Brieven

Levenslang toezicht biedt slechts schijnveiligheid

Staatssecretaris Teeven wil onder omstandigheden levenslang toezicht houden op mensen die zijn veroordeeld voor ernstige zeden- of geweldsdelicten. Reclassering Nederland heeft hier bij monde van directeur Van Gennip positief op gereageerd: „Zolang wij zien dat er een categorie mensen is bij wie de kans groot is dat zij weer slachtoffers maken, is het goed als het reclasseringstoezicht verlengd kan worden.”

Zo’n toezicht is zeer ingrijpend en verstrekkend. Het houdt in dat wanneer iemand afgestraft is en met een schone lei de samenleving mag betreden, er een overheidsinstantie is die toezicht blijft houden op een in principe vrije burger.

En hoewel het in bepaalde gevallen heel wel mogelijk is dat zo’n toezicht nuttig is, moeten voordat tot dit toezicht overgegaan kan worden, heldere voorwaarden gedicteerd worden waaronder dit eventueel zou kunnen. Het is namelijk de vraag hoe deze ‘categorie mensen’ bepaald wordt. Immers, pas na grondig onderzoek kan gesteld worden dat de kans dat iemand recidiveert, aanzienlijk is.

In dit licht zijn de bevindingen uit het proefschrift van Van Esch van de Universiteit Leiden van 21 maart 2012 van belang. Zij stelt na onderzoek van 193 rapportages door rechterlijke psychologen over de geestesgesteldheid van verdachten, dat in niet een van deze rapporten de juiste methodes zijn gebruikt voor het voorspellen van recidive. Als dit soort rapportages de basis is voor het toezicht, hou ik mijn hart vast bij de uitvoering van dit plan; het leidt slechts tot een schijnveiligheid.

Mr. D.P. Hein

Strafrechtadvocaat bij KVRZ advocaten, Amsterdam

Kijk niet naar overheden voor economische groei

De discussie tussen Bill Gates en Arend Jan Boekestijn (Opinie, 26 maart) over het nut en de noodzaak van ontwikkelingshulp is een wezenlijke, maar ook een slepende.

Het bewijst dat de wereld nog altijd teveel naar overheden en ngo’s kijkt voor het doen groeien van economieën. En dat wringt. Een economie groeit immers pas duurzaam als er ondernemerschap aan de dag wordt gelegd. En dat gebeurt door burgers, niet door overheden. Iedere succesvolle ondernemer in een welvarend land zou het dan ook niet meer dan normaal moeten vinden om startende ondernemers in ontwikkelingslanden op weg te helpen. De makkelijkste manier om dat te doen, is om een percentage van de winst te investeren in microkredieten in ontwikkelingslanden, bijvoorbeeld via KIVA. De ene ondernemer helpt de andere dan op een manier die bij ondernemerschap past; als investering en niet als gift. Zo komt er een cashflow op gang tussen en binnen landen die hard nodig is om van onderop de economie te doen groeien.

Zeker in tijden dat westerse overheden ervoor dreigen te kiezen hun geldstromen te minimaliseren, is het van belang dat individuen niet hulpeloos toe blijven kijken. Laat overheden en ngo’s het noodzakelijke doen om ziektes en rampen te bestrijden; laat ondernemers het noodzakelijke doen om ondernemerschap wereldwijd te doen groeien.

Marjolijn van Oordt

Amsterdam

Britten verlagen belasting rijken zelfs tijdens crisis

Het kreeg in de Nederlandse media weinig aandacht, maar de nieuwste belastingmaatregel van de Britse regering is er niet minder opmerkelijk door. Minister van Financiën George Osborne kondigde 21 maart aan dat hij vasthield aan zijn draconische bezuinigingsprogramma om inkomsten en uitgaven van de overheid in evenwicht te brengen, maar dat hij tevens de top income tax bracket verlaagde van 50 naar 45 procent. Dat een rechtse regering de welgestelden van dienst is, is geen verrassing, maar dat dit gebeurt onder de huidige rampzalige omstandigheden is dat wel. Het is dit soort extreem beleid dat de doorsnee burger bruuskeert en de samenleving splijt.

