Opgelegde beperkingen

Op dit moment heeft éénderde van alle mensen op aarde toegang tot internet. En met ontzagwekkende snelheid komen er elke dag meer apparaten met een internetaansluiting bij. Daardoor kunnen steeds meer mensen zelf bepalen met wie ze communiceren, wanneer ze dat doen, en hoe. Ze bepalen zelf wat ze delen. Wat ze produceren, wat ze consumeren. Elke dag weer brengen nieuwe technologieën ons meer keuzevrijheid.

Sommige bedrijven vinden dat maar niets, omdat ze veel geld verdienen met de status quo. Vooruitgang kost ze centen, want door keuzevrijheid verschuift de macht. Daarom proberen ze krampachtig alles te houden zoals het is. Daartoe beperken ze onze apparaten, de inhoud en onze internetverbindingen. Elke dag weer proberen oude bedrijven de keuzevrijheid te beperken.

Als het bijvoorbeeld aan KPN en Vodafone had gelegen, stuurde je nu nog steeds sms’jes. Maar met de komst van mobiel internet en apps kregen jonge mensen opeens nieuwe keuzes. We waren niet meer bereid om woekertarieven te betalen voor berichtjes van 160 tekens. Massaal kozen we ervoor om te gaan Whatsapp’en en pingen. Vooruitgang! De reactie van de telecomproviders: beperken. Ze stelden een Whatsapp-heffing voor. De bedrijven hadden het idee om al je verkeer inhoudelijk te gaan screenen en mensen extra te factureren voor Whatsapp-berichten. Nog een voorbeeld. Als het aan de muziekindustrie had gelegen, kocht je muziek gewoon nog op cd’s. Maar jongeren wilden zelf kunnen kiezen welke liedjes ze kopen van een album. We wilden voortaan zelf bepalen op welk apparaat we een nummer spelen. Vooruitgang! De reactie van de muziekindustrie: beperken. Het internet moet gescreend worden, en iedereen die deelt moet gestraft worden. Apparaten moeten beperkt worden zodat fabrikanten bepalen wat je ermee kan. Gisteren nog kregen een paar artiestenbelangenclubs de rechter zover om de overheid te verplichten een heffing in te voeren op MP3-spelers en digitale videorecorders.

Als uitgevers van schoolboeken mochten kiezen, blijven kinderen schooltassen vol fysieke boeken sjouwen. Als postbedrijven mochten kiezen, communiceerde je via papieren brieven. Als videotheken mochten kiezen, huurde je daar je dvd’s. En als de makers van de Telefoongids mochten kiezen, zocht je telefoonnummers op in een dik boek.

Als het internet een uit-knop zou hebben, zouden al deze bedrijven die graag indrukken. Maar bij gebrek aan zo’n knop betalen ze hordes lobbyisten in Den Haag en Brussel om politici te overtuigen van beperkingen.

Het is een achterhoedegevecht, gevoerd door dinosauriërs die zich bedreigd voelen door de vooruitgang. Maar slimme nerds zullen áltijd omwegen vinden voor beperkingen van apparaten, inhoud en internetverbindingen. Kwestie van tijd. Terwijl de oude bedrijven zich bezighouden met verloren gevechten, programmeren de nerds rustig door.

Dit is voorlopig de laatste column van Alexander Klöpping.