Europa wil ja horen uit Dublin

Op 31 mei stemt Ierland over het nieuwe begrotings-verdrag van de EU. De houding ten opzichte van Brussel is verhard. Veel Ieren eisen meer eigen speelruimte.

De term „met een pistool tegen het hoofd” valt dezer dagen vaak in Ierland. Want hoewel de Ieren tot nu toe de enigen zijn die mogen stemmen over het nieuwe EU-begrotingsverdrag, hebben ze niet het idee dat er veel te kiezen valt. „De keuze is niet ‘ja’, maar ‘ja, meneer’ ”, schreef de invloedrijke columnist Fintan O’Toole in The Irish Times.

Vooralsnog heeft de regering-Kenny in de peilingen een voorsprong: 49 procent steunt de nieuwe begrotingsregels. Maar dat zegt, met nog twee maanden te gaan tot het referendum, niets. De volksraadpleging wordt op 31 mei gehouden, kondigde de regering gisteren aan.

„De uitkomst van referenda is ontzettend onzeker”, zegt politicoloog Theresa Reidy van University College Cork. Ze deed onderzoek naar hoe de Ieren bij voorgaande referenda – zowel over de EU, als over nationale en lokale kwesties – stemden, en waarom. „De regering doet er goed aan niet achterover te gaan leunen.”

Bij de referenda over zowel ‘Nice’ als ‘Lissabon’, waarbij de Ieren nee zeiden tegen Europa, gebeurde dat wel, zegt ze. „De taoiseach [premier] zei over Lissabon dat hij het verdrag niet had gelezen. Daarmee gaf hij munitie aan het nee-kamp. Achttien maanden later haalde de regering alles uit de kast, en werkte ze samen met verschillende organisaties en grote werkgevers.” Beide keren gingen de Ieren pas akkoord toen de verdragen opnieuw werden voorgelegd.

Maar de uitdagingen voor het ja-kamp zijn ditmaal groter. Hoe verkoop je een begrotingsverdrag dat bol staat van sancties, convergentiedoelen en uitgavenplafonds? Daarmee waren de huidige Ierse problemen – begonnen met een vastgoedbel, niet met te hoge staatsuitgaven – niet voorkomen. En bovendien: „Niemand heeft echt een principiële mening over begrotingsregels”, is Reidy’s nuchtere conclusie.

Het referendum zal voor kiezers dan ook over iets anders gaan. „Er worden altijd andere kwesties opgevoerd”, zegt Reidy. „Nuanceringen bereiken maar weinig kiezers.” Tijdens Lissabon ging een deel van het debat bijvoorbeeld over een gezamenlijk Europees leger (waarvan geen sprake was). Nu zal de oppositie zeker proberen de door Europa en het IMF opgelegde bezuinigingsmaatregelen te gebruiken.

En daarin schuilt gevaar. Na vier jaar van bezuinigingen, en met nog zeker vijf jaar te gaan, verhardt de Ierse houding ten opzichte van Europa. Veel Ieren hebben het gevoel hun soevereiniteit te zijn verloren.

Kenny wordt niet geholpen door Brussel. Terwijl de Ieren onlangs van EU-commissaris Ollie Rehn „pacta sunt servanda” te horen kregen (je moet je afspraken nakomen) over het terugbetalen van een lening van 3,1 miljard euro aan Anglo Irish Bank, mogen de Spanjaarden hun begrotingstekort laten oplopen. Het zijn verschillende zaken, maar toch. De Ieren voelen zich het beste jongetje van de klas dat nu wordt gestraft.

Als columnist O’Toole een graadmeter is, belooft dat weinig goeds. „Onze voeten zijn afgesneden maar we moeten toch voor Nicolas Sarkozy’s en Angela Merkels Eurovisieshow Riverdance uitvoeren”, schreef hij onlangs. O’Toole steunde eerdere referenda.

Op straat in Cork is nog weinig van euroscepsis te merken. Alleen de Duits-Ierse studente Sarah-Marie Hanke zegt iets van anti-Europese gevoelens te hebben opgepikt. De eigenaar van haar bed & breakfast had enigszins zuur opgemerkt dat „alleen de Duitsers het zich nog kunnen veroorloven om te reizen”.

Wel duidelijk is dat het referendum een peiling wordt over de populariteit van de regering-Kenny, die vorig jaar aantrad. De meeste voorbijgangers vinden dat „het onze eigen schuld is dat we in deze toestand zijn beland”. Maar de regering had in Brussel moeten onderhandelen voor „iets meer flexibiliteit, iets meer ademruimte”, zegt de 65-jarige taxichauffeur Paschal O’Donovan. Hij vertelt over de waterbelasting die wordt ingevoerd, en andere nieuwe aanslagen voor huishoudens. „Ondertussen verdienen we minder.” Het is twee uur, en hij heeft pas 16 euro verdiend.

Ook Hugh Hennesy, directeur van een exportbedrijf, merkt dat de Ieren minder kunnen uitgeven. Bij zijn bedrijf gaat het goed, de Ierse export groeit. Terwijl hij een sigaret rookt, kijkt zijn vrouw rond in de gloednieuwe Opera-winkelstraat. Ze is een van de weinigen. „Anderen voelen duidelijk het effect”, weet Hennesy, en rekeningen worden minder snel betaald. Hij is voor strengere begrotingsregels. Maar dan wel voor iedereen, niet alleen voor Ierland, Griekenland en Spanje: „In het verleden hebben ook de Fransen zich niet aan de regels gehouden.”