Camera's op racefiets en valhelm

Miljardair Zdenek Bakala kocht uit liefde voor de wielersport de ploeg van kopman Tom Boonen. Hij ziet zichzelf als voorvechter van verandering. „Er is nog steeds geen goed visueel product voor primetime tv.”

Kortrijk - Belgium - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - perspresentatie Team Quickstep 2011 - Mr Zdenek Bakala - foto Cor Vos ©2011 Cor Vos

Je zal maar supporter zijn van team klik-laminaat. Of team vloeibaar aardgas. Dat klinkt toch niet zo lekker, in de kroeg of op een verjaardag.

Wielerfans hebben het niet makkelijk. Voetbalsupporters steunen clubs met oude namen en goed gevulde prijzenkasten. Real Madrid, AC Milan en Ajax kent iedereen. Maar de ploegnamen in het profpeloton doen niet denken aan heroïsche bergetappes of heldendaden in de kasseienklassiekers. Sport is emotie, voor fans een vorm van identificatie. Maar hoe identificeert iemand zich met een sponsornaam?

Zdenek Bakala is nog niet zo lang de eigenaar van een wielerteam met de naam van een medicijnproducent en een laminaatfabrikant, Team Omega Pharma-Quick-Step. Het is een van de belangrijkste ploegen in het peloton. Het team behaalde dit wielerseizoen al 26 zeges en kopman Tom Boonen is na zijn overwinningen afgelopen week in E3 Harelbeke en Gent-Wevelgem een van de favorieten voor de komende Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.

Maar die naam. Die staat volgens de Tsjechische miljonair Bakala symbool voor een van de grootste problemen waarmee het profwielrennen te maken heeft: de afhankelijkheid van sponsoren. Wielerploegen steunen volledig op hun geldschieter, zo zeer dat de naam van de sponsor ook de naam van de ploeg is. Met als gevolg dat met een nieuwe hoofdsponsor ook de naam van het team verandert. „Stel je voor dat voetbalclub Manchester United om het jaar een andere naam zou hebben. Wat zou de waarde van de club zijn? En hoeveel fans zouden er zijn?”, stelt Bakala in de bar van het Amsterdamse Okura Hotel. „Dit is precies wat er in het wielrennen aan de hand is.”

Zdenek Bakala (51) is een fietsfanaat met veel vermogen. De Tsjech, die zijn fortuin vergaarde tijdens de Tsjechische privatiseringsronde van de jaren negentig en volgens zakenblad Forbes goed is voor 1,2 miljard euro, vertelt enthousiast over zijn deelname aan de Cape Town Cycling Tour in het Zuid-Afrikaanse Kaapstad – een race van ruim honderd kilometer. „Ik reed er samen met Eddy Merckx”, vertelt Bakala lachend.

Tijdens de Tour de France kwam de Tsjechische zakenman in 2010 op het idee te investeren in een wielerteam. Overdag had Bakala genoten van de grootste wielerkoers ter wereld, ’s avonds dineerde hij met „een paar vrienden” in een klein restaurant in het Franse kuuroord Divonne-les-Bains. Natuurlijk was wielrennen het gespreksonderwerp. „Die avond bedachten wij dat het leuk zou zijn om eigenaar te worden van een professionele wielerploeg.”

Of er ploegen waren die een financier zochten, wist Bakala bijna twee jaar geleden nog niet. Dat het profwielrennen met een aantal forse problemen kampt die hij nu achter elkaar opsomt, ook niet. Maar slechts een paar maanden later kocht Bakala 70 procent van de aandelen van Team Quick-Step, de ploeg van de ervaren manager Patrick Lefevere en de Vlaamse vedette Tom Boonen.

De overname van de ploeg was bovenal een investering uit liefde voor het wielrennen. Maar gaandeweg merkte Bakala dat de sport hopeloos ouderwets is. De constante zoektocht naar sponsoren, de tv-onvriendelijke etappekoersen en de conflicten tussen de wielerunie UCI, de wedstrijdorganisatoren en de teams vormen volgens hem een bedreiging voor de sport. De hobby werd een missie. Bakala zet zich nu in voor hervorming van de wielerwereld.

Het wielrennen ziet er over vijf jaar heel anders uit, heeft u al een aantal keer gezegd. Kunt u dat toelichten?

„Het profwielrennen gaat een tijd van grote hervormingen doormaken. Over een jaar of vijf zullen er bijvoorbeeld meer races zijn in andere delen van de wereld. De wielerindustrie is nu al aan het uitbreiden naar niet-traditionele markten, kijk maar naar de nieuwe Ronde van Peking.

„Die uitbreiding zal samen gaan met nieuwe producten op het gebied van marketing, merchandising en televisie, die per markt verschillend zullen zijn. Het is bijvoorbeeld veel makkelijker om primetime live-uitzendingen in België te introduceren dan in India.

„Het wielrennen moet ook moderne technieken gaan toepassen. Camera’s op fietsen en op helmen zullen tv-uitzendingen spannender maken. En we moeten gebruik maken van internet, veel meer dan andere sporten. Juist omdat de tijdstippen van etappes en eendagswedstrijden zo onhandig zijn.

„En er zijn ook enorm veel mogelijkheden voor hospitality. In de Tour wordt daar bijna niets aan gedaan, in de Formule 1 worden honderden miljoenen euro’s verdiend met hospitality-arrangementen.”

