Kaalgeplukt door Real en Barcelona

‘El Alba’ had al failliet moeten zijn. De club overleefde met geld van zijn beroemdste pupil: Iniesta. Het is crisis in het Spaanse voetbal.

De voetbalvrouwen van Albacete Balompié zijn in het dagelijks leven lerares, winkelbediende of studente. Maar om bij hun noodlijdende club te kunnen blijven voetballen, klussen ze nu bij als pin-upmodellen. Op een sexy kalender poseren de speelsters in half opengescheurde tenues, naakt verscholen achter een doelpaal of in een string liggend op de middenstip. „De opbrengst is geen vetpot, maar op dit moment kunnen we alle kleine beetjes gebruiken”, legt clubdirecteur Matías Martínez in zijn kantoortje uit.

De lokale trots van Albacete, een provinciestadje van 160.000 inwoners op de vlakte van La Mancha, kampt zoals veel Spaanse voetbalclubs al jaren met grote financiële problemen (zie inzet). Begin jaren negentig en begin deze eeuw handhaafde het eerste mannenteam van El Alba zich enkele seizoenen in de Primera División. In 1992 lonkte bijna Europees voetbal. Maar sinds een paar jaar is de club in een vrije val beland. Albecete komt nu uit in de tweede divisie. Heel soms flakkert de oude glorie nog even op. Zo schakelde de club dit seizoen Atlético Madrid uit in het Spaanse bekertoernooi.

Een schuldenlast van circa 13 miljoen euro dwong de club in het voorjaar van 2010 surseance van betaling aan te vragen. Het grootste deel hiervan stond uit bij de belastingdienst en de sociale verzekeringen. De overheid en andere schuldeisers gingen na een jaar onderhandelen akkoord met een kwijtschelding van vijf miljoen. De club belooft in ruil hiervoor de restschuld binnen tien jaar af te lossen. Snelle promotie naar een hogere divisie is daarvoor wel cruciaal, erkent directeur Martínez. „Als het dit seizoen niet lukt, dan toch wel volgend jaar.”

Dat Albacete van de faillissementsrechter een tweede kans kreeg, is grotendeels te danken aan een wereldberoemde voormalige pupil: Andrés Iniesta. De middenvelder van FC Barcelona injecteerde vorig jaar ruim vier ton in zijn jeugdclub. De maker van de enige goal in de WK-finale tegen Nederland werd de belangrijkste aandeelhouder. Ook is Bodega Iniesta, de wijnboerderij die de voetballer vorig jaar in zijn geboortedorp Fuentealbilla opzette, nu shirtsponsor van Albacete.

Fuentealbilla is een dorp zoals er honderden zijn in de regio La Mancha. Een paar straten en een industrieterrein langs een nationale snelweg, omgeven door wijngaarden die half maart al zinderen in de Spaanse zon. Op een terrasje in het verslonsde centrum werken oudere inwoners ’s middags voor de lunch biertjes en zonnebloempitten weg. Voor jongeren lijkt er weinig anders te doen dan op een crossmotor door de stoffige straten te scheuren.

Dankzij Iniesta is dit weinig pittoreske gehucht uitgegroeid tot een bedevaartsoord voor voetballiefhebbers. Vooral in de zomer maken elke dag tientallen automobilisten er een stop, op doorreis naar hun vakantiebestemming. Hoofdattractie is de peña, het plaatselijke Barça-clubhuis, waar Iniesta’s grootouders een mini-tentoonstelling over hun kleinzoon hebben ingericht. Hier voor de deur staat ook een bronzen replica van de wereldbeker. En nog iets verder staat het nieuwe huis dat de sterspeler heeft laten bouwen. Het is niet te missen: de villa staat in een straat die naar hem is vernoemd, zijn naam en rugnummer 8 staan op de gevel en de daklijst en dakpannen zijn in het rood-blauw van FC Barcelona.

„Dit is nu eenmaal zijn geboortegrond”, vertelt Iniesta’s vader José Antonio, die ook nog in het dorp woont. „Andrés heeft veel te danken gehad aan Albacete. Hij begon er op zijn achtste, tot hij op zijn twaalfde naar Barcelona ging. Als je iets terug kan doen, moet je dat doen. Zeker nu het zo slecht gaat met de club.”

Toch verkeren voetbalclubs als Albacete Balompié mede in zulke grote problemen door de commerciële dominantie van FC Barcelona en aartsrivaal Real Madrid. De twee Spaanse topclubs slokken gezamenlijk ruim de helft van alle tv-inkomsten op. De twee clubs kunnen hierdoor veel hogere salarissen bieden en talent wegkapen of behouden. Zo strijkt Iniesta bij Barcelona per seizoen 7,5 miljoen euro op. De redding van zijn jeugdclub kostte hem nog geen maandsalaris.

Barça en Real zijn multinationals die hun merk tot ver buiten Europa uitbaten. Zij hebben veruit de hoogste schulden: beide circa een half miljard euro. Maar met hun merchandising, tv-inkomsten en kaartverkoop genereren ze genoeg kasstroom om solvabel te blijven.

Voor de overige clubs geldt dit niet. Om enigszins mee te komen, hebben zij zich steeds dieper in de schulden moeten steken. Dit kon ook, toen het economisch nog goed ging met Spanje. Vooral lokale spaarbanken waren altijd wel bereid aflopende leningen te herfinancieren. Deze cajas worden grotendeels bestuurd door lokale en regionale politici. Die willen verkiezingen winnen en zij keken dus wel uit de plaatselijke voetbalclub failliet te laten gaan. Gemeentebesturen bleken om dezelfde reden vaak bereid noodlijdende clubs te redden.

De diepe crisis in Spanje heeft dit soort lokale overheidssteun nu politiek en financieel onmogelijk gemaakt. Veel gemeentes en regio’s zijn zelf nagenoeg failliet. Overal wordt fors gesnoeid in publieke voorzieningen als onderwijs en de zorg. „Het geld is gewoon op”, zegt Albacete-directeur Martínez. „De gemeente heeft de subsidies aan jeugdsport bijna tot nul verlaagd. Wij krijgen voor 500 pupillen nu nog maar 900 euro per jaar. Dan kun je niet verwachten dat ze ons profteam wel even gaan redden.”

Spanje heeft volgens velen de aantrekkelijkste competitie van Europa, maar kan zich deze eigenlijk al jaren niet permitteren. De uitdaging is nu de schuldenzeepbel gecontroleerd leeg te laten lopen.

De regering wil clubs waarschijnlijk langer de tijd geven hun schulden bij de belastingdienst of sociale verzekeringen af te lossen. Het alternatief is dat nog meer clubs surseance aanvragen of failliet gaan.

Maar het gaat wel om uitstel, niet om afstel, benadrukt de regering. Niettemin lijkt het daarop in sommige gevallen bijna neer te komen. Zo vraagt Osasuna (nummer zes op de ranglijst) om de schuld van bijna 28 miljoen euro in 75 jaar te mogen afbetalen.

Om druk op de clubs te zetten, spreekt de politiek met de voetbalbond over strafmaatregelen. Clubs die hun financiën niet op orde brengen, zouden moeten worden uitgesloten van competitie of punten in mindering krijgen.

En om meer inkomsten te genereren gaat waarschijnlijk het tv-rechtenbeleid op de schop. Een plan is het voetbal achter de decoder te stoppen. Nu zijn samenvattingen nog op openbare zenders te zien. Door de tv-rechten exclusief aan betaalzenders te gunnen, valt er meer geld voor te vragen.

De G30, een verband van dertig profclubs, pleit vooral voor een eerlijker verdeling van de tv-inkomsten. Ook Albacete is lid van dit gezelschap. Directeur Martínez: „De competitie gaat alleen nog tussen de grote twee. Het is een kwestie van solidariteit, maar ook van de competitie weer aantrekkelijk maken.”

Real Madrid en FC Barcelona verzetten zich fel tegen een andere verdeling. José Antonio Iniesta: „Iedereen wil Real en Barça zien, niemand Rayo Vallecano of Albacete.” Volgens hem moeten lagere overheden maar in de buidel tasten. „Het levert ook veel op, een club in de Primera División. Toen Albecete er nog in speelde, was het een compleet andere stad. Elke week zaten de hotels en kroegen vol. Dat is ook wat waard.”