Bestuurders wees gewaarschuwd: de digitale schandpaal staat klaar

In het vonnis van de rechtbank in Zwolle wordt de extra straf strak, maar droogjes geformuleerd. De rechtbank „ontzet verdachte uit het recht tot het uitoefenen van een beroep in de zorgverlening voor de duur van vijf jaar”.

Het beroepsverbod komt bovenop de celstraf van 30 maanden, die de rechtbank verdachte Samantha P. vorige week oplegde. P. was eigenaar/bestuurder van een kleine zorginstelling in Lelystad (70 cliënten in 2005-2010), maar fraudeerde miljoenen bij elkaar met de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) voor mensen die aan haar zorg waren toevertrouwd. Ook haar man is veroordeeld (240 uur werkstraf).

Het beroepsverbod voor P. is ongewoon. De website rechtspraak.nl levert weinig relevante treffers op.

Beroeps- of bestuursverboden zoals zij ook wel worden genoemd, zijn in Nederland het domein van specifieke beroepsgroepen die tuchtrecht handhaven, zoals advocaten. Ook de financiële wereld kent zo’n verbod, al wordt de sanctie daar nooit openbaar gemaakt. Wie een bank, beleggingsfonds, verzekeraar of pensioenfonds leidt, wordt vóór zijn benoeming door de financiële toezichthouders getoetst op bekwaamheid en integriteit. Wie na zijn benoeming in de fout gaat, kan alsnog worden ‘afgetoetst’ en zijn baan verliezen.

In andere landen, zoals de Verenigde Staten, zijn beroepsverboden meer ingeburgerd, juist bij fraudezaken. Voormalig directievoorzitter Cees van der Hoeven en financieel directeur Michiel Meurs van Ahold mogen bijvoorbeeld nooit meer een leidinggevende functie bekleden bij een bedrijf dat aan de Amerikaanse financiële markten is genoteerd. Dat was een onderdeel van een schikking met de Amerikaanse beurswaakhond SEC na de Ahold-fraude in 2003.

Bij fraude en oplichting van de publieke kas, zoals door mevrouw P., komen beroepsverboden maar zelden voor. Om de strafmaat van de pgb-fraude in perspectief te zetten: de voormalig directeur van woningcorporatie SGBB kreeg eind vorig jaar 36 maanden cel wegens miljoenenfraude. Maar hij kreeg geen beroepsverbod.

De stilte rond beroepsverboden gaat om twee redenen veranderen. De eerste is voortschrijdend inzicht. Officieren van justitie lijken onbekend met de mogelijkheid dan wel noodzaak van deze extra straf. Het ministerie van Justitie moet er meer reclame voor maken, zoals in het plan van aanpak van financieel-economische criminaliteit.

Er zullen nog kansen genoeg komen voor het beroepsverbod, bijvoorbeeld in de zorg. Het persoonlijke budget is een publieke voorziening met een meer dan gemiddelde fraudegevoeligheid: snelle groei (tot de bezuinigingen), maar geen adequaat toezicht op besteding. Het is te verwachten dat er meer fraudezaken met pgb’s voor de rechter gebracht worden.

De tweede reden voor het vaker toepassen van het beroepsverbod is politieke druk over een breed front, om te beginnen in de gezondheidszorg. PVV-Kamerlid Fleur Agema kreeg eind vorig jaar de toezegging van minister Edith Schippers van Volksgezondheid (VVD) voor een onderzoek naar toetsing vooraf van bestuurders in de zorg, zoals dat in de financiële wereld gebeurt. Agema hoopt op die manier een eind te maken aan „die carrousel van disfunctionerende managers die je steeds weer terug ziet komen, en dan hebben ze er weer een potje van gemaakt”.

Het ligt voor de hand het onderzoek van minister Schippers uit te breiden naar andere sectoren met een publieke taak, zoals scholen, universiteiten en woningcorporaties. En na te denken over de vraag: moet er een openbaar register komen van bestuurders met een beroepsverbod? Een digitale schandpaal? Dat zou wel zo logisch zijn.

Menno Tamminga