Bavouzet speelt wat nonchalant

Jean-Efflam Bavouzet, piano. Gehoord: 28/03 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam

Wat is het verschil tussen een ‘mooi stuk’ en een meesterwerk? Die vraag beantwoordde de in Nederland nog relatief onbekende Franse pianist Jean-Efflam Bavouzet (1962) gisteren in het Muziekgebouw met een origineel geprogrammeerd recital.

Naast twee klassiekers van Debussy (Images boek I) en Liszt (Sonate in b klein) klonken twee voorstudies. In zijn Images Oubliées (1894) worstelt de jonge Debussy om uit invloeden van Chopin en Satie zijn eigen stijl te ontwikkelen. In de Grand Solo de Concert (1849) hoor je de jonge Liszt vermetel improviseren op thema’s en ideeën die later in zijn Sonate definitief bestel zouden krijgen. Met zijn uitgekiende programma gaf Bavouzet zijn publiek een fascinerend kijkje in de keuken van de componist.

Bavouzet is een alleskunner. Van fluisterzachte akkoorden tot hondsmoeilijk passagewerk: het lijkt hem alles even weinig moeite te kosten. Van zijn oneindige mogelijkheden maakte de wat nonchalant spelende Fransman gisteren vaak geen gebruik.

In Debussy’s Images betoverde hij met wonderzachte klankregens, maar zijn melodievoering, merkwaardig luid en direct, maakte de magie vaak weer ongedaan. Liszts Grand Solo de Concert kwam met buitengewoon gemak tot klinken, maar zou nog veel meer vreugde en spontaniteit kunnen uitstralen. In de doorwrochte Sonate meed Bavouzet alle extremen: echt demonisch of intiem werd het zelden.

Maar op schaarse momenten voerde Bavouzet zijn luisteraars naar sublieme sferen: in de mijmerende verstilling van Liszts modulaties, of in zijn toegift, Liszts En Rêve, waarmee hij zijn publiek dromend de nacht in zond.