Rapporteur kritiseert afzwakking Britse terreurwet

De onafhankelijke toezicht- houder op terreurwetgeving waarschuwt dat de Britse terreurbestrijding door een recente wetswijziging minder effectief wordt.

De Britse binnenlandse veiligheidsdienst MI5 trekt tijdens de Olympische Spelen de verloven van alle 3.800 agenten in. Het is de grootste veiligheidsoperatie van de dienst sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, en voor het hele Verenigd Koninkrijk geldt in juli en augustus een verhoogde staat van paraatheid.

Die mededeling kreeg de afgelopen dagen aanzienlijk meer aandacht in het Verenigd Koninkrijk dan een rapport van de onafhankelijk toezichthouder op terreurwetgeving. En dat terwijl de conclusies van advocaat David Anderson niet mis waren. Anderson bekijkt op last van het Lagerhuis jaarlijks hoe doeltreffend de Britse anti-terreurmaatregelen zijn.

Hij concludeerde ditmaal dat de zeer controversiële control orders, die vorig jaar werden afgeschaft, weliswaar „een van de meest onderdrukkende middelen in het westen” waren, maar ook „een effectieve manier om het publiek te beschermen tegen een klein aantal terreurverdachten die een risico waren voor de nationale veiligheid, maar die niet konden worden aangeklaagd”. Wat er voor in de plaats is gekomen, schreef Anderson, „kan een terrorist vastberadener maken.”

Control orders werden in 2005 door de Labourregering van TonyBlair ingevoerd nadat de rechter gevangenschap zonder proces verbood. Terreurverdachten konden in opdracht van de minister (dus niet van een rechter) voor onbepaalde tijd onder huisarrest worden geplaatst, en mochten geen contact hebben met anderen. Critici vonden dat dit een grote inbreuk is op de fundamentele burgerrechten. Ze wezen naar de Magna Carta uit 1215, waarin al werd vastgelegd dat burgers niet zomaar door de overheid kunnen worden opgepakt.

De huidige coalitieregering van Conservatieven en Liberaal-democraten was het daar mee eens. Begin vorig jaar werden de control orders vervangen door de zogenoemde Maatregelen ter preventie en onderzoek van terreur (Terrorism Prevention and Investigation Measures, TPIM ). Nog steeds kan terreurverdachten huisarrest worden opgelegd door de minister, maar dat geldt alleen ’s nachts. Overdag worden verdachten gevolgd aan de hand van een elektronische enkelband. Ze mogen mobiele telefoons gebruiken en hebben beperkt toegang tot internet.

De nieuwe maatregelen „zijn niet slechter, maar wel lichter”, legt Anderson telefonisch uit. Hij noemt het „een moedige beslissing” van de regering, die genomen is „uit politieke overwegingen, en met aandacht voor burgerrechten, niet voor nationale veiligheid”.

Het grootste verschil is dat de staat mensen niet meer kan dwingen te verhuizen, en dat de TPIM niet langer dan twee jaar mag duren. In zijn rapport wijst Anderson erop dat „de wetenschap dat de beperking slechts twee jaar geldt, de mogelijkheid vergroot dat de terrorist vastberaden blijft, terwijl hij – met een control order die oneindig kon worden verlengd – misschien bereid was tot een compromis.” En hij zegt: „Gedwongen verhuizing was zonder twijfel effectief als een manier om terreurnetwerken te ontwrichten.”

Van de 52 mannen die tussen 2005 en 2011 een control order kregen, moesten er 23 verhuizen, meestal van Londen naar elders. „Van de negen onder de TPIM zijn er nu zes terug in Londen, op tijd voor de Olympische Spelen,” zegt hij. Hij wil geen kritiek geven op de regering, maar: „Vrijheid heeft een prijs”.