Het olympisch vuur is al bijna gedoofd

Zijn plannen voor de Spelen in Nederland in de kiem gesmoord? Het debat herinnert aan de jaren 80, toen Amsterdam misgreep.

De naam Saar Boerlage viel gisteren in de Tweede Kamer. Een slecht voorteken voor het Olympisch Plan 2028, waarover de Kamer gisteren debatteerde met minister Edith Schippers (Sport, VVD). Boerlage gold begin jaren 80 als degene die met felle acties de kandidatuur van Amsterdam voor de Spelen van 1992 torpedeerde. Zo’n sfeer keerde gisteren terug in de Kamer, waar de politici leken uit te zijn op de begrafenis van de Nederlandse kandidatuur voor de Zomerspelen van 2028 .

Het debat ging eerst over Schippers’ onhandige besluit de Kamer onvolledig in te lichten over de kosten. Het ontwikkelde zich tot een discussie waarin afnemend animo voor Olympische Spelen aan het licht kwam. Dat Schippers hard werd aangepakt gold als politieke logica, maar dat gebeurde allerminst tegen de achtergrond van gewenste Spelen.

Dat was ook Schippers opgevallen. Zij stelde na vijf uur discussiëren vast dat het olympische vuur bij de oppositiepartijen vrijwel is gedoofd. „Ik vind een draagvlak van 76 Kamerleden eigenlijk te weinig voor de Olympische Spelen. Zonder politieke steun is het een gebed zonder einde”, concludeerde ze.

De regeringspartijen VVD en CDA blijven de olympische plannen steunen. Maar gedoogpartner PVV heeft een nieuwe, kritische koers en wil voor de rest van de regeerperiode alle overheidssteun aan het plan bevriezen. Daartoe diende Richard de Mos een motie in. Zijn voorstel heeft dinsdag tijdens de stemming een kleine kans van slagen. Maar als die motie wordt verworpen, kan het negatieve signaal niet genegeerd worden. Voor een deel van de Kamer hoeven de Spelen niet meer zo nodig.

De ironie wil dat minister Schippers dit aan zichzelf te danken heeft. . Zij opereerde zo onhandig dat veel van het opgebouwde krediet is afgebrokkeld. Tot afgrijzen van NOC*NSF, waar het Olympisch Plan 2028 zes jaar geleden werd bedacht. Saar Boerlage had de sportkoepel geleerd dat een olympische kandidatuur van Nederland een delicaat proces is. Voor alles wilden initiatiefnemers voorkomen dat negativisme de overhand kreeg.

NOC*NSF begreep dat eerst de geesten in Nederland moesten worden rijp gemaakt. Zonder draagvlak geen Spelen. Maar hoe doe je dat? Door de bevolking aan het idee te laten wennen. Nederland op olympisch niveau brengen, heet dat in bestuursjargon. Als een meerderheid de Spelen ziet zitten, moet in 2016 over kandidatuur worden besloten.

De politiek omarmde van meet af aan het Olympisch Plan, maar is daarbij inmiddels doorgeschoten. De minister wilde, tegen de zin van NOC*NSF, een kosten- en batenberekening. De minister wil, tegen de zin van NOC*NSF, nog dit jaar een keus tussen Amsterdam en Rotterdam als kandidaatsstad. In Den Haag was, tegen de zin van NOC*NSF, de blik vooral op 2028 gericht en minder op het plan om van Nederland een prachtig sportland te maken. De koepel verloor zijn grip.

Nu zijn het rekensommen uit Den Haag , hoe prematuur ook voor Spelen in 2028, die het Olympisch Plan ondergraven. Toen externe bureaus berekenden dat de maatschappelijke kosten voor Olympische Spelen (vooralsnog) zo’n acht miljard euro zullen bedragen, schrok Schippers. Leg dat de bevolking maar uit in zware economische tijden. Schippers besloot dat bedrag niet in een aanbiedingsbrief te vermelden.

Een rel was geboren. Het vooruitzicht van (te) kostbare Spelen valt doorgaans niet goed bij zuinige Nederlanders, van wie de steun voor het Olympisch Plan, zo bleek uit een opiniepeiling, is afgebrokkeld tot zo’n 30 procent.

En toen moest Schippers nog aan haar optreden in de Tweede Kamer beginnen. Daar was bijna sprake van een politieke afrekening in relatie tot de Olympische Spelen. Een negatiever signaal voor de publieke opinie is bijna niet denkbaar.