De paus houdt zich koest in Cuba

De Kerk in Cuba bevindt zich in een lastige positie tussen het regime en de dissidenten. Gisteren sprak paus Benedictus XVI met president Castro.

Redacteur Noord- en Zuid-Amerika

Rotterdam. In het vliegtuig van Rome naar Mexico omschreef paus Benedictus XVI het marxisme vorige week nog als een „verouderd model” zonder plaats in de moderne wereld. Maar toen het hoofd van de Katholieke Kerk maandag landde in het communistische Cuba voor de tweede stop van zijn Latijns-Amerikaanse tournee was er van kritiek geen sprake meer. Benedictus XVI en president Raúl Castro begroetten elkaar hartelijk.

Het uitblijven van hard commentaar op het Cubaanse regime illustreert de gecompliceerde verhouding tussen de Katholieke Kerk en de regering in Havana. Na decennialange marginalisatie heeft het geloof meer ruimte gekregen sinds het succesvolle bezoek in 1998 van de vorige paus, Johannes Paulus II. Partijleden mogen sindsdien lid zijn van de Kerk en Kerst is hersteld als feestdag.

Katholieke leiders willen die herwonnen vrijheid niet verspelen. Maar dissidenten in Cuba willen dat de Kerk – de enige maatschappelijke organisatie van betekenis in Cuba naast de communistische partij – veel nadrukkelijker opkomt voor politieke gevangenen in Cuba en het herstel van democratie.

Paus Benedictus XVI liet zich alleen indirect uit over dit soort gevoelige onderwerpen. In de oostelijke stad Santiago bad hij gisteren voor de toekomst van de Cubanen op hun weg van „vernieuwing” en maandag zei de paus, die gisteren sprak met Raúl Castro, dat hij de „gegronde verlangens” van Cubanen in zijn hart draagt. Speciaal die van „gevangenen en hun families”.

Leiders van de Katholieke Kerk in Cuba bemiddelden vorig jaar bij de vrijlating van een groep critici van het regime, maar houden sindsdien op afstand. Voorafgaand aan het pausbezoek zei de kardinaal van Cuba, Jaime Lucas Ortega, in een interview met de krant van het Vaticaan, L’Osservatore Romano, dat er geen politieke gevangenen meer zijn. Tot woede van dissidenten, die zeggen dat er nog 46 vastzitten.

Volgens dissident Elizardo Sánchez, voorzitter van een Cubaanse mensenrechtenorganisatie, wil kardinaal Ortega de „goede banden” met de Castro’s bewaren. „Kardinaal Ortega zegt dingen die niets met de werkelijkheid te maken hebben”, zei Sánchez tegen El Universal, een krant in Venezuela. Maar, erkende ook Sánchez in eerdere interviews, de kardinaal kan niet veel anders, wil hij blijven praten met het regime.

Het leven van de 75-jarige Cubaanse kardinaal is een miniatuur van de penibele positie van de Katholieke Kerk in Cuba. Als jonge priester werd Jaime Ortega in de jaren zestig door de communistische revolutionairen in een werkkamp gezet. Toen hij vrijkwam, wilde zijn vader dat hij vluchtte naar Spanje. Ortega bleef en in 1994 werd hij de tweede kardinaal in de geschiedenis van Cuba.

Ortega wordt door sommigen geprezen om zijn „stille diplomatie”. In een recent gesprek met persbureau AP zei Tom Quigley, oud-adviseur van de Amerikaanse Conferentie van Bisschoppen, dat Ortega heeft gezorgd dat de Kerk nu in „een veel betere positie” is dan op enig moment sinds de revolutie in 1959.

Maar anderen vinden dat Ortega het regime te innig omarmt. In 2007 probeerde hij het kerkblad Vitral te sluiten nadat het steeds kritischer werd over de regering. Amerikaanse diplomaten in Havana schreven in vertrouwelijke memo’s, verkregen door WikiLeaks, dat de Kerk de standpunten van de regering overneemt „van kardinaal Ortega tot aan de nonnen in de provincie”.

Kort voor het pausbezoek liet kardinaal Ortega een groep dissidenten verwijderen die een kathedraal in Havana bezet hielden. Ze wilden een gesprek afdwingen met Benedictus XVI. Met de ontzetting heeft Ortega het laatste restje sympathie van de oppositie verloren, schreef de Cubaanse activistische blogger Yoani Sánchez gisteren in El País. Voor de Katholieke Kerk in Cuba lijkt dat eerder een zegen dan een vloek.