Als de Kuip zich tegen je keert, ben je verloren

De Kuip is al 75 jaar gevreesd bij voetballers. Maar het stadion is ingehaald door de tijd. Voor interlands en popconcerten wordt liever de Arena gebruikt.

Andreas Kouwenhoven

Stadsverslaggever Rotterdam

Een doelpunt in de Kuip. Dat voelt anders dan in andere stadions. Carlo de Leeuw (52), linksbuiten in het eerste elftal van Feyenoord en nu materiaalman, weet het zeker. Het gevoel van opspringende supporters na een goal. „Dan trilt het stadion een beetje.” Het komt door de veengrond onder Rotterdam. Soms is het als een woeste zee. Tijdens de kwartfinale van de UEFA Cup in 2002 bijvoorbeeld. De Leeuw: „Je zag het stadion letterlijk heen en weer gaan.” Dat gevoel heb je nergens anders.

‘Stadion Feijenoord’, bijnaam de Kuip, bestaat 75 jaar. Het gold jarenlang als het mooiste voetbalstadion van Europa. Op dit gras dribbelden Coen Moulijn en Jószef Kiprich. Hier won Ajax in 1972 de Europa Cup, Feyenoord in 2002 de Uefa Cup. Hier speelden de Rolling Stones en Michael Jackson. Prince.

Maar een groots jubileum wordt niet gevierd. Gisteren gaf Feyenoord een besloten receptie voor haar personeel en sponsors. De supporters staan er nog even bij stil, komende zondag. Maar dat is alles. Misschien is dit het laatste jubileum.

„De Kuip gaat de tachtig jaar niet halen”, zegt directeur Jan van Merwijk. Het stadion krijgt geen grote popconcerten meer geboekt. De KNVB houdt er minder interlands dan in de Arena. En de Kuip raakt ook nog zijn eigen club kwijt. Feyenoord wil verhuizen omdat er te weinig faciliteiten zouden zijn.

Hoe anders was dat in 1934, toen Feyenoord-voorzitter Leen van Zandvliet het idee lanceerde voor een voetbaltempel voor 65.000 toeschouwers. Een zeer ambitieus plan, om het Olympisch Stadion in Amsterdam voorbij te streven en het grootste stadion van Nederland in Rotterdam te krijgen.

Amsterdam was natuurlijk sceptisch over de plannen, zegt Harry van Wijnen, historicus van de club Feyenoord. „Ze dachten: dat lukt ze toch nooit in Rotterdam. Pas toen de Kuip daadwerkelijk openging, zijn ze als gekken gaan bouwen om het Olympisch Stadion uit te breiden, om de Kuip te evenaren.” Dat werd geen succes. Amsterdam wilde te snel. „Ze hadden niet de tijd om de fraaie techniek van Rotterdam te imiteren. De vorm klopte niet, het beton ging roesten. Door die haast is het Olympisch Stadion altijd een armoedige bedoening gebleven.”

In Rotterdam-Zuid was de Kuip een economisch brandpunt. Voor de komst van het stadion bestond het gebied vooral uit boerenland, maar toen het stadion er eenmaal lag, bloeide de middenstand op en kwam er betere infrastructuur ‘op’ Zuid. Het gebied kwam tot leven.

De Kuip kreeg twee hangende tribunes boven elkaar. Die constructie maakt de Kuip tot „een parel van de nieuwe architectuur”, zegt bouwkundig ingenieur Paul Groenendijk, auteur van het boek Het lied van Feyenoord. „De bovenste ring hangt aan stalen spanten, waardoor er geen steunpilaren nodig zijn die het zicht belemmeren. In die tijd was dat een grote innovatie.”

De Kuip kwam op de gemeentelijke monumentenlijst. En het leuke is, zegt Groenendijk, „dat een van de mooiste Nederlandse voorbeelden van moderne architectuur iedere week wordt gebruikt door de meest ruwe klanten”. Voetbalsupporters. „Mensen die in het dagelijks leven bushokjes slopen en weinig affiniteit hebben met fijnzinnige architectuur. Maar in de Kuip zullen ze nooit een ruitje ingooien. De supporters hebben een enorme waardering voor het gebouw.”

Volgens Groenendijk lijkt van de stadions in Nederland de Kuip met zijn ovale vorm het meest op een Colosseum, het oerstadion aller stadions. „Dat ronde zie je tegenwoordig nergens meer. Moderne stadions zijn rechthoekiger, omdat het goedkoper is om te bouwen. Maar juist in zo’n ovale stadion is er sfeer. Het geluid vanaf de tribunes zingt letterlijk rond.”

Voetballers spelen graag in de Kuip, vertelt Carlo de Leeuw, naast zijn werk voor Feyenoord ook de vaste materiaalman van het Nederlands elftal. „Ook voor de spelers van Oranje geldt dat ze het liefst in de Kuip voetballen. „Ze vinden de ambiance hier prettiger dan die in andere stadions. Bovendien is de grasmat altijd goed.”

