Waar de schrijver zijn eerste zin bedenkt

Terwijl Selexyz uitstel van betaling aanvraagt, bezocht Alma Mathijsen the centre for fiction in New York. Daar kun je als schrijver een bureau huren.

Schrijver

Ze noemden me huilebalk. Mijn hele basisschooltijd lang heb ik gehuild. Vanaf de eerste dag dat mijn moeder me wegbracht en ik met bezwete handjes tegen het raam aanstond, kijkend naar mijn moeder die me verliet. Elke dag opnieuw geloofde ik dat ze niet terug zou komen. In groep vijf verplaatsten de huilbuien zich naar de les. Ik sloeg mijn handen onder tafel samen, biddend dat mijn meester mij geen vraag over de slag van Napoleon zou stellen. Hij deed het toch. Ik greep mijn boek vast en schoof het langzaam voor mijn hoofd, waarachter ik zachtjes begon te huilen.

Selexyz gaat dood. Afgelopen donderdag vroeg het overkoepelende bedrijf uitstel van betaling aan. Een vriend wees me op de e-mail die hij als klant kreeg van Selexyz: „Ongetwijfeld heeft u intussen gehoord dat Selexyz uitstel van betaling heeft aangevraagd… Tot nader bericht verandert er voor u niets.” Hij leest geen kranten en heeft geen televisie, hij houdt het bij boeken en dus voelde hij zich alsof zijn stervende oma zelf maar even de telefoon opnam om hem te bellen wat er aan de hand was.

De nood is hoog, voor het einde van de maand moeten winkelhuren en lonen worden betaald, dat geld is er niet. Hoe het verder gaat, is onduidelijk. Wel weet ik dat ik ergens achter een boek ga huilen omdat dat zou betekenen dat de mooiste boekhandel van Nederland zou verdwijnen. Dat is de Selexyz in Maastricht, gevestigd in een kerk. Nergens raak je meer onder de indruk van de macht van boeken als in deze winkel, waar intimiteit en grootsheid samengaan. Zelfs de Boekenweek, waarin honderdduizenden mensen de boekhandel binnendrongen om het gratis geschenk te krijgen, kon Selexyz, dat al langer in zwaar weer verkeert, niet redden. De hele boekenbranche heeft een dalende omzet van 10 procent. Waarom nu juist Selexyz daar het zwaarst onder lijdt, is lastig vast te stellen. De werknemers houden zich te veel met boeken bezig in plaats van met de boekhouding, concludeert Radio 1.

Ik ben net terug uit New York waar ik elke dag schreef in the Center for Fiction. Een boekwinkel van de hoogste categorie – nog mooier dan Selexyz in Maastricht. Het centrum bevindt zich in een scheef gebouw uit 1932 op Midtown Manhattan, waar de muren van marmer zijn en de lift regelmatig blijft hangen. Op de begane grond is de boekwinkel waar zakenlieden binnen wandelen die er behoefte aan hebben in hun lunchpauze echte letters te zien in plaats van die op computerschermen, en waar leesfanaten de hele dag hun vingers over boekenruggen laten glijden. Een grote selectie hebben ze niet, elk boek is zorgvuldig gecureerd door het personeel zelf. Zo houden ze de inkoopkosten laag en weet je als lezer dat je met een goed boek naar huis gaat. Een boek dat eenmaal ingekocht is blijft staan, wachtend op de juiste nieuwe eigenaar. Het mag gerust jaren duren voordat die komt opdagen.

Op de eerste verdieping kunnen de bezoekers lezen in chesterfields, naast een vleugel die regelmatig wordt bespeeld, natuurlijk met klassieke muziek of authentieke jazz. Aan een lange houten tafel bekijken studenten literaire tijdschriften van over de hele wereld. Het personeel pluist elke ochtend tientallen kranten uit op boekensecties en die worden dan apart gelegd en uitgestald. ’s Avonds worden er avonden georganiseerd met de grootste schrijvers van het land.

Ik was er toen Michael Cunningham uitgebreid vertelde over zijn werkproces. „Als ik een stuk tekst af heb, geef ik elke zin een code. A, B of C. Dan hoop ik dat er geen C’s in voorkomen, want die verdwijnen meteen. Als ik daarmee klaar ben, streep ik alle A’s door. Dat zijn zinnen waarin de schrijver aan het pochen is. Ik leerde dit op de University of Iowa, tot op deze dag gebruik ik dat systeem.” Hij schudde mijn hand na afloop en gebood me: „Write on.”

De tweede en derde verdieping worden ingenomen door een van de beste fictiebibliotheken die ik ooit heb gezien. Zonder bibliothecaressen die vermanend sissen als ik hardop kir wanneer ik een zeldzaam exemplaar van Raymond Carvers The Beginners ontdek.

Op de bovenste verdieping zijn bureaus voor schrijvers te huur. Daar loopt van elk soort iets rond: keurige Hollywood-scenarioschrijvers, baardige dichters en columnisten van The New York Times. Er liep ook een non-fictieauteur op blote voeten rond met een boekendeal van in de tonnen. En daar zat ik dus tussen, als beginnend fictieschrijver uit Europa. Alles bij elkaar is het een walhalla voor de lezer. Het is een kleine literatuurfabriek waar je de eerste zin die wordt geschreven door de schrijver boven kunt zien uitgroeien tot het eindproduct in de winkel beneden.

Eenmaal terug in Nederland verlangde ik naar eenzelfde plek. Daar bleek Tim de Gier, journalist van Vrij Nederland, al over na te denken. Hij hoorde van zijn collega Mischa Cohen dat die tijdens zijn studententijd een boekwinkel had, waar Connie Palmen de wc’s schoonmaakte en Adriaan van Dis achter de toonbank stond. Daar werd Tim heel opgewonden van. Hij zette brutaal op zijn website ‘ik wil een eigen boekwinkel’. Honderden reacties stroomden binnen, mensen boden zich aan als verkoper, zelfs investeerders bleken geïnteresseerd. Sommigen wilden een whiskyhoek met Bukowski-boeken inrichten, taarten bakken, wilde feesten organiseren. Iedereen bood zich aan, en Bas Heijne, Ivo Victoria en Oscar van Gelderen betuigden steun via Facebook. Een gevoelige snaar is geraakt.

Er zijn meer idealisten die een eigen boekwinkel willen. De Nieuwe Boekhandel opende in 2010 zijn deuren in Bos & Lommer te Amsterdam. Een zelfstandige winkel met een bank, koffie en vooral zorgvuldig geselecteerde boeken. Iedereen denkt dat een boekwinkel alleen in een stadscentrum kan floreren, maar dat blijkt zo te zijn. De Nieuwe Boekhandel ging in een uithoek van Amsterdam zitten en toch lijkt het een succes te worden. Het bedrijf staat met twee benen overeind. Je kunt boeken terugbrengen als ze je niet bevallen, onder de leuze: Niet Goed Geld Terug.

Is dit het antwoord op het gat dat Selexyz naar alle waarschijnlijkheid zal achterlaten? Krijgen we misschien iets terug wat nog beter is? Er staat iets heel vreemds te gebeuren. Zou het mogelijk kunnen zijn dat de grote winkels omvallen en de kleine hun plek innemen? Zou Selexyz in Maastricht onafhankelijk door kunnen? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik me, als Tims boekwinkel er komt, met liefde in een hoek zal verschuilen achter een boek, al dan niet huilend.