De vergeten genocide

Decennia voor Hitler aan de macht kwam maakte Duitsland zich in Afrika al schuldig aan genocide. In wat nu Namibië is waren concentratiekampen, 65.000 tot 100.000 mensen kwamen om het leven, een leermeester van Josef Mengele deed rassenonderzoek. Maar Duitsland wil niets weten van deze volkerenmoord. Het gaf nabestaanden alleen wat schedels terug.

Op deze illustratie uit het blad Le Petit Journal uit 1904 slaan Duitse stoottroepen een aanval af van Herero-strijders.

Voor dag en dauw togen op 4 oktober vorig jaar ruim duizend mensen naar het vliegveld van de Namibische hoofdstad Windhoek voor een macabere ontvangst. Biddend en zingend wachtten traditioneel uitgedoste mannen en vrouwen op de aankomst van twee houten kisten uit Duitsland. De inhoud: twintig meer dan honderd jaar oude schedels.

De schedels zijn het meest tastbare bewijs van wat historici tegenwoordig de „eerste genocide van de twintigste eeuw” noemen. Bijna dertig jaar voordat Adolf Hitler aan de macht kwam, stierven aan de gure Atlantische kust van Afrika gevangenen in Duitse concentratiekampen die gezien worden als prototypes van de nazivernietigingskampen.

Na een opstand van de lokale Herero- en Nama-volken kwamen tussen 1904 en 1908 naar schatting 65.000 tot 100.000 mensen door uitputting en systematisch geweld om het leven in wat toen Duits Zuidwest-Afrika heette. Het machtige Herero-volk werd door de troepen van Kaiser Wilhelm II gedecimeerd tot een landloze etnische minderheid. „Alles raakten we kwijt”, zegt Festus Muundjua, die de schedels in Duitsland ophaalde namens het Ovaherero Genocide Comité „Onze armoede is een direct gevolg van wat ons is aangedaan.”

„Binnen de Duitse grenzen zal iedere Herero worden neergeschoten, met of zonder geweer, met of zonder vee”, verordonneerde generaal Lothar von Trotha, in 1904 naar de kolonie gestuurd, in zijn berucht geworden ‘vernietigingsbevel’. „Geen vrouw of kind zal worden toegelaten: ik zal ze terugsturen naar hun volk of laten doodschieten.”

De „grote generaal van de almachtige keizer”, zoals hij zichzelf in de brief noemde, was naar Zuidwest-Afrika gestuurd om een eind te maken aan de pragmatische onderhandelingstactiek van de softe Duitse gouverneur Theodor Leutwein. In afwachting van vredesbesprekingen hadden Herero-strijders zich met vrouwen en kinderen teruggetrokken bij de ‘Waterberg’, een plateau in het midden van het Namibië. Von Trotha omsingelde hen en dreef hen de onbarmhartige Kalahari-woestijn in. Wie niet stierf van de honger, werd gevangengezet in kampen op bijvoorbeeld Haaieneiland in het havenstadje Lüderitz. De rebellerende Nama wachtte later eenzelfde lot.

Vele honderden schedels en andere lichaamsdelen van slachtoffers werden naar Duitsland verscheept voor het in die tijd populaire ‘rassenonderzoek’ van onder anderen de nationaal-socialistische eugeneticasleutelaar Eugen Fischer, een leermeester van nazi-arts Josef Mengele. De afgelopen jaar geretourneerde schedels kwamen uit het Charité universiteitsziekenhuis in Berlijn, waar in de archieven ook nog zeven opgezette hoofden van Nama-gevangenen zouden liggen. Over de teruggave van een bij de Universiteit van Freiburg gevonden partij schedels zijn Duitsland en Namibië nu in onderhandeling.

Maar het gaat de Herero en de Nama niet louter om de oude botten. De nakomelingen van de massaslachting wachten nog altijd op excuses of op zijn minst een officiële erkenning van Duitsland dat ook al vóór de Holocaust, ver van huis in donker Afrika, een genocide plaatshad. Een motie die daartoe opriep werd vorige week door de coalitiepartijen in Duitsland in de Bondsdag verworpen. „Duitsland doet of er niets gebeurd is, of het geen koloniale geschiedenis had”, zegt Muundjua aan de telefoon vanuit Windhoek. „Waarom hebben de Joden, de Polen en de Russen wel excuses gekregen en wij niet? Omdat we zwart zijn? Dan is dat racisme.”

