Vissticks, maar dan echt lekker

Recent bevolkingsonderzoek heeft aangetoond dat er hoofdstedelijke kinderen zijn die, hoewel woonachtig in de buurt van de Albert Cuypmarkt, niet van vis houden. Gebakken, gestoomd, gerookt. En gevleid, gesmeekt en gedreigd, hoor. Maar het blijft bij: „vis, ieuw.” Maar, ze blieven dus wel visstícks. Vooruit dan maar, denk je. Jammer alleen, dat die er altijd zo extreem industrieel uitzien: confectierepen met een gelige jas – u kent ze.

Die kubistische, anorganische verpakking is toch eigenlijk de grootst denkbare ontkenning van juist een schubbig, glibberig zeedier. Wie bedenkt dat het succes van de tilapia te danken is aan juist de eigenschap níét naar vis te smaken – dat was dus ook vast de bedoeling.

Wist u trouwens dat die lekkerbekvormige vissticks die je in het vriesvak treft, ook bestaan uit gestanste stukken witvis? Zelfs die ‘graat’ is er machinaal ingestampt, ook al een vleesgeworden belediging van de zee.

Toch mag je je afvragen of het de bedoeling was van de Amerikaanse uitvinder Clarence Birdseye, bedenker van de fish finger, in de VS fish stick genoemd, om er afstotelijk kindervoedsel van te maken. Hij patenteerde in 1922 – 90 jaar geleden – een conserveringsproces waarbij voedsel bij een veel lagere temperatuur werd ingevroren dan tot dan toe gebruikelijk was. Door dit ‘diepvriezen’ was er minder kans op het ontstaan van ijskristallen, verwoestend voor de voedselkwaliteit. Het idee van de visvinger volgde snel daarna. Birdseye wilde vooral eenvoudig stapelbaar volksvoedsel op de markt brengen.

De annalen vermelden dat hij aanvankelijk nog experimenteerde met visvingers gemaakt van haring en van kabeljauw en daarmee een competitie uitschreef. Probeer er thuis maar eens achter te komen wie van deze twee vissoorten heeft gewonnen.

Birdseye is hoe dan ook geslaagd in zijn missie: er gaan dagelijks miljoenen visvingers uit het vriesvak de pan in. Toch is het best eenvoudig om visvingers zelf te maken. Mooie brokken gepaneerd vissenvlees, voor jong én oud.

Snijd de filet in zestien fraaie strips. Dat die niet volledig identiek zijn, maakt dus niets uit – dat staat erg ‘huisgemaakt’.

Breek in een bord een ei, kluts, en doe in een ander bord het broodkruim, waardoor wat zout en peper is gemengd.

Doop de vis eerst helemaal in het ei, laat even afdruipen en wentel het daarna in het broodkruim zodat een egale korst ontstaat. Laat ze even liggen zodat de korst beklijft. Bak ze daarna kort bruin, hooguit een paar minuutjes, aan beide zijden in de olijfolie waaraan een klont boter is toegevoegd.

Meng mayonaise naar behoefte met wat citroensap – en een uitgeperst knoflookteentje mag er ook best in. Serveer de visvingers met daarop fijn gesneden peterselie – die schuiven die kinderen er zelf wel weer af – en met gebakken aardappels.

Uw reacties zijn welkom op nrc.nl/thuiskok