Achter deze deur lag twee jaar lang een dode man

David Gebhard (63) woonde alleen in een huurhuis in de Amsterdamse Diamantbuurt. Het is een buurt waar de buren elkaar nauwelijks kennen.

David Gebhard en zijn vrouw lazen het vorige week in de krant: dat er een man was gevonden die twee jaar dood in zijn woning had gelegen. In Amsterdam. Wat erg, hadden ze tegen elkaar gezegd, dat zou bij ons in de buurt nooit gebeuren. Hier kent iedereen elkaar. Toen Gebhard een dag later de naam van de overleden man in de krant zag, keek hij wel even op: de man heette ook David Gebhard.

En, zo bleek na een telefoontje naar zijn zus, het was zijn neef. De zoon van hun overleden oudere broer Gerard, met wie ze vóór zijn dood al jaren geen contact hadden.

De politie geeft binnenkort het lichaam vrij van David Gebhard die twee jaar doodlag in de Amsterdamse Saffierstraat. Gemummificeerd, op het bed in zijn benedenwoning. Wanneer of waar hij wordt begraven, willen de instanties niet zeggen. Privacy.

Hoe kan iemand twee jaar dood zijn, zonder dat anderen dat merken?

David Gebhard junior was alcoholist. Hij woonde alleen in een kleine huurwoning in de Diamantbuurt. Hij was 63 jaar toen hij stierf. De politie drong vorige week via de achtertuin zijn woning binnen omdat zijn stiefzus hem zocht. Ze had hem al jaren niet gesproken maar nu was de nood hoog: hun 95-jarige moeder zou binnenkort overlijden. Zij is vorige week gecremeerd.

Corporatie Stadgenoot, waarvan hij huurde, merkte niet dat hij dood was – de huur van 316 euro werd keurig afgeschreven elke maand. Hij ontving pensioen van zijn werk in de koopvaardij.

Twee keer in die twee jaar stuurde Stadgenoot Gehhard een oproep voor serviceonderhoud aan zijn voortuin. Twee keer hoorden ze niets. „We hebben het toen maar gelaten”, zegt de woordvoerder. „De rotzooi in zijn voortuin was niet ernstig.”

Als je weet wat er gebeurd is in de Saffierstraat zie je het wel: dat zijn voorramen, op de begane grond, steeds viezer werden. Dat alle planten in de vensterbank, achter de vitrage, dood zijn. Dat er niets aan het voortuintje gebeurde. Maar er zijn wel meer verwaarloosde gevels en tuintjes in de straat.

Ligt het aan de buurt, dat niemand zich afvroeg waar David Gebhard was? Ja ook, zeggen buurtbewoners. Jaarlijks verhuist één op de tien inwoners van de Diamantbuurt, een arme stadsbuurt met kleine, goedkope huurappartementen. Er wonen veel alleenstaanden en relatief veel mensen met een laag inkomen (minder dan 19.000 euro per jaar) – 45 procent van de buurt. Wie meer ruimte of een betere buurt wil, of een huis kan kopen, gaat weg.

Het blok waar David woonde is geen uitzondering: buren kennen elkaar nauwelijks. Zijn naaste buurvrouw woont er pas anderhalf jaar – al die tijd was David dood. De buurman aan de andere kant, de Hongaarse Bela Joszi, woont er al vijftien jaar maar had weinig contact met David. „Aardige man hoor. Maar ook boos vaak, op iedereen.” Schuin boven hem woont een Pakistaan, pas vijf maanden. En pal boven hem zijn de gordijnen overdag ook dicht – er wordt niet opengedaan. Zelf woonde David er pas 2,5 jaar voordat hij stierf.

De buren die er wat langer woonden, waren blij dat ze hem een tijdje niet hoorden, zegt een Nederlandse bewoner die drie panden verderop woont. „Hij gaf regelmatig geluidsoverlast. Als zo iemand er een tijdje niet is, is iedereen opgelucht.” Verhuurder Stadgenoot bevestigt dat er klachten waren over geluidsoverlast. „De buren waren bang voor hem, vertelden ze de huismeester van Stadgenoot. Hij was agressief.”

De buren wisten wel, vaag, dat David Gebhard onder behandeling was bij verslavingskliniek de Jellinek. En dat hij, in 2010, een tijdje opgenomen was. „Iedereen dacht dat hij nóg opgenomen was. Of in de bak zat.” De Jellinek zegt desgevraagd niets te kunnen zeggen over individuele cliënten. Privacy.

Zijn profiel op sociaal medium Hyves, waar David sinds 2006 lid was, vertelt iets meer over de man. Hij was gepensioneerd kok, had gewerkt op de grote vaart. Was naar Barcelona geweest, India, Italië, Lissabon, Shanghai, Suriname. Hij hield van klassieke muziek – Bach, Beethoven, Mendelssohn, Mozart, Rachmaninov, Wagner. En Pink Floyd. Las De Telegraaf en keek naar De Wereld Draait Door, Pauw & Witteman en Zembla. Hij at graag Surinaamse moksi alesi, Spaanse paella, Italiaanse spaghetti, Nederlandse stamppot, Turkse sutlac en Thaise tom kha kai. Hij hield van voetbal en wielrennen.

Hoe raakte David zo geïsoleerd? Niemand weet het. Zijn vader Gerard had wel een oorlogsverleden, vertelt diens broer. Hij was opgepakt tijdens een razzia en deed dienst, Arbeidseinsatz, in Duitsland. Hij maakte er bombardementen mee. Hij kwam getekend terug uit Duitsland. Ook David Gebhard junior deed dienstplicht, maar dan voor het Nederlandse leger, in Suriname.

De familie is niet hecht; in elk geval met de tak van Gerard heeft niemand contact. Toen Gerard overleed, was David wel op de begrafenis. Dat was de laatste keer dat ze hem zagen.