De emoties liepen hoog op toen het vliegtuig met buitengewoon transport uit Duitsland het asfalt van Windhoek raakte. Tientallen mensen braken door het politiekordon om een glimp van de kisten op te vangen. Traditionele leiders spraken bezwerende woorden en de premier van Namibië zei te hopen dat de terugkeer van de schedels een „symbolische afsluiting” van een moeilijke periode zou zijn. Die hoop blijkt een half jaar later ijdel te zijn.

„Duitse politici lijken niet te begrijpen hoe gevoelig deze kwestie ligt”, zegt afrikanist Henning Melber van de Dag Hammarskjöld Foundation in Zweden. „Ze hadden de teruggave van de schedels kunnen aangrijpen voor echte excuses en erkenning van wat zich in de voormalige kolonie heeft afgespeeld. Dit was een unieke kans om wonden te helen.”

Maar de schedeldiplomatie miste doel. „Duitsland heeft ons opnieuw beledigd en vernederd”, zegt Muundjua. Dat begon al met de ontvangst van de Namibiërs die in Berlijn de schedels kwamen ophalen. „Er was geen enkele officiële ontvangst”, zegt hij. De Namibische delegatie werd geleid door een minister, terwijl de Duitsers een staatssecretaris afvaardigden. „Beschamend”, vindt Muundjua.

„Ze hebben onze mensen onthoofd en de schedels meegenomen, maar niemand in Duitsland lijkt hier iets over te weten”, zegt Hoze Riruako, adviseur van de hoogste Herero-chief. De Duitse ambassadeur in Namibië gooide volgens Riruako olie op het vuur toen hij afgelopen november stelde dat de Herero en Nama een „geheime agenda” hebben en met hun roep om herstelbetalingen moedwillig de Duits-Namibische relaties verzieken.

„Duitsers zien de jaren vóór de Holocaust graag als de goede oude tijd”, verklaart Melber. „Maar zo goed was die tijd niet. Je kunt nazi-Duitsland niet geïsoleerd zien. Imperialisme en massamoord tijdens de Tweede Wereldoorlog waren geen aberratie in de Europese geschiedenis, maar de culminatie van een cultuur die al veel langer gaande was.”

Dat de nazi’s „monsters van een nieuwe orde” waren is „de grote naoorlogse mythe”, schrijven Casper Erichsen en David Olusoga in het in 2010 gepubliceerde overzichtswerk The Kaiser’s Holocaust: Germany’s Forgotten Genocide. Bij de processen van Neurenberg, waar nazikopstukken na de Tweede Wereldoorlog werden berecht, is volgens volgens Erichsen „niet ver genoeg” teruggekeken. De zoektocht van de Duitsers naar Lebensraum in Zuidwest-Afrika is voor Yale-historicus Benjamin Madley een „cruciale voorloper voor imperialisme en genocide tijdens het Derde Rijk”.

Dat pas de laatste paar jaar structureel onderzoek naar de volkerenmoord plaatsvindt, heeft te maken met de getormenteerde geschiedenis van Namibië, zegt Erichsen. Duitsland kreeg Zuidwest-Afrika toebedeeld op de Conferentie van Berlijn in 1884 (in Duitsland zelf bij voorkeur ‘Kongo Konferenz’ genoemd), maar tijdens de Eerste Wereldoorlog viel de kolonie in handen van Zuid-Afrika. Pas in 1990 werd het land onafhankelijk van de apartheidsstaat en gingen de archieven uit de vroege koloniale tijd open.

„Natuurlijk weten we al langer wat zich in Zuidwest-Afrika heeft afgespeeld”, zegt Casper Erichsen. „Maar de onwelgevallige informatie is jaren onder het tapijt geveegd. Duitsland is tenslotte niet het enige Europese land dat zich op zoek naar Lebensraum aan koloniale misstanden schuldig heeft gemaakt. Mede daarom legden de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog in Neurenberg liever geen verband tussen de Duitse expansie en de koloniale tijd van jaren eerder.” Tijdens de bezetting door blank Zuid-Afrika was ook in Namibië zelf weinig animo om de koloniale geschiedenis op te diepen.

In het centrum van de hoofdstad Windhoek, een stad die met zijn witte vakwerkhuizen en Duitse restaurants en Biergärten evengoed in Sleeswijk-Holstein had kunnen liggen, herinnert alleen het ‘Reiterdenkmal’, een Duitse soldaat te paard, aan de Duitse gevallenen bij de oorlog met de Herero en de Nama. Het beeld staat op de plaats van wat eens het stedelijke concentratiekamp was. Het voormalige vernietigingskamp Haaieneiland in het toeristenoord Lüderitz, waar slechts een handjevol mensen de ontberingen overleefde, is nu de gemeentelijke camping. Een officieel monument voor de ‘vergeten genocide’ is in heel Namibië niet te vinden.