De koning moet bier brouwen, vindt de nar

Freek de Jonge als nar in ‘De Kneep’ uit 2003 Foto Henk Jan Kamerbeek

Wie is de Nar? Spelen met de macht, door Theater Instituut Nederland in Pulchri Studio, Lange Voorhout en Anna@KV20, Den Haag. T/m 1/4. Inl: theatermuseum.nl

„Een nar is kind, komiek, clown, cabaretier, vrolijke Frans en duivel in een en dezelfde persoon”, zei cabaretier Freek de Jonge in 1994 naar aanleiding van zijn rol van Nar in Shakespeares King Lear.

Op de expositie Wie is de Nar? Spelen met de macht die het Amsterdamse Theater Instituut Nederland in Den Haag verzorgt, wordt duidelijk hoe divers de rol van een nar is. Hij mag alles wat normale mensen niet gegund is: hij onderwerpt de koning aan kritische vragen, houdt hem een spiegel voor en maakt zelfs zijn macht lachwekkend.

Neerlandicus Herman Pleij wijdde een boek aan de zotten van de beschaving. In de eeuw van de zotheid betoogt hij op flamboyante wijze dat „narren bij uitstek de vertegenwoordigers zijn van de omgekeerde wereld. Een nar ridiculiseert de autoriteit van de koning. Hij draait de bestaande orde om. De nar is de kolderieke vertrouweling van de koning.”

Een tentoonstelling over narren in het bestuurlijke machtscentrum dat Den Haag is, vraagt om een blik op hedendaagse narren. Zijn dat de cabaretiers? Of zijn dat de machthebbers zelf, de politici van nu? Het antwoord vinden we in een expositieruimte die Anna@KV20 heet, gelegen aan het Korte Voorhout 20. Hier is een stikdonker spookhuis ingericht, waar de bezoeker op de tast doorheen moet. Dan stuit hij plots op fotoportretten van hedendaaggse politici als Cohen, Wilders en Roemer. Ze kijken ons indringend aan. Totdat hun gezicht transformeert tot een tronie met felrode lippen, rode dopsneus, witte wangen, zwarte vegen boven de ogen. De machthebber is nar geworden; ze zijn één en dezelfde figuur. In het donker voor ons zweven historische marionetten uit de collectie van het Theater Instituut. De symbolische betekenis is duidelijk: wie trekt er aan de touwtjes?

De rol van de historische nar uit de zestiende en zeventiende eeuw is uitgespeeld, dat is de strekking van de tentoonstelling. In Pulchri Studio is een glazen doolhof gebouwd, zoals die op de kermis staat. De bezoeker moet oppassen niet tegen een spiegelwand of een glazen ruit te botsen. In dit paleis vinden we op schilderijen, affiches foto’s narren door de eeuwen heen. In 1990 vertolkte Pierre Bokma de narrenrol naast de koning Lear van Ton Lutz. Hij droeg een zotskap in de vorm van een vogel. Ook zijn narrenkostuums tentoongesteld, versierd volgens de mode der narren met puntmuts met belletjes eraan en groene, gele, zwarte en rode driehoeken. Een van de vaste attributen van de nar is de marot, een zotskop op een stok. De nar ging in dialoog met zijn evenbeeld en kon op die manier de meest bizarre mededelingen doen of scherpe vragen stellen.

Tegelijk met de tentoonstelling brengt toneelgezelschap ’t Barre Land Koning Lear en de narren zijn kwaad, een nieuwe versie van Koning Lear. In de nieuwe vertaling van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes lezen we fraaie uitingen van de nar die we moeiteloos politiek kunnen duiden. Zo praat de nar tegen de koning: „Wordt priesters woord tot hol gesnater,/ Wordt brouwers bier gemengd met water,/ Als struikrovers niet buiten komen/ En hoer en pooier kerken bouwen, / Dan wordt het rijk van Albion/ Éen groot chaosbastion.” Met andere woorden: als de bestaande orde omver wordt gegooid, als brouwers geen bier brouwen maar water schenken, dan wordt de wereld een grote chaos. In deze optiek is de nar dus degene die niet zozeer ontregelend optreedt als wel de koning ervoor waarschuwt dat hij zijn rijk op orde moet houden.

Volgens samensteller Rob van der Zalm vervulden tal van cabaretiers lange tijd de rol van narren. „Maar”, aldus Van der Zalm, „hun kritische rol is uitgespeeld. Ik vraag me af wie de macht nu nog een spiegel voorhoudt. Want de machthebbers zelf hebben werpen zich op als de narren van nu. Ze verschijnen op televisie in satirische programma's, ze brengen vlotte oneliners te berde, zijn grappig en weten als nooit eerder scherpe of kritische vragen met een kwinkslag weg te wuiven.”

De hofnar van destijds bestaat dus niet meer. Filosoof Leonhard de Paepe heeft die ontwikkeling mooi geformuleerd in de volgende uitspraak, die ook op de tentoonstelling te lezen valt: „Het is onmogelijk geworden om een nar in de Nederlandse politiek aan te wijzen, omdat de politiek zelf ironisch is geworden.” Vormden vroeger de koning en de nar een onverbrekelijke twee-eenheid, nu is de scheiding tussen machthebber en zot weggevallen. De narren van toen, dat zijn de politici van nu.

Koning Lear en de narren zijn kwaad door ’t Barre Land. T/m 27/4. Inl: barreland.nl. Komende zondag vindt om 16.00 een talkshow plaats over de nar in Diligentia, Den Haag.