De ambiance in de Kuip betekent een voordeel voor de thuisploeg, zegt voetbalanalyticus Hans Kraay senior. „Veel tegenstanders vinden het niet leuk om naar Rotterdam te komen.” Kraay voetbalde in de Kuip als Feyenoord-speler én als tegenstander. „En het verschil is enorm”, zegt hij. „Toen ik met mijn team op bezoek kwam bij Feyenoord, was er echt sprake van een bepaalde angst. Dat stadion heeft toch iets magisch. Als je komt aanrijden met de bus, zie je het al in de verte liggen. Dan krijg je een gevoel van: als we hier maar goed wegkomen.”

Maar de Kuip werkt niet altijd in het voordeel van Feyenoord. Het imposante stadion doet sommige spelers ineenschrompelen. Het fenomeen heeft zelfs een naam gekregen: Kuipvrees. De Belgische aanvaller Stein Huysegems is een speler die eraan ten onder ging. Hij was in 2006 een van de sensaties van AZ, maar kwam na zijn transfer naar Feyenoord nauwelijks tot scoren. „Fans floten mij uit als een actie mislukte. In de Kuip kun je moeilijk ontkennen dat je het niet hoort. Het snijdt door je ziel”, zei hij destijds in de Volkskrant.

Ook Anthony Lurling, nu speler bij NAC, raakte in Rotterdam bevangen door Kuipvrees. Zijn vader zei in een interview met weekblad Nieuwe Revu dat Lurling elke wedstrijd met knikkende knieën in de spelerstunnel stond. Daarna was het snel afgelopen met de aanvaller bij Feyenoord. Dat de Kuip spelers kan breken, zag Kraay ook als trainer van Feyenoord. „Ik heb voetballers gehad die zeer getalenteerd waren, maar zodra ze hier in dienst kwamen nooit meer hun oude niveau haalden.”

„De Kuip brengt een druk met zich mee”, zegt De Leeuw. „Voor spelers die niet stevig in hun schoenen staan, kan dat verschrikkelijk zijn.”

Kraay: „Als de Kuip zich tegen je keert, ben je verloren.”

De kans op Kuipvrees wordt steeds kleiner. Het stadion wordt in zijn voortbestaan bedreigd. Eerder deze maand maakte de KNVB het nieuwe speelschema voor het Nederlands elftal bekend in de aanloop naar het WK in 2014. In de Arena worden vier interlands gespeeld, in de Kuip één. Tegen Andorra. Groenendijk: „Een belediging voor de Kuip.”

Volgens de KNVB scoort de Arena steevast beter in tevredenheidsonderzoeken. „Laat ik vooropstellen dat de sfeer in Rotterdam altijd erg goed is”, zegt een woordvoerder, „maar de serviceverlening is in de Arena gewoon beter.” Vooral de aanwezigheid van een dak wordt gewaardeerd. Ook zijn in de Arena meer toiletten en kun je er makkelijker parkeren. De Kuip biedt slechts plaats aan 2.000 sponsors, terwijl de KNVB er minstens 3.000 kwijt wil.

„We zitten tegen de grenzen van onze mogelijkheden aan”, zegt stadiondirecteur Jan van Merwijk. „De concurrentie is ons voorbij.” Van Merwijk merkt het niet alleen aan het afnemende aantal interlands. Het laatste popconcert in de Kuip was in 2008, een gezamenlijk concert van Doe Maar en Kane. De grote namen treden op in, inderdaad, weer die Arena. En het overkapte Gelredome in Arnhem. „We zijn toe aan een nieuwe locatie”, zegt de directeur. Er is een plan voor een nieuw stadion, vlakbij de Kuip. De ‘oude’ Kuip blijft staan, omdat het op de monumentenlijst staat. Daarin kunnen winkeltjes en appartementen komen, oppert Van Merwijk. Maar de kans op een nieuw stadion is klein, gezien de slechte economische omstandigheden. Het zou financieel aantrekkelijker zijn om de huidige Kuip stapsgewijs te vernieuwen. Toch zegt de directeur dat zijn initiatief een „gedegen financiële onderbouwing” heeft. Dit najaar treedt hij naar buiten met de plannen.

Feyenoord-chroniqueur Groenendijk is juist blij dat er geen dak op de Kuip zit. „Dat geeft het stadion zijn voetbalgevoel. Het is open, je voelt het weer. Je ruikt het gras. Dat heb je niet in die nieuwe, multifunctionele stadions. Daar waan je je in een muziekgebouw, in een sfeerloos theater.” Als het aan hem ligt, blijft de Kuip dus nog jaren in gebruik. „Waarom niet? De Eiffeltoren ga je toch ook niet vervangen?”

Materiaalman De Leeuw: „In een voetbalstadion zou het om voetbal moeten draaien.”

De stadiondirecteur: „Het is worstelen met gevoel en verstand.”