Uiteindelijk is de dood geen grapje

Tot Altijd. Regie: Nic Balthazar. Met: Koen De Graeve, Geert Van Rampelberg, Lotte Pinoy, Michel Van Dousselaere. In: 10 bioscopen.

Recent Vlaamse films boeken ook internationaal succes door luchtig te knipogen richting ziekte en dood. Adem maakt harde grappen over taaislijmziekte, in Hasta la Vista! gaan rolstoelpatiënten op zoek naar seks, in één geval met fatale afloop.

En nu Tot Altijd van regisseur Nic Balthazar, die in Ben X al een zware sociale kwestie aansneed: autisme, pesten en zelfmoord. Hij doet dat met zwaar geschut en maximaal effectbejag. Dat werkt: Ben X werd verkocht aan liefst 52 landen.

Tot Altijd, Balthazars tweede speelfilm, is een ‘biopic’ over Mario Verstraete, een Vlaamse politicus met multiple sclerose die spil was in de campagne die er in 2002 toe leidde dat België euthanasie legaliseerde. Verstraete maakte er zelf meteen gebruik van.

Tot Altijd vertoon overeenkomsten met Mar Adentro, de Spaanse Oscarwinnaar uit 2004 over de charismatische dwarslaesiepatiënt Rámon Sampedro die tevergeefs procedeerde voor het recht om waardig te sterven. Die film kweekt begrip voor Sampedro's overtuiging dat „het leven een recht is, geen plicht”, maar zijn hardnekkige doodswens bleef ook mysterieus. Als contrapunt werd zijn advocate Julia opgevoerd, die dementeerde, maar wilde leven.

Tot Altijd mist die ambivalentie, wat de spanning niet helemaal ten goede komt. De kijker wordt aan de hand van de door zijn Hippocratische eed gekwelde arts Thomas, de beste vriend van Mario Verstraete, naar hoger inzicht gevoerd. Contra-argumenten van bijfiguren zijn er slechts om weerlegd te worden.

Wat Tot Altijd verteerbaar houdt, is de focus op vriendschap en de vastberadenheid van regisseur Balthazar om sentiment en melodrama te begraven onder zotternij. Vanaf het moment dat we de vriendenclub van Verstraete leren kennen bij een kernwapenprotest in de jaren tachtig is het doorlopend polonaise, Duvels drinken en grappen maken over ziekte en naderende dood. Soms wordt die lolbroekerij monotoon: dan is het leven wel weer even genoeg gevierd. Toch helpt humor om de juiste tragikomische toon te treffen in dit euthanasiedrama. Pas in de finale, rond het sterfbed van Verstraete, wordt het vochtig, en hoe! Slikken, kussen en huilen onder het alsmaar aanzwellende koraal van Brahms’ Ein deutsches Requiem. Want uiteindelijk is de dood toch echt geen grapje.