'Echte vechters laten niet merken wat ze voelen'

Net als ‘mixed martial arts’-vechtster Gina Carano in Haywire werd de Haagse thaibokskampioen Soumia Abalhaya gevraagd voor een vechtfilm. „Leuk hoor, om in de film zo’n powervrouw te zien.”

Er klinken af en toe wat kreten van goedkeurig uit de bioscoopstoel naast me, waar viervoudig wereldkampioene thaiboksen, presentatrice en actrice Soumia Abalhaya (Den Haag, 1988) naar Haywire zit te kijken. En na een wel heel geslaagde vechtscène waarin hoofdrolspeelster Gina Carano tegenspeler Michael Fassbender alle hoeken van een hotelkamer laat zien, krijg ik een high five. „Zo, die kan wel vechten.”

‘Die’ dat is natuurlijk Carano, de Amerikaanse kickbokster en mixed martial arts-vechtster die net als Soumia (ze gaat alleen met haar voornaam door het leven) op grond van haar prestaties in de ring voor het witte doek werd ontdekt. Met Soumia naar een vechtfilm kijken, is bijna alsof je een echte wedstrijd ziet. Er wordt aangemoedigd en becommentarieerd.

Soumia bokst sinds haar zus, die ook aan vechtsport doet, haar op haar veertiende meenam naar de sportschool. Ze was meteen verkocht. „Ik was altijd een wilde, een beetje een tomboy. Het boksen is ook een uitlaatklep. Het geeft een gevoel van vrijheid. Even je hoofd leegmaken.” Met veel technische termen legt ze het verschil uit tussen de verschillende bokssporten. Bij thaiboksen mag je stoten, knieën, trappen en clinchen, met je armen een soort klem om de nek doen. „En wat Gina in Haywire doet is een mix van kickboksen en MMA – mixed martial arts. Daarbij mag je ook worstelen op de grond. Dat zie je bijvoorbeeld in de klemmen die ze doet in die hotelscène, met haar benen rondom zijn nek, dat choken, dat is meer worstelen.”

„Gina kende ik wel al”, vertelt Soumia na afloop van de film. „Ze heeft ook een aantal titels gewonnen en sommige meisjes uit Nederland hebben ook wel eens tegen haar gestaan. In Amerika is zij echt een grootheid. Als je zo iemand op het witte doek ziet, dan doet dat wel wat. Stoer hoor. Leuk om weer eens zo’n powervrouw in een film te zien. Je hebt weinig van dat soort vechtheldinnen. Ze is echt daar ‘to finish the job’, dat zegt ze ook een paar keer in de film. Ik kon me wel in haar herkennen. Ze heeft de looks. The eye of the tiger, noem ik dat altijd. Dat heeft zij.”

Soumia verslond als tiener alle martial arts-films die ze te pakken kon krijgen: Bruce Lee, Jean-Claude Van Damme, Jackie Chan. „Je gaat wel kritischer kijken als je zelf vecht. Je wilt weten hoe ze het doen. Wat me in Haywire opvalt is dat er onder de vechtscènes vrij weinig muziek zit. Je hoor echt het gehijg en pets, pets, pets. Dat ben je in de nieuwere martial arts-films niet meer zo gewend, dat is echt iets van de oudere garde fighters, zoals Bruce Lee. Soderbergh draait ook vrij lange shots. Hij laat zien dat een gevecht echt moeite kost. Ja, tenzij je iemand meteen knockie slaat of choket.”

Het grote verschil met filmvechten en echt vechten ontdekte Soumia toen ze in 2008 kort voor haar achttiende verjaardag werd gecast voor de Thaise film Chocolate, van regisseur Prachya Pinkaew. Die is zo bekend dat zijn film Ong-bak (2003) zelfs in de Nederlandse bioscopen werd uitgebracht. „Bij echt vechten hou je je er niet mee bezig hoe het eruitziet. Daar heb je helemaal geen tijd voor. Dat gaat allemaal veel te snel. In Chocolat speelde ik een bad girl, ik was de lijfwacht van de slechterik. Geen tekst. Net zoals bij Gina Carano ging het alleen maar om de skills. Toen ik op de set kwam, kreeg ik eerst een workshop stuntvechten. Ik moest echt leren dat je maar ongeveer 30 procent van je kracht geeft. En je moet leren vallen. Goed kunnen vallen is het geheim van elke vechtfilm. Dat kan, omdat je weet dat die klap en die val eraan komen. Dus kun je gefaseerd vallen. In een echt gevecht kan dat niet. Dan is alles verrassing.”

Van Gina Carano kan ze op grond van Haywire nog wel een paar nieuwe moves leren. Alles is heel goed in beeld gebracht. „Daar zie je ook aan dat het film is. En aan die mannen. Dat zijn natuurlijk allemaal acteurs, geen vechters. Al zullen ze wel een heel goeie workshop hebben gehad, want ik zag weinig stunts. Maar aan de manier waarop ze soms hun hoofd wegdraaien, zie je dat ze spelen. Net een beetje overdreven. Vechters hebben een veel hogere pijngrens. Die zullen niet zo snel laten merken wat ze voelen.”