Een fladderig wolkenmeisje dat pist als een vent

Hemel. Regie: Sacha Polak. Met: Hannah Hoekstra, Hans Dagelet, Rifka Lodeizen. In: 9 bioscopen.

Hemel is zo zacht en fladderig als een wolkenmeisje. Maar ze pist als een vent. Staand. Klaterend in de wc-pot. We zien meisjes niet vaak plassen in films, we zien überhaupt niet vaak mensen plassen in de film, laat staan zo. Postcoïtaal. Indiscreet. Onappetijtelijk.

Het kan Hemel dan ook niet zo heel veel schelen wat ze van haar denken. De mannen met wie ze het bed deelt. Ze neukt een slag in de rondte op een manier die we van hedendaagse mannen al lang niet meer aantrekkelijk vinden. Ze doet ondanks het feit dat actrice Hannah Hoekstra een snoepje op het filmdoek is, ook niet zoveel moeite om ons, het publiek, te behagen. Hemel is op zoek naar zichzelf en wie haar daarbij niet behulpzaam is, wordt hardhandig afgedankt. Je zou kunnen zeggen dat ze een probleem met intimiteit heeft. Maar Hemel, de film die haar naam draagt, nodigt niet zo uit tot psychologische duiding.

Hemel is het regiedebuut van Sacha Polak (1982), een groot filmtalent dat eerder opviel met korte films over de kwetsbaarheid van familierelaties. Kwetsbaar is ook het sleutelwoord in Hemel, die op het Filmfestival Berlijn werd bekroond met de FIPRESCI-prijs van de filmkritiek. Filmjournalist Nick Roddick trok onlangs in filmblad Sight & Sound de lijn door van de expliciete seks in films van Paul Verhoeven en Wim Verstappen en Pim de la Parra in de jaren zestig en zeventig, naar de niet minder expliciete, maar eerder troosteloze seks in het werk van hedendaagse Nederlandse filmmaaksters als Sacha Polak, Nanouk Leopold en Urszula Antoniak.

Heeft de vrijmoedige generatie mannelijke taboedoorbrekers een zorgelijke generatie filmdochters gebaard die niet meer van seks kan genieten? Hemel suggereert zoiets. Ondanks al haar masculiene stoerheid is ze kwetsbaar. Je kunt haar zo wegblazen. De relatie met haar vader, die ze op een bijna incestueuze manier adoreert, is nog fragieler.

Het is begrijpelijk dat een film over iemand die zo vluchtig en ongrijpbaar is, niet traditioneel verteld wil worden. Maar de fragmentarische hoofdstukstructuur die is gekozen – geen plot, louter inkijkjes in haar bestaan – helpt niet erg om van Hemel een meisje van vlees en bloed te maken, hoeveel vlees we van haar ook aanschouwen. Het heeft iets te maken met de impliciete filmstijl, die zo’n kunstje is geworden in de artfilm dat het ook een manier is om van echte diepgang en engagement weg te blijven. Zou het niet weer verfrissend zijn als makers iets over hun hoofdpersonen durven te beweren?

Interview Sacha Polak, pagina 7