Een club die geen herensoos wil zijn

Een verzameling fossielen, die indruk wekte de KNAW ooit. De Akademie van nu zoekt nog naar een vorm.

Margriet van der Heijden

Redacteur Natuurwetenschappen

Wat voor instituut treft Hans Clevers, de deze week gekozen nieuwe president van de KNAW straks aan? Een voornaam instituut met een lange traditie, in elk geval.

Toen Lodewijk Napoleon in 1808 het Koninklijk Instituut oprichtte, de voorloper van de KNAW, stond hem een zwierig genootschap voor ogen. Voor de geleerde leden had hij een zwart kostuum in gedachten, met zilveren borduursel op de kraag, en zwarte zijden kousen eronder. Dat is er in Nederland niet doorgekomen. Maar ook in een gewoon net pak ogen de 220 geleerden van de KNAW deftig.

En stoffig, vinden sommigen. In de loop van de 204-jarige geschiedenis van de Akademie zag niet iedereen het belang in van deze club „waar heren aan hun pijpen lurken zonder oog te hebben voor de buitenwereld”, zoals Clevers’ voorganger Frits van Oostrom (KNAW-president van 2005 tot 2008 ) het met zelfspot zei.

Johan Rudolf Thorbecke bijvoorbeeld, minister van Binnenlandse Zaken vanaf 1849 en bedenker van de Hogere Burgerschool (HBS), verhulde niet dat hij het instituut overbodig vond. En in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog wekte de in zichzelf gekeerde KNAW een beetje de indruk van een verzameling fossielen.

Toch heeft de KNAW betekenis gehad voor de Nederlandse wetenschap, vindt de Groningse historicus en KNAW-lid Klaas van Berkel. Hij legde in twee dikke boeken – Stem van de Wetenschap – de tweehonderdjarige geschiedenis van de KNAW vast. „De KNAW heeft nieuwe vakgebieden in de wetenschap een eerste zetje gegeven”, zei hij in deze krant. De sterrenkunde bijvoorbeeld zou in Nederland nooit zijn opgebloeid zonder de steun van de KNAW. En ook wat nu TNO is, de organisatie voor toegepast onderzoek, is voortgekomen uit de KNAW.

Tegenwoordig noemt de KNAW zichzelf ‘Forum, geweten en stem van de wetenschap’. Die stem verheft de KNAW ook veel nadrukkelijker. Zo richtte Pim Levelt, president van 2002 tot 2005, De Jonge Akademie (DJA) op, een actief gezelschap van vijftig topwetenschappers tussen de 25 en 45 jaar. Een van hun doelen is om kennis te delen met de maatschappij, bijvoorbeeld door met een bus langs scholen te gaan.

En na Pim Levelt probeerde Frits van Oostrom om ook de „ramen” van de voorname Akademie zelf „verder open te zetten”. Hij stelde een onderwijsprijs voor scholieren in en liet geregeld van zich horen. Zo waarschuwde hij voor belangenverstrengeling als hoogleraren worden gesponsord en protesteerde hij tegen bezuinigingen op universiteiten.

De vertrekkende Robbert Dijkgraaf maakte ‘het huis van de wetenschap’ nog veel meer tot een podium voor de wetenschap, door er internationale gasten te ontvangen of prijzen uit te reiken. Onder zijn leiding probeerde de KNAW de stem van de wetenschap bovendien luider te laten klinken in Den Haag, al heeft dat niet geleid tot extra investeringen in onderzoek en wetenschap.

De plannen van Clevers zijn nog onbekend. Duidelijk is al wel dat de geesteswetenschappers in de KNAW zich wat weggezet voelen door de manier waarop de benoemingsprocedure is verlopen – met slechts één kandidaat, na fysicus Robbert Dijkgraaf alweer een bètawetenschapper.