Wil je toegang tot Cameron? Eerst drie ton schuiven

De Britse premier David Cameron is ernstig in verlegenheid gebracht door een van de penningmeesters van zijn Conservatieve partij, Peter Cruddas. Deze beloofde vertegenwoordigers van een beleggingsfonds in Liechtenstein, in werkelijkheid journalisten van The Sunday Times, toegang tot de premier, in ruil voor donaties vanaf 250.000 pond (297.000 euro).

1Komt dit soort deals veel voor?

Dat is onduidelijk, maar onder druk van de oppositie maakte Downing Street wel bekend dat er drie keer etentjes met donateurs bij Cameron thuis zijn geweest. Het gaat om „vrienden die ook geld doneerden”. Gisteren zei Cameron dat de partij voortaan de namen van alle aanwezigen bij donateursbijeenkomsten bekend zal maken.

De website van de Conservatieven adverteerde al met een Leader’s Club: in ruil voor geld worden leden uitgenodigd voor diners, lunches en recepties met ministers en de premier.

Het laat opnieuw zien dat er een grijs gebied is ontstaan rondom ontmoetingen met kabinetsleden. Officiële vergaderingen met zakenlieden en lobbyisten moeten worden gemeld. Maar zoals ook bleek tijdens het recente afluisterschandaal hoeft dat niet als het om een etentje of partijbijeenkomst gaat, ook al vinden die plaats in de officiële residenties van de premier in Downing Street of op landgoed Chequers.

2Hoe worden Britse politieke partijen gefinancierd?

Britse politieke partijen zijn volledig afhankelijk van fondsenwerving, ze krijgen geen staatssteun. Een Lagerhuiscommissie stelde in november een maximumdonatie voor van 10.000 pond per persoon of bedrijf per jaar, en de kiezer 50 pence per jaar belasting te laten betalen als staatsbijdrage aan politieke partijen. Dat voorstel werd genegeerd: geen van de partijen wilde in tijden van bezuiniging de kiezer een dergelijke bijdrage vragen.

3Hoe verdedigt premier Cameron zich?

Cameron claimde eerder dat hij een einde aan het informele lobbycircuit wilde maken. Twee jaar geleden, voor hij premier werd, waarschuwde hij dat lobbyen het „volgende grote schandaal” zou zijn: „We weten allemaal hoe het gaat: de lunches, de gastvrijheid, het woordje in je oor, de oud-ministers en oud-adviseurs die te huur zijn en het bedrijfsleven helpen om een manier te vinden om hun zin te krijgen.” Hij beloofde de kiezer: „Wij geloven in concurrentie, niet in vriendjespolitiek (...) Wij moeten de partij zijn die hier een einde aan maakt.”

Cameron noemde de kwestie zondag „absoluut onacceptabel”. De betrokken penningmeester, de miljonair Peter Cruddas, diende onmiddellijk zijn ontslag in. Maar Camerons imago heeft, ook al moet nog bewezen worden dat donateurs ook daadwerkelijk regeringsbeleid beïnvloedden, opnieuw een klap opgelopen.

4Wat zegt de oppositie?

Labourleider Ed Miliband eiste zondag onmiddellijk een onafhankelijk onderzoek naar ‘Cash for Cam’. Labour kan overigens niet de handen in onschuld wassen. Ook die partij biedt toegang tot de partijleider aan in ruil voor een donatie. Onder de vorige Labour-regering werden drie voormalige staatssecretarissen op non-actief gesteld na beschuldigingen dat ze geld aannamen in ruil voor invloed op regeringsbeleid. Dat werd nooit hard genoeg gemaakt voor justitiële vervolging – net als aantijgingen dat onder premier Blair geldschieters adellijke titels en een zetel in het Hogerhuis werden aangeboden.

De partij is sindsdien minder afhankelijk geworden van donaties van zakenlieden, maar krijgt nog altijd geld van de vakbonden. De bond Unite doneerde het laatste kwartaal van 2011 1,5 miljoen pond aan Labour, Unison 1,1 miljoen in het laatste half jaar. Daarvoor krijgen de vakbonden grote invloed, onder meer bij het kiezen van een nieuwe partijleider.