Verplaats je eens in een radicale moslim

Mohammed Merah pleegde zijn moorden in Zuid-Frankrijk niet zonder reden. In de ogen van radicale moslims deed hij het juiste. Inzicht in de beweegredenen van zo’n terrorist heeft meer zin dan harde repressie, stelt Arjan Erkel.

Al snel na de terroristische aanslagen in Frankrijk was er goed nieuws voor de gewone burger. Mohammed Merah, de dader, is een loner. Dat is iemand die op zichzelf staat en van wie vaak wordt verondersteld dat hij niet helemaal goed bij zijn hoofd is.

Het op deze wijze uitrangeren van een in onze ogen aperte slechterik geeft de burger rust, maar onderschat de islamitische radicalisering en is een gemiste kans om de aantrekkingskracht van het moslimterrorisme te verklaren. Ook is het een galante manier om verdere discussie over oorzaken voor en eventuele oplossingen van terrorisme uit de weg te gaan.

Mijn insteek is om ons eens voor te stellen en af te vragen wat deze mensen beweegt en een voorstelling te maken van hun kijk op de wereld, zonder deze te accepteren of goed te keuren.

Mijn stelling is dat een bredere kijk op de beweegredenen en het gedrag van terroristen, en op de onderliggende factoren voor radicalisering, het debat verrijkt en een andere invalshoek geeft. Het discours loopt al jaren dood in een welles-nietesspelletje over goed en kwaad en een niet afdoende bestrijding van de fundamentele islam.

Fundamentele, radicale of – zoals zij zichzelf liever noemen – orthodoxe moslims zijn er net als bijvoorbeeld orthodoxe christenen van overtuigd dat hun wereldbeeld het juiste is. Deze opvatting resulteert in een in hun ogen morele superioriteit. Ze geloven dat een pure islam – gebaseerd op de Koran en het leven van Mohammed – zal leiden tot een betere wereld, zonder problemen als armoede, prostitutie, verslavingen en ongelijkheid.

Goedkeuring, en soms zelfs verheerlijking, van geweld zit ingebakken in het radicale geloof. Mohammed gaf in hun ogen het goede voorbeeld. Als de umma – de wereldgemeenschap der moslims – wordt aangevallen of als haar onrecht wordt aangedaan, mag dit worden vergolden. Een aanval op een moslim of op een moslimstaat is een aanval op alle moslims. Deze moet worden gewraakt.

Een aanval op joodse scholieren als wraak op de dood van Palestijnse kinderen en het doodschieten van Franse soldaten van Noord-Afrikaanse komaf als vergelding voor het onrecht dat het Franse leger de moslimbevolking van Afghanistan aandoet, wordt op deze manier gerechtvaardigd. De afkomst van de soldaten is hier extra interessant. Zij worden gezien als afvalligen.

In hun optiek zijn degenen die – in het spoor van Mohammed – de islam door geweld en de kracht van het woord over de wereld willen verdedigen en verspreiden, wereldverbeteraars.

De islamitische wereldverbeteraars kunnen op weinig steun rekenen in het Westen. Voor 9/11 werden Tsjetsjeense rebellen wel vrijheidsstrijders genoemd. Dat is voorbij. De Talibaan hebben sinds de val van de Sovjet-Unie geen westerse politieke vrienden meer. Palestijnse terroristen lagen nooit lekker.

Is het zo vreemd dat moslimstrijders de strijd aangaan om de in hun ogen tsunami aan westerse, Israëlische en Russische