Assad aan de duimschroeven

In Syrië zitten ook kinderen om politieke redenen gevangen. Volgens Navi Pillay, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN, zitten er niet alleen honderden kinderen in de cel maar verkeren ze ook in mensonterende omstandigheden en worden ze zelfs gefolterd.

Het bewind van president Bashir al-Assad houdt kinderen vast om ze als „gijzelaar of als informatiebron” te kunnen inzetten, aldus Pillay. De verantwoordelijkheid voor dit „afgrijselijke misbruik” van kinderen ligt volgens de Hoge Commissaris van de VN bij Assad. Hij kan er met een eenvoudig bevel aan zijn veiligheidstroepen een einde aan maken.

Als de Syrische president een halt zou toeroepen aan ten minste dit geweld – het pakken van kinderen is een methode die past bij totalitaire regimes – zou hij een minuscuul signaal afgeven dat hij de bemiddeling van VN-afgezant Kofi Annan niet alleen pro forma aanvaardt.

Nadat westerse en Arabische conceptresoluties in de Veiligheidsraad waren gesneuveld op (dreigende) veto’s van de permanente leden Rusland en China, heeft Annan namens de VN en de Arabische Liga een zespuntenplan opgesteld dat Assad heeft aanvaard. Het plan behelst onder meer een dagelijkse wapenstilstand van twee uur, zodat humanitaire hulp kan worden geboden, en ook de vrijlating van willekeurig gearresteerde burgers.

Als dit plan zelfs niet voor kinderen zou gelden, wat betekent het woord van het bewind in Damascus dan nog? Bij de oppositie, die zich gisteren in Istanbul per communiqué heeft verenigd onder de vlag van de Syrische Nationale Raad, heerst dan ook scepsis over de uitvoering van het plan-Annan. Logisch. In weerwil van punt 2 – bescherming van de burgerbevolking onder supervisie van de VN – neemt het geweld niet af. Vandaag zou de aanval zijn geopend op het dorp Qalaat al-Madiq.

Kofi Annan kan op Assad druk uitoefenen tot hij een ons weegt, hij staat machteloos. De enige twee externe krachten die Damascus wellicht tot enige inkeer kunnen brengen, zijn Rusland en China. Annan heeft in feite de koers van deze landen gevaren: geen veroordeling van alleen het geweld van Assad, wel pogen om de humanitaire catastrofe te beperken.

Het Westen en de Arabische Liga hebben zich neergelegd bij die machtspositie van beide vetostaten. Maar dat schept omgekeerd ook verplichtingen. De Chinese regering komt er niet mee weg als ze, zoals vanmorgen, alleen maar een appèl doet op Assad om het plan-Annan te eerbiedigen. En de Russische regering, die via minister Sergej Lavrov van Buitenlandse Zaken diep bij de Syrische crisis betrokken is, zal de duimschroeven moeten aandraaien. Rusland en China moeten nu echt leveren. Niet met woorden, maar met concrete en effectieve acties.