Daan Brouwer

Amsterdam

Baart en Noordanus misten blijkbaar gezond verstand

Het is niet mijn gewoonte mee te huilen met de wolven in het bos als het gaat om publieke kruisiging van managers, directeuren en bestuurders. Het interview met Noordanus en Baart, commissarissen bij Vestia, (NRC Handelsblad, 27 maart), roept echter een ernstige vraag op inzake hun rolopvatting.

Commissarissen hebben de plicht toezicht te houden op de strategische, beleidsmatige en operationele koers van een onderneming. Het interview ademt, met name waar Baart aan het woord is, de opvatting dat commissarissen er zitten om te vergaderen over wat er door de organisatie wordt geagendeerd. En daar gaat het fout: wel weet de commissaris dat er veel geld verdiend wordt met derivaten, maar dat dit verdienmodel ook risico’s in zich draagt behoort niet tot haar expertise. Ze zat er voor de huurders. Inderdaad, dat zal de huurders nog lang heugen!

Moeten we werkelijk aannemen dat er nooit een meerjarenplan voor de financiering op de agenda heeft gestaan en dat de huurderscommissaris nooit heeft gevraagd naar een toekomstvisie ? Aan het eind vraagt Baart zich af of ze wel over het juiste gereedschap beschikte voor haar rol als commissaris. Juiste gereedschap? Gezond verstand, plichtsbesef en bestuurlijke ervaring. Anders niets.

R.L.Dijkstra

Ouderkerk aan de Amstel

Overheidsvuilnismannen verdienen juist meer

De heer Niessen vindt dat ambtenaren hun ontslagbescherming moeten behouden. Dé ambtenaar waarover Niessen het heeft (Opinie, 28 maart), bestaat niet. De ambtenarenstand is een immens bouwwerk. Vuilnismannen en medewerkers van de plantsoenendienst die werken bij de gemeente, zijn bijvoorbeeld ook ambtenaren. Toen zij verleden jaar staakten voor beter loon mochten alle stoelzittende ambtenaren mee profiteren, dat dan weer wel. Moeten dergelijke ambtenaren vrezen voor ontslag om politieke redenen? En hebben zij niet vele collega’s die werk doen dat politiek neutraal is?

Dat de ambtenaar een lagere beloning krijgt dan in het bedrijfsleven het geval zou zijn, geldt uitsluitend voor hogere ambtenaren. Dat is dan ook de groep die eventueel politieke druk kan ondervinden.

Maar als de politiek zo iemand weg wil hebben, gaat hij weg (weet ik uit eigen ervaring) en dat kost heel veel geld. De lagere ambtenaren krijgen juist, mede als gevolg van secundaire arbeidsvoorwaarden, beter betaald dan hun collega’s in het bedrijfsleven, bijvoorbeeld degenen die voor een particulier bedrijf vuilnis ophalen. Daarom is het verloop in die kringen uiterst gering. De schrijver gaat teveel uit van de elite waar hij zelf deel van uitmaakt, respectievelijk heeft uitgemaakt.

Joop Klinkhamer

Amsterdam

Eer gaat in het Oosten boven de angst voor straf

Westerse landen bedreigen andere landen of fundamentalisten vaak met straffen. Arjan Erkel (Opinie, 27 maart) adviseert ‘verplaats je eens in een radicale moslim’. Maar het probleem is algemener. Voor oosterlingen is eer heel belangrijk. Toegeven omdat je bang bent voor straf en bedreiging is gezichtsverlies. Dat is in veel culturen heel erg – niet alleen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, maar ook in China, Japan en Korea. Het Westen gedraagt zich te vaak als een leraar die tegen de leerlingen zegt wat ze moeten doen.

Dr. S. H. Nienhuys-Cheng

Waalre