Een arts is niet op aarde om winst te maken

Ziekenhuizen mogen volgend jaar winst uitkeren, als het aan het kabinet ligt. Ze worden steeds harder afgerekend op efficiency, concurrentie en productie. Een heilloze weg, voorspelt hoogleraar en darmchirurg Johan Lange.

„Ingewikkelde patiënten worden door gewone ziekenhuizen afgehouden vanwege de kosten. Dat zie je nu al”, zegt Johan Lange, hoogleraar chirurgie aan het Erasmus MC. Foto Bas Czerwinski

Johan Lange organiseerde een congres over liesbreukchirurgie. Een internationaal congres, waar de beste collega’s zouden komen. Hij nodigde ook de chirurg uit van een Nederlands ziekenhuis dat een ‘liesbreukstraat’ heeft – een soort lopende band – waarmee goede resultaten worden geboekt. Niet gek want ze opereren er duizend per jaar.

Lange: „De chirurg wilde graag komen vertellen wat ze doen.” Het was geregeld. Tot die man de volgende dag terugbelde: hij mócht het geheim van zijn succes niet komen delen. Dat, vond de directie van zijn ziekenhuis, zou hun concurrentiepositie schaden.

Johan Lange kan er niet over uit. Dat een ziekenhuis concurrentie belangrijker vindt dan kennisoverdracht. Dat andere patiënten geen baat mogen hebben bij de nieuwe inzichten die hun chirurg kan opdoen op een congres. Dat krijg je d’r van, zegt hij, als ze moeten concurreren.

Bijna driekwart van de medisch specialisten is tegen marktwerking in de ziekenhuizen, bleek maandag uit een enquête van vakblad Medisch Contact. En dan vooral tegen het wetsvoorstel dat minister Edith Schippers van Volksgezondheid onlangs naar de Tweede Kamer stuurde.

Het voorstel [zie inzet] maakt de weg vrij voor ziekenhuizen om winst te gaan uitkeren. Want ziekenhuizen, vindt Schippers, zijn te afhankelijk van banken. Voor kapitaal moeten ze ook (buitenlandse) investeerders kunnen aantrekken. En die willen doorgaans winst zien.

Lange zegt dat marktwerking voor ziekenhuizen een ramp wordt. Hij is bestuurslid (voor ‘patiëntveiligheid’) van de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, waar alle chirurgen bij zijn aangesloten. En hij is hoogleraar chirurgie aan het Erasmus MC (geeft college over fouten die artsen hebben gemaakt). Maar hij spreekt niet namens de vereniging, noch namens het academisch ziekenhuis. Hij spreekt namens zichzelf: een 58-jarige Rotterdamse darmchirurg.

Marktwerking maakt de ziekenhuiszorg goedkoper, zeggen voorstanders. En dat mag wel, want de kosten zijn in zes jaar met 20 procent gestegen tot 20 miljard euro vorig jaar. Als een operatie te duur is, is het idee, zal de klant (verzekeraar) naar een ander ziekenhuis gaan.

Lange: „Welnee. Dat is in alle landen waar marktwerking is ingevoerd, niet gebeurd. In Amerika niet en elders evenmin. Je ziet juist dat artsen overbehandelen om zich in te dekken tegen fouten en claims van patiënten: toch maar die scan en die bloedtest, want wie weet mis ik anders een tumor.”

Lange is gespecialiseerd in kijkoperaties, waarbij hij via kleine gaatjes bij kankerpatiënten een darmtumor verwijdert. Priegelwerk. „Je kunt niet met je handen voelen, zoals bij een operatie met een grote snee. Je moet de anatomie heel goed kennen.” Hij doet onderzoek, geeft onderwijs, opereert en ontvangt wekelijks patiënten op de poli. Hij werkt, zegt hij, zeven dagen per week en vindt dat fijn.

Lange hoort niet bij een politieke stroming. Hij vindt alleen dat een arts niet op aarde is om winst te maken. Natuurlijk, artsen verdienen graag goed. Een reden voor de samenleving om ze goed te betalen is er ook: daardoor zijn ze niet corrupt zoals in sommige landen. En zeker, zegt hij, als het ziekenhuis ze gaat afrekenen op winst, en dus efficiency, dan zullen er artsen zijn die meedoen. „Maar als ik mijn studenten leer: ‘de patiënt gaat vóór alles’, kán ik ze niet ook leren: ‘je wordt ook ondernemer, dus zorg dat je winst maakt’.”

De afgelopen jaren gingen specialisten juist steeds meer samenwerken, zegt Lange. En inzien dat zij níet in hun eentje de baas zijn en dat ze fouten moeten toegeven. Dat leerden ze van de luchtvaart die er sinds 1977 mee bezig is.

Na de vliegramp op Tenerife bleek dat de gezagvoerder de adviezen van de co-piloot had genegeerd. „Die hele manier van denken: dat je een team bent en dat de specialist ook moet luisteren naar ondergeschikten en andere artsen, is in ziekenhuizen in opkomst sinds begin deze eeuw. Een rapport uit 1999 over Amerikaanse artsen schudde ons wakker. Wij zijn feilbaar, net als iedereen. Dat moeten we erkennen. En de enige manier om vervolgens fouten te vermijden, is om samen te werken.”

Elk jaar sterven er in Nederland nog ongeveer 2.000 patiënten door fouten van artsen en andere zorgverleners. Lang niet alle specialisten vinden het makkelijk om fouten toe te geven, zegt Lange. Negentig procent van de ‘incidenten’ (mogelijke fouten) wordt bij directies gemeld door een verpleegkundige en niet door een arts.

Toch werken de meeste artsen steeds beter samen. „Zeker de jonge generatie.” Ook met collega’s uit andere ziekenhuizen. „Ze verwijzen een patiënt door als ze denken dat een collega elders er meer verstand van heeft. Vaak werken ze ook in een paar ziekenhuizen, in netwerken. Ze leren van elkaar.”

Lange noemt als voorbeeld de uitbraak van de multiresistente Klebsiella bacterie OXA 48 in het Maasstad Ziekenhuis vorig jaar. Honderden patiënten werden besmet en drie patiënten overleden onnodig. „Daarna zijn alle ziekenhuizen in de regio afspraken met elkaar gaan maken: hoe voorkomen we samen dat zo’n epidemie ontstaat.”

Dat kan allemaal niet als je met elkaar concurreert, zegt Lange. „Dan is het ene ziekenhuis er stiekem blij mee dat het imago van een naburig ziekenhuis is verslechterd door zo’n epidemie.”

Sterker, zegt hij, in een markt zal het belang van patiënten niet altijd voorop staan. Winst wel. „Ingewikkelde patiënten worden afgehouden, vanwege de kosten. Dat begint nu al. De enige ziekenhuizen die zulke patiënten niet mogen weigeren, zijn de acht academische. Die doen niet mee met de marktwerking. In Amerika zie je hoe concurrerende ziekenhuisketens met aandeelhouders werken. Dat zijn gewoon bedrijven. Met mooie, glimmende jaarverslagen. Maar moeten we die verslagen echt geloven?