Een goed doel

Terwijl in Nederland overal de strijd oplaaide over het nut van ontwikkelingssamenwerking, ontving ik een brief van een goede bekende die ik elk jaar tegenkom op een verjaardagsfeestje. „Op vrijdag 18 mei ga ik een ultieme sportieve uitdaging aan”, schreef hij mij. „Ik ga hardlopend de Mont Ventoux op lopen, hoewel hard? Met een stijgingspercentage van maximaal 10 en gemiddeld 7 procent zal van echt hard lopen geen sprake zijn.”

Dat leek me ook, maar waarom moest ik dit weten? Dat bleek uit zijn volgende zinnen: „Maar ik doe dit niet voor niks! We willen met een aantal mensen geld ophalen voor een goed doel. […] Hoewel ik alle steun erg op prijs stel is het uiteraard geheel vrijblijvend. Ik mail je ongevraagd iets, vind je het niks even goede vrienden.”

Helemaal mee eens, of…of…zou het toch niet zo eenvoudig zijn?

Ik ging maar eens naar de aanbevolen website. Het goede doel bleek in Malawi te liggen, „een van de armste landen van de wereld”. De kindersterfte ligt er veel te hoog. In het zuiden van Malawi is in 2007 een medisch centrum gebouwd door SOS Kinderdorpen voor 2.000 kinderen per jaar. Het zijn kinderen met een handicap die dankzij de donaties een therapeut en allerlei hulpmaterialen krijgen toegewezen.

Mijn kennis was bereid daarvoor tegen die vreselijke Mont Ventoux op te hollen. „Iedereen helpt mee”, schreef hij me, „van jong tot oud. Wie niet sport, draagt water of staat langs de route om ons aan te moedigen. Deze zware tour doen we samen!”

Ik merkte dat ik moeite had zijn enthousiasme te delen. Ik kende dit soort acties en vroeg me altijd af waarom sponsors pas bereid waren geld te geven als anderen in ruil daarvoor een hartverlamming wilden riskeren op de Mont Ventoux. Het zou het slachtoffer een mooie regel in de rouwadvertentie opleveren („Hij stierf voor het goede doel”), maar verder schoot hij er niet veel mee op.

Zou ik mijn kennis niet een bedrag kunnen overmaken met de dringende aanbeveling: „Blijf zelf lekker thuis bij vrouw en kinderen?”

Andere, minstens zo belangrijke vraag: kwam dat geld wel te bestemder plekke? Ik refereer aan de onvermijdelijke strijkstokdiscussie die de ontwikkelingssamenwerking tegenwoordig aankleeft. Steeds meer deskundigen hoor je zeggen dat de hulp zo weinig doelmatig is.

Ik zocht wat gegevens op over SOS Kinderdorpen. Het is zo’n internationale niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisatie, waarvan de directeuren soms vorstelijke salarissen verdienen, zo bleek uit een onderzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken in 2010. Die van SOS Kinderdorpen viel met zijn 105.400 euro overigens nog wel binnen de norm van 121.000 van BZ.

Terwijl ik aan het speuren was, voelde ik langzaam maar zeker mijn broek afzakken – een onaangenaam gevoel, tenzij je ervoor in de stemming bent. Wat was ik nou aan het doen? Loeren naar iemands salaris, terwijl in Malawi de kinderen lagen te verrekken? Laat zo’n directeur dan wat te veel verdienen, er zal van al die donaties toch wel iets doorsijpelen naar de kinderen?

Ik las de brief van die kennis nog eens door. Hij was geen echte sportman en ik zag hem al zuchten en zweten tegen die gruwelijke berg op. Het bloed stond in zijn schoenen, maar hij zette moedig door. Hij wel. „Je kunt mij sponsoren op een manier die bij je past”, had hij geschreven.

Ik zal mijn best doen, als ik maar niet zelf die berg op hoef.