Laat de travestieten maar eens weg

De romantische en toch realistische datemovie Weekend speelt zich af in een grijze Britse industriestad. „Je moet als homo steeds opnieuw uit de kast komen.”

De leukste en intelligentste datemovie van het jaar komt uit onverwachte hoek. In Weekend van de Brit Andrew Haigh, die de film schreef, regisseerde en monteerde, pikken de schuchtere Russell (Tom Cullen) en meer extraverte Glen (Chris New) elkaar op in een homodisco. Tijdens een lang weekend met seks, drugs en vooral lange gesprekken over het (homo-)leven leren ze elkaar kennen. Probleem is alleen dat Glen op het punt staat voor lange tijd naar de VS te vertrekken. De film won prijzen en wist zo uit de kleine wereld van de gespecialiseerde queer cinema te breken.

De dialogen zijn zo naturel, dat ze geïmproviseerd lijken. Is dat zo?

„Nee, maar ik vind wel het prettig als mensen dat denken. Er zijn elementen van improvisatie. Goede acteurs die zich hun rol echt eigen hebben gemaakt, kunnen formuleringen bedenken die altijd beter zijn dan wat je zelf kunt bedenken achter je tekstverwerker. Dat heb ik aangemoedigd. Maar de grote lijnen – zeg maar: de serieuze scènes – stonden zo in het script. Op de meer luchtige momenten was er meer vrijheid.”

Is de film voor u in de eerste plaats een liefdesverhaal, of een verhaal over homoseksualiteit?

„Een liefdesverhaal, geen twijfel over mogelijk. Maar toen ik aan het schrijven was, zag ik de film eigenlijk ook helemaal niet in de eerste plaats als een liefdesverhaal. Voor mij is de film een karakterstudie, over twee mensen die proberen elkaar en zichzelf beter te leren kennen en te begrijpen, maar dan wel binnen het genre van het liefdesverhaal.

„Aan de andere kant: het is duidelijk een verhaal over twee homoseksuelen, daar draai ik ook niet omheen. Ze praten met elkaar over wat het betekent om homo te zijn. Ik laat het maar aan andere mensen over om te bepalen of het primair een liefdesverhaal is, of een verhaal over homoseksualiteit.”

Uw hoofdpersonen zijn anders dan de meeste homo’s in films. Het zijn redelijk alledaagse personages, niet uitgesproken flamboyant of camp. Was dat een belangrijk punt voor u?

„Dat is wel enigszins een reactie op al die slechte films waarin altijd van die enorm clichématige personages voorkomen. Zulke personages zijn vaak homo voordat ze nog iets anders kunnen zijn. Ze zijn homo en verder niks. Ze hebben stereotiepe banen zoals kapper en vaak komt er ook nog even een travestiet voorbij. Ze gaan in de film ook alleen maar om met andere homo’s. Dat staat ver af van de dagelijkse werkelijkheid. Ik ben homo, maar de meeste van mijn vrienden zijn dat niet. In films zie je dat niet terug. Voor mij zijn de personages het enige wat een film interessant kan maken. Dat moet de kurk zijn waar de film op drijft: eerlijke, echte personages, die ook gebreken en tekortkomingen hebben. Als je daar naar streeft, verdwijnen de clichés vanzelf.”

De film laat een grijs gebied zien tussen openlijk uitkomen voor je seksuele identiteit, en in de kast blijven. Het ligt niet altijd zo zwart-wit.

„Het beeld is vaak: óf iemand zit in de kast, en dan heb je een hondenleven en ben je vreselijk depressief, óf je komt uit de kast en dan is alles ineens geweldig en prachtig. Maar zo gaat het helemaal niet. Je moet als homo voortdurend uit de kast komen. In elke nieuwe situatie waarin je komt en bij elke nieuwe persoon die je ontmoet moet je steeds opnieuw een keuze maken of je heel open wilt zijn over je seksuele identiteit of niet. Dat is het dilemma van Russell in de film: hij weet eigenlijk nog niet welke keuze hij wil maken, en of het eigenlijk wel zo nodig moet om atijd zo open te zijn. Ik denk overigens van wel, want hij is niet heel gelukkig.”

Tom Cullen, die Russell speelt, is zo charmant en innemend, dat iedereen, homo of hetero, een beetje verliefd op hem wordt.

„Ja. Iedereen is verliefd op zijn personage. Meisjes vinden hem leuk, heteromannen denken dat hij precies is zoals zij. Tom heeft echt de aandacht op zich gevestigd met deze rol. Ik vind dat wel een beetje sneu voor zijn tegenspeler, Chris. Hij speelt misschien wel een moeilijkere rol, in ieder geval een minder dankbare, want zeker in het begin van de film is hij niet echt aardig. Mensen denken dat de rol voor Tom vast veel moeilijker moet zijn geweest, omdat hij een heteroseksuele acteur is die een homo speelt. Chris is zelf een homo die daar ook openlijk voor uitkomt. Dan zal hij dus wel min of meer zichzelf spelen, is het idee. Maar dat is natuurlijk grote nonsens. Van hem is het evengoed een geweldige prestatie.”

Weekend draait vanaf volgende week donderdag in de bioscoop.