Spijtbetuiging van Robert M. in zedenzaak

De hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak, Robert M. (28), heeft vandaag in de rechtbank spijt betuigd. „Niemand heeft deze ellende verdiend, de ouders niet en de kinderen niet. Ik heb gefaald als mens.”

Vandaag werden in de zedenzaak, over seksueel misbruik van 67 zeer jonge kinderen, de persoonlijke omstandigheden van M. en zijn echtgenoot Richard van O. behandeld. M. kreeg bij aanvang van de zitting de gelegenheid een verklaring af te leggen. „Wij hebben begrepen dat u zich daarbij meer op uw gemak voelt dan in een dialoog”, zei rechtbankvoorzitter Bauduin.

Het speet hem, zei M., dat hij „te laf is geweest” om een punt achter zijn leven te zetten. Zijn verklaring moest niet worden gezien als „een lijst smoezen” of een „rechtvaardiging”. Hij wilde er een antwoord mee geven op vragen naar het ‘waarom’, die bij de rechtbank en ouders leven.

Op het moment dat deze krant naar de drukker ging, was M. nog bezig met zijn verklaring. Hij vertelde over zijn moeilijke jeugd, de ontwikkeling van zijn seksuele geaardheid en het onderdrukken van zijn seksuele gevoelens.

De Amsterdamse zedenzaak was vandaag voor het eerst weer toegankelijk voor pers en publiek. Sinds afgelopen maandag zijn er alleen zittingen achter gesloten deuren geweest. Sommige ouders hebben die zittingen over hun eigen kind bijgewoond. Ook heeft een deel van de ouders de mogelijkheid gebruikt om te spreken over de gevolgen voor hun gezin. Vorige week woensdag hebben de rechters en de advocaten van de verdachten een selectie van kinderpornobeelden bekeken.

Het Openbaar Ministerie heeft uit de politieverhoren van M. een compilatie van beelden samengesteld. Vanmorgen stond nog niet vast dat die ook getoond zou worden. In de beelden laat M. „verschillende emoties” zien, zegt een woordvoerder, die „anders zijn” dan zijn gedrag op de zittingen. Het OM zou van de verklaring van M. laten afhangen of de beelden werden vertoond.

Komende vrijdag is er nog een openbare zitting. Dan komen de deskundigen van het Pieter Baan Centrum aan het woord die M. en Van O. hebben onderzocht. Beiden hadden zich voorgenomen niet mee te werken aan dit onderzoek, maar zij zijn daar maar ten dele in geslaagd. M. en Van O. zijn er deels gelijktijdig geobserveerd.