Vijf artfilms worstelen om 3.000 bezoekers

Hemel, 170 Hz, Kauwboy, Swchwrm, Snackbar. Maar liefst vijf Nederlandse artfilms beleven in minder dan twee maanden hun première. Hoe divers hun makers ook vinden dat ze zijn, ze mikken allen op dezelfde krappe markt.

Hoe krap blijkt wel uit het net verschenen Filmjaarboek 2011/2012. Boegbeelden van de Nederlandse artfilm Nanouk Leopold en Urszula Antoniak trokken ondanks internationale festivalpremières met Brownian Movement en Code Blue in eigen land niet meer dan 3.000 bezoekers. Ze mogen door de internationale pers in één adem worden genoemd met coryfeeën als Chantal Akerman en Claire Denis, in eigen land weet niemand wie ze zijn, zelfs niet als ze een Gouden Kalf winnen.

Simpel is de verklaring zeker niet. Misschien zijn die films gewoon niet goed genoeg, lopen ze achter de internationale trends aan in plaats van voorop. En stimuleren fondsen en producenten wat bekend en veilig lijkt in plaats van iets wilds waarmee je kunt scoren of op je bek gaan.

Het lekkerste argument voor de Nederlandse koopmansgeest is dat ze maar wat harder moeten vechten om hun publiek. Gooische vrouwen trekt twee miljoen bezoekers, dus wat nou smalle markt? Misschien heeft het Nederlandse publiek gewoon geen zin in ‘moeilijke’ films. Dan kan je erop wijzen dat Gooische vrouwen een marketingapparaat achter zich heeft ter waarde van het gemiddelde budget van zo’n artfilm.

Er ligt ook een taak voor de filmtheaters. Filmdistributeur Wallie Pollé, distributeur van onder andere Brownian Movement, 170 Hz en Hemel: „De filmtheaters laten zich te veel leiden door cijfers, en te weinig door de langere termijn. Het hoort er soms gewoon bij dat je aan het begin van een draaiperiode je verlies incalculeert om je publiek te kweken.”

Publiek ‘kweken’, dat is een beetje taboe in Nederland. En toch is dat waar het bij artfilms om draait. Je moet niet alleen weten dat ze er zijn. Je moet er soms ook iets ‘over’ willen weten. Dat Brownian Movement bijvoorbeeld een film is in de traditie van Jeanne Dielman en de Belgische filmmaakster Chantal Akerman. Maar hier in Nederland is Akerman nauwelijks bekend.

En de artfilm is belangrijk voor de vernieuwing van de filmindustrie. Zie The Hunger Games: ooit pionierden Lars von Trier en de Dardennes met de subjectieve camerastijl van die film.

Lichtpuntje: twee van de vijf artfilms van de komende tijd zijn kinderfilms: Kauwboy en Swchwrm. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.