bezit Dar es Salaam een paar mooie plekken – soms naast een afvalhoop of een luidruchtig café waar de geur van gebraden geitenpoten walmt, maar desalniettemin mooi. Het strand van het schiereiland bij Dar es Salaam is zo’n plek – wit zand, een paar hippieresorts, wat zwerfhonden die het aangespoelde wier besnuffelen. De twee meisjes brengen hun eerste twee dagen in Tanzania door op dat strand. Op die tweede dag besluiten ze te gaan zwemmen. Hoewel de bodem voornamelijk uit fijn zand bestaat, liggen er ook een paar scherpe rotsen voor de kust. Terwijl ze voorzichtig wadend de zee in gaan, stuiten ze op zo’n rotsformatie. En dat niet alleen: ze stappen in een zee-egel.

Onhandig hinkend helpen ze elkaar het water uit. Eenmaal op het strand zien ze ook een Tanzaniaanse jongen op één voet hinken – ook hij is in een zee-egel gestapt. Hij wenkt hen, hij kent een dokter. De dokter blijkt een man van een resort met een naald en een papaya – volgens hem hoef je enkel de papaya tegen het plekje aan te drukken om alle schadelijke stoffen van de zee-egel te laten verdwijnen. De man werkt eerst de stekel bij het ene meisje eruit, vervolgens bij de jongen, en meteen daarna bij het andere meisje. Pas als de Tanzaniaanse jongen en de dokter weg zijn, realiseren de meisjes zich: alles gebeurde met dezelfde naald.

De kansen zijn zo klein: er heeft geen druppel bloed gevloeid en er zomaar van uitgaan dat een willekeurige Tanzaniaanse jongen een ziekte heeft, voelt verschrikkelijk. Toch is met de prik van de naald de twijfel geboren. Zo’n zeven procent van de bevolking is besmet met hiv. De kans is zo klein. Maar toch.

Je kan pas zes maanden na besmetting testen op hiv. Samen proberen ze nog de jongen op te sporen – tevergeefs. Op haar tweede dag in Tanzania begint ze met de uit voorzorg meegenomen PEP-kuur. Zes maanden later weet ze pas zeker dat er niets aan de hand is.