Wielrennen is een volkssport. Wordt met viptribunes en dure arrangementen de sport niet van de gewone fan afgenomen?

„Nee, waarom? Het parcours is 150 kilometer lang, er is ruimte genoeg.”

‘Jullie leven in de middeleeuwen’, was een van de eerste dingen die u tegen manager Patrick Lefevere zei nadat u zijn ploeg had overgenomen. Wat bedoelde u daarmee?

„Wielrennen is een van de laatste grote internationale sporten die nog op een ouderwetse manier wordt gemanaged. Sportief resultaat wordt belangrijker gevonden dan financieel resultaat, mede doordat veel oud-renners nu een leidinggevende functie hebben. De sport kent daardoor ook een sterke focus op onderlinge relaties, iedereen kent elkaar al jaren en overal zit oud zeer. Er zijn talloze conflicten geweest tussen de teams en de wielerunie, de wielerunie en de wedstrijdorganisatoren, de wedstrijdorganisatoren en de teams.

„Die cultuur heeft er tot nu toe voor gezorgd dat er niet over de organisatie van de sport is nagedacht. Of over manieren om de inkomsten te vergroten. Ik vind dat er een gebrek aan visie is. Het Europese profvoetbal is hervormd en heeft nu de aantrekkelijke Champions League, de Formule 1 is een groot succes geworden. Het wielrennen moet veranderen om te concurreren met andere sporten, om te groeien buiten Europa .”

U gelooft dat de sporten met elkaar concurreren om aandacht van supporters?

„Zeker weten, al is het maar op tv. De populairste sporten krijgen de meeste zendtijd, wat weer goed is voor de populariteit en de inkomsten. Wielrennen heeft tot dusver geen goed visueel product voor primetime televisie ontwikkeld. Etappekoersen worden overdag uitgezonden, een groot deel van de kijkers wordt daarmee buitengesloten.”

Wat is het gevaar als de sport niet verandert?

„Instabiliteit. Wat er nu ontbreekt in het profwielrennen, is stabiliteit. Teams zijn afhankelijk van sponsoren die van de sport houden, maar er ook zo mee stoppen. Dat zorgt voor veel onzekerheid, wat niet goed is voor de sportieve resultaten van renners. Topsport gedijt niet in een instabiele omgeving. Ook daarom moet het wielrennen veranderen. De inkomsten moeten worden vergroot, en ook de teams zouden moeten profiteren. Bijvoorbeeld door te delen in de tv-gelden, als stabiele inkomstenbron. Wielerteams zouden bedrijven moeten worden die hun uitgaven kunnen dekken en vermogen en merkwaarde kunnen opbouwen.”

Maar teams roepen al een tijdje, zonder succes, dat zij recht hebben op een deel van de tv-gelden?

„Als we de sport willen laten groeien, zijn er investeringen van ploegen nodig. En dat kan alleen als zij daarvoor inkomsten terugkrijgen, tv-gelden dus. Ik denk dat als we de inkomstenbron gezamenlijk vergroten, iedereen kan profiteren. Van een grotere taart kan iedereen een groter stuk krijgen.”

De organisator van de Tour de France, de ASO, is de afgelopen jaren erg succesvol in het bakken van grotere taarten – en houdt die helemaal voor zichzelf. Waarmee overtuigt u hen om u ook een stuk te geven?

„Ik geef er de voorkeur aan deze vraag niet te beantwoorden. Ik wil niet de indruk wekken dat ik onderhandel via de pers.”

Vorig jaar werden plannen bekend voor een aparte, ‘wilde’, wielrencompetitie, de World Cycling Series. Wat vindt u van een dergelijke afsplitsing?

„Wij doen mee aan de discussies over de toekomst van het wielrennen, maar ik vind dat er uiteindelijk samenwerking moet zijn met de wielerunie en de ASO. Ik geloof wel dat er nieuwe koersen zullen komen die beter geschikt zijn voor tv, maar niet in de vorm van een wilde competitie. Ik denk echt dat alle partijen elkaar nodig hebben.

„De teams hebben inderdaad gesproken over de afsplitsing, de plannen lagen een tijdje op tafel. Zonder veel details weg te geven, mag iedereen aannemen dat er constant gesprekken worden gevoerd met de wielerunie. Nu er nieuwe private investeerders eigenaar worden van profploegen, zoals ikzelf, wordt de roep om verandering groter. Ik denk zeker dat de sport profiteert van de ideeën van buitenstaanders.”

U bent uw carrière begonnen bij een zakenbank. Is het investeren in een wielerteam uw meest riskante deal ooit?

„Ik heb dit team niet gekocht als investering, ik verwacht geen inkomsten terug. Het is een hobby, ik hou van de sport en vind het heel leuk om betrokken te zijn bij een profploeg. Maar ik zie tegelijkertijd een kans om de sport te hervormen, en daar word ik door uitgedaagd.

„Het zou trouwens goed zijn als we in het hervormingsproces de onderlinge relaties in de wielerwereld herstellen. Dat de drie partijen die altijd overhoop met elkaar hebben gelegen hun oude conflicten achter zich laten. Anders zullen de hervormingen niet plaatsvinden, of veel minder succes opleveren.”

Maar in het profpeloton vergeet niemand ooit iets. Zelfs de uitslagen van wielerwedstrijden worden soms beïnvloed door oude vetes.

Lachend: „Dat weet ik. Daarom moeten we zo iets interessants verzinnen dat iedereen gedwongen wordt het verleden te vergeten.”