Het gaat niet om de vaastijd

Omdat het voelde als lente leek het me een goed plan om de Bollenstreek te bezoeken. Gebeld met Piet de Vries, directeur van de Keukenhof. Hij had een drukke werkdag achter de rug, maar vond toch nog tijd om zich op te winden over ‘de Nederlandse houding tegenover de snijbloem’. Het kwam erop neer dat

Omdat het voelde als lente leek het me een goed plan om de Bollenstreek te bezoeken. Gebeld met Piet de Vries, directeur van de Keukenhof. Hij had een drukke werkdag achter de rug, maar vond toch nog tijd om zich op te winden over ‘de Nederlandse houding tegenover de snijbloem’. Het kwam erop neer dat Nederlanders altijd ‘mekkerden’ over de ‘vaastijd’ – de tijd dat de bloem, bijvoorbeeld de tulp – mooi bleef, terwijl het andere volken – hij roemde in dit verband ‘de Polen’, ‘de Duitsers’, ‘de Amerikanen’ en ‘de Japanners’ – ging om het ‘geefmoment’.

Ja hoor, zelfs een baksteen kan verbronsd, verguld of verzilverd worden

„Wat er daarna met bloemen gebeurt, interesseert ze geen bal. In de Keukenhof zie ik Japanners tulpen fotograferen als de blaadjes uitvallen, zo kan het dus ook.”

De volgende dag reisde ik met het openbaar vervoer naar Hillegom, hartje Bollenstreek. Om een lang verhaal kort te maken: geen bollenveld gezien. Ik stapte een dorp te vroeg uit. De Keukenhof lag niet in Hillegom, maar een busreis verderop in Lisse en daarvoor was ik op dat moment te lamlendig. Voorjaarsmoeheid, ook een lentedingetje.

In Hillegom dronk ik vier dubbele espresso’s op het terras van Grand Café Flora, waar de serveerster de hele tijd zei dat ik als alternatief mooi door de Amsterdamse Waterleidingduinen kon wandelen, het waarom bleef onduidelijk, bloemen waren daar niet.

Ik beperkte me tot een tocht door het centrum. Hillegom kende geen noemenswaardige attracties, maar ze hadden er wel een ‘Blokhak’, een schoenmaker gelieerd aan winkelketen Blokker.

De zool van de gymschoen liet los, maar daar viel volgens de schoenmaker van dienst niets meer aan te doen. Hij wees nog wel even op een zelfgemaakt rijmpje aan de muur – ‘Wees wijs haal uw tweede sleutel voor de halve prijs’ – en attendeerde me op een nieuwe service. Of ik nog spullen had die ik wilde vergulden, verzilveren of verbronzen?

Tuurlijk, er schoot me van alles te binnen.

Mijn asbak, mijn aansteker, mijn vriendin.

Niks geks aan, zag ik later op de site van Blokhak Hillegom. Er stond wat er allemaal behandeld kon worden.

Fopspeen, damesschoen, herenschoen – ‘Ook het navelstrengklemmetje kan behandeld worden’ – , klomp, zuigfles, champagnekurk, injectienaald – ‘Afscheidscadeau voor bijvoorbeeld de zuster of dokter’ – brandweerhelm – ‘Ook dat is mogelijk om als sieraad neer te zetten’ – , handschoen – ‘Ook leuk’ – , pet, hoed, melkkruik, hoefijzer, tennisracket, paardrijlaars, voetbal, basketbal, drumstokjes, golfbal, tennisbal, marktklem, theelepel, fotocamera, baksteen – ‘Ja hoor, zelfs een baksteen kan verbronsd, verguld of verzilverd worden’ – bierglas in de vorm van een laars, Sony Playstation controller…

Het kwam hier op neer: eigenlijk alles, behalve ‘levende, dode of half dode materialen’ – dat gaat natuurlijk stinken – konden ze behandelen. Wat je met zo’n verzilverde paardrijlaars of Sony Playstation controller moest, bleef onduidelijk, maar deed dat ertoe?

Nee, natuurlijk niet.

Het is altijd leuk als je met een verzilverde paardrijlaars thuiskomt, zeker in Hillegom. Het geluk zit in het geefmoment, de ‘vaastijd’ doet er niet toe, typisch Nederlands gezeik.