De wetenschap moet kritisch zijn over betaald publiceren

Onderzoeksfinanciers zijn zeer enthousiast over het op internet publiceren van wetenschappelijk werk. Ze zien de nadelige gevolgen voor de kwaliteit over het hoofd, stelt Jacintha Ellers.

In de oplaaiende discussie rond open access en de torenhoge abonnementsprijzen voor tijdschriften van wetenschappelijke uitgevers als Elsevier ligt de nadruk op de toegankelijkheid van informatie en de prijs. Protesterende wetenschappers klagen dat vrije uitwisseling van onderzoeksresultaten wordt gehinderd doordat alleen de meest draagkrachtige universiteiten zich de prijzige abonnementen van tijdschriften kunnen veroorloven. Zonder abonnement kost het inzien van een enkele publicatie al snel tientallen euro’s. De uitgevers behalen rendementen van 30 tot 40 procent. Dit is een kwalijke zaak voor onderzoek dat voor een groot deel is gefinancierd met gemeenschapsgelden.

De laatste jaren is er een opmars van open access-tijdschriften, die zonder beperkingen de wetenschappelijke publicaties beschikbaar maken op internet. De kosten voor deze publicaties worden niet verhaald op de gebruiker, maar op degene die de publicatie op zijn naam heeft staan. In het pay-to-publish-model ontvangt de uitgever tussen de 1.200 en 3.000 euro van de publicerende wetenschapper. Hierna is de publicatie voor iedereen vrij toegankelijk. In Nederland zijn onderzoeksfinanciers als NWO en KNAW fervent voorstander van dit model.

Verliezen we, verblind door het economisch perspectief, niet een belangrijke waarde van wetenschappelijke uitgaven uit het oog – de kwaliteit van het gepubliceerde? Het traditionele systeem van abonnementen leidt ertoe dat de inkomsten onafhankelijk zijn van de redactionele beslissing om een manuscript te accepteren. Redacties van tijdschriften worden zelfs door de uitgevers gestimuleerd om selectief te zijn bij acceptatie. Alleen zo kan de wetenschappelijke reputatie van een tijdschrift stijgen en kunnen de abonnementsgelden omhoog.

Het tegenovergestelde geldt voor het open access-model. Alleen als het onderzoek wordt gepubliceerd, ontvangt de uitgever inkomsten. Dit leidt tot perverse financiële prikkels voor uitgevers om het niet zo nauw te nemen met de selectiecriteria. Open access-bladen publiceren vaak het grootste deel van de aangeboden manuscripten, ook als referenten vinden dat de wetenschappelijke waarde ver te zoeken is.

Het economische succes van het pay-to-publish-businessmodel veroorzaakt een ongekende schaalvergroting in de tijdschriftenwereld. In 2011 kwamen er per dag vier nieuwe open access-tijdschriften bij. Zelfs de fameuze Public Library of Science (PLoS) heeft openlijk toegegeven het megajournal PloS ONE in de markt te hebben gezet om financieel te overleven. PLoS ONE publiceerde in 2011 een duizelingwekkende 14.000 artikelen, elk tegen een publicatiebedrag van 1.300 euro. Een goed traditioneel tijdschrift publiceert zo’n driehonderd artikelen per jaar.

Aangenomen dat de wereldwijde kwaliteit van de wetenschap min of meer constant is, kunnen deze enorme aantallen publicaties alleen worden gerealiseerd door een versoepeling van de publicatienormen, ingegeven door financieel gewin. Ook deze nieuwe megawinsten worden gefinancierd met gemeenschapsgelden. NWO en KNAW hebben immers speciale fondsen opgezet om open access-publicaties te financieren, zonder enige kwaliteitsrestrictie. Hiermee belandt de academische wereld van de regen in de drup. Het belastinggeld verdwijnt nog steeds in de zakken van de uitgevers. Hiervoor krijgen we een stortvloed aan slechte artikelen terug.

Het wordt voor niet-specialisten moeilijker om publicaties op de juiste waarde te schatten, want het is onduidelijk welke onderzoeksresultaten een gedegen peer-review hebben doorstaan en welke niet. Voorheen werden speculatieve conclusies gefilterd door tijdschriftredacties. Bij de open access megajournals ligt deze taak bij de gebruiker. De journalist moet zelf aan de slag om de resultaten en conclusies te toetsen. De wetenschapsjournalistiek, ook bij NRC Handelsblad, is onvoldoende doordrongen van de nieuwe criteria voor publicatie bij megajournals.

Inmiddels is open access niet meer te stoppen. Deze eerste stap in de strijd om toegankelijkheid van onderzoeksresultaten is een overwinning voor wetenschappers en de maatschappij, maar het pay-to-publish-systeem moet op de schop. Om de kwaliteit van onderzoekspublicatie te waarborgen, moet de financiering dringend worden hervormd, bijvoorbeeld door het instellen van submission fees. Hierbij betalen auteurs voor het indienen van een manuscript bij een tijdschrift, onafhankelijk van de vraag of het wordt geaccepteerd of niet. Als de wetenschappelijke wereld nalaat de kwaliteitsbewaking te verbeteren, zal open access ten onder gaan aan zijn eigen succes.

Jacintha Ellers is hoogleraar evolutionaire ecologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.