Ivo Opstelten en Fred Teeven houden het tempo hoog op hun ministerie

VVD’ers Opstelten en Teeven hebben, op het ministerie van Veiligheid en Justitie, bijna alle voornemens uit het regeerakkoord over veiligheid uitgewerkt. Ze weten de media goed te bespelen, maar ze hebben minder oog voor de juridische kant van hun plannen. „Je regelt het maar, het maakt me niet uit hoe”, zegt Opstelten tegen zijn juristen.

In drukke weken zijn het er elf. Vaker zijn het er vier, soms drie. In elk geval nooit nul. Een paar weken de persberichten turven die ‘Ivo en Fred’ de wereld insturen, laat zien hoe bewust de twee zijn van hun taak: veiligheid op de agenda zetten. Nederlanders moeten zich weer veilig voelen op straat. Wie een bedreiging vormt voor die veiligheid moet gestraft worden. „Paal en perk stellen aan criminaliteit, overlast en geweld.”

Minister Ivo Opstelten (VVD) en zijn staatssecretaris Fred Teeven (ook VVD) werken op het ministerie van Veiligheid en Justitie een van de belangrijkste speerpunten van dit kabinet uit. Premier Rutte kan zomaar aan repressie, afstraffen en lik-op-stukbeleid hebben gedacht, toen hij tijdens de kabinetsonderhandelingen zei dat rechts Nederland zijn vingers zou aflikken bij dit regeerakkoord. Aanpakken, doen, actie: die woorden klinken na anderhalf jaar al bijna cliché als ze over deze twee bewindspersonen gaan.

Opstelten & Teeven en de media

Natúúrlijk is hun mediastrategie bewust, zeggen mensen die met hen werken op het ministerie. Het liefst hebben de twee elke week in elk geval één debat op de agenda van de Tweede Kamer staan, om maar in de publiciteit te blijven. „Wat kunnen we deze week doen?”

Als er geen debat is, komen ze zelf met hun berichten. En dat gebeurt slim: over één onderwerp gaan gerust twee of drie nieuwsberichten de deur uit. Over de vervolging van daders die een zwaar misdrijf hebben gepleegd: drie maal een nieuwsbericht, verspreid over een paar maanden. Burgemeesters die burgers sneller mogen laten fouilleren: ook drie keer nieuws. Aanpak van hennepteelt: twee keer als nieuws gebracht.

De twee krijgen de media mee in hun spel om aandacht. En dat is niet alleen omdat vooral staatssecretaris Teeven de weg naar De Telegraaf nog altijd goed weet te vinden, soms ook buiten zijn woordvoerders om.

Een voorbeeld: in november vorig jaar maakte Opstelten bekend dat hij honderdvijftig mensen vrijmaakt om kinderporno aan te pakken. Nieuws! Maar in februari, op de dag van het debat over kinderporno in de Tweede Kamer, staan diezelfde honderdvijftig mensen nóg eens op de voorpagina van dagblad Spits. Terwijl tijdens dat debat juist duidelijk werd dat het geen éxtra politiemensen zijn; het totaal aantal agenten blijft immers gelijk. Zoals Kamerlid Tofik Dibi (GroenLinks) zei: „Dit is het uitpersen van agenten als sinaasappels. Je kunt niet álles een topprioriteit geven met de huidige capaciteit.”

Slimme mediastrategie of niet: Opstelten en Teeven zijn werkelijk op stoom met ‘hun’ deel van het regeerakkoord. Bijna alle voorstellen die onder het kopje Veiligheid staan, zijn uitgewerkt en zitten inmiddels in de wetgevingsmolen. De plannen liggen bij de Raad van State voor advies, of ligt bij de Tweede Kamer.

Het tempo ligt hoog, zeggen ook de mensen die al jaren werken op Justitie (zoals het ministerie voorheen heette). En zolang dit kabinet er zit – de stroeve onderhandelingen in het Catshuis in het achterhoofd – hebben Opstelten en Teeven politiek weinig te vrezen. Hún wetsvoorstellen kunnen doorgaan, zij hoeven niet te lobbyen in de Kamer voor een meerderheid, dankzij de steun van de PVV. Die wil vaak liever nog een stap verder gaan dan Opstelten en Teeven. De taakstraf helemáál als hoofdstraf schrappen, bijvoorbeeld, in plaats van alleen bij zware delicten.

Opstelten & Teeven en de politiek

In de Tweede Kamer noemt de oppositie Opstelten en Teeven ‘het stoerste duo uit de kroeg’. Beste vrienden zijn ze niet. Ze kunnen wel door één deur samen, maar onderling zijn de taken duidelijk verdeeld. Beiden zijn ze ijdel, maar hun stijl verschilt. Ivo Opstelten (68) is de rasbestuurder, de man van Minerva – hij was lid van het Leidse studentencorps. Met zijn vingertoppen tegen elkaar gedrukt, vingers uitgespreid, staat hij de Kamer en de media te woord met zijn typische zware basstem. Als hij een woord of een zinsdeel wil benadrukken, spreidt hij één arm eventjes uit. Dan weer de vingertoppen tegen elkaar.

Opstelten heeft de zwaardere onderwerpen in zijn portefeuille: de ontwikkeling van een nationaal politiekorps, aanpak van georganiseerde misdaad, mensenhandel en drugs. Een goede bestuurder, zeggen mensen op het ministerie. Opstelten snapt hoe groepsdynamiek werkt: zo maakte hij op het ministerie nooit grappen over de dierenpolitie. Vreselijk vond hij de term ‘caviapolitie’, die de oppositie gebruikte. Híj nam de dierenpolitie serieus, want beloofd is beloofd. Dan zullen ook de ambtenaren geen grappen maken, zal hij hebben gedacht.

In de Kamer komt Opstelten de oppositie graag tegemoet – en dat doet hij op charmante wijze. Daardoor kreeg hij de hele oppositie mee in zijn voorstel over de nationale politie. Maar inhoudelijk op de hoogte is hij amper, zien de Kamerleden die met hem debatteren. Zoals Jeroen Recourt van de PvdA het zegt: „Als je de minister wat vraagt, mompelt hij door over hóé belangrijk dit onderwerp wel niet is, en dat hij zich er zéér in heeft verdiept. Tot hij het briefje krijgt van een ambtenaar waar het antwoord op de vraag in staat.”

Zelfs Fred Teeven zou afgelopen jaar wel eens gezegd hebben dat de dossierkennis van zijn minister hier en daar te wensen over laat. Teeven (53) is de gewone jongen van de twee. Hij maakte naam als officier van justitie, met de aanpak van grote criminelen. Hij is zo’n man die graag de sterkste wil zijn in de sportschool, tijdens het sportuurtje van de bewindslieden dat ze twee keer in de week houden. „Hoe is Fred? Ach, Fred is gewoon Fred”, zoals een ambtenaar het zegt. „Een jongen van de gestampte pot.”

Teeven rekent erop dat hij in 2015, als Opstelten 71 jaar is, zelf minister van Veiligheid en Justitie wordt. In de tussentijd doet hij de klussen waar Opstelten geen tijd voor maakt of trek in heeft: het gevangeniswezen, tbs, adoptie en bijvoorbeeld het auteursrecht. Steevast zit hij vóór acht uur ’s ochtends achter z’n bureau. Teeven is wél een dossiervreter en inhoudelijk goed op de hoogte, zeggen Kamerleden. Een controlfreak, die weinig weggeeft aan de oppositie. „Het moet gebeuren zoals Fred het wil.”

Opstelten & Teeven en de inhoud

Deze twee mannen opereren op het ministerie anders dan hun voorgangers. De afdeling wetgeving is met Opstelten in elk geval wakker geschud. Zijn voorgangers waren allemaal juridisch onderlegd: van Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin (beiden CDA) tot Winnie Sorgdrager (D66). Zo niet Opstelten. Die heeft weinig oog voor de juridische kant van voorstellen: „Je regelt het maar, het maakt me niet uit hoe”, zegt hij tegen de wetgevingjuristen.

Wetgevingsopportunisme, noemt Henny Sackers dat. Hij is hoogleraar strafrecht van de Radboud Universiteit en noemt als voorbeeld van die pragmatische, „pusherige” wetgeving de wietpas. Het is nog onduidelijk of het idee van besloten coffeeshops het zal houden bij de rechter: kun je wel vragen aan coffeeshops om lijsten te maken van mensen die iets illegaals doen? Sackers: „We zien wel wat de rechter ervan vindt, zal Opstelten denken. Het electoraat moet bediend worden. Scoren is belangrijk voor hem. Hij zegt: hup, ik regel dat gewoon.”

Politiek mogen ‘Ivo en Fred’ dan weinig risico lopen; ze zullen wel degelijk tegen problemen aanlopen. De verhoging van de griffierechten ligt gevoelig, omdat hogere kosten de toegang tot de rechter te veel zouden belemmeren. Dat vindt ook hun eigen VVD. En de echte geloofwaardigheidsproblemen komen nog, voorspelt de oppositie. Zo moet het aantal bestrafte overvallers deze kabinetsperiode verdubbelen, en het aantal overvallen juist dalen, naar 1.900 per jaar. Het wordt pijnlijk als straks blijkt dat ze hun beloften niet kunnen waarmaken – vooral omdat Nederland in de jaren voor dit kabinet aantrad, alleen maar veiliger werd en de criminaliteit alleen maar afnam.

Mocht de verbetering van de criminaliteitscijfers inderdaad tegenvallen, dan zullen Opstelten en Teeven vast een manier vinden om dat in hun voordeel te draaien. Zoals gebeurde in een debat over kinderporno, onlangs. De oppositie hield Opstelten voor dat het aantal pornozaken dat op de plank ligt bij de politie, was toegenomen. Ach, die cijfers konden ze maar beter loslaten, zei Opstelten. Want kijk: meer maatregelen en aandacht leidt immers automatisch tot toename van de werkvoorraad. En dat is precies wat hij doet, zegt Opstelten er nog maar eens bij: „Stevig optreden tegen kinderporno en het achterliggende seksueel misbruik van kinderen zetten wij door in 2012, door de capaciteit bij de politie te verdubbelen.”

M.m.v. Marcel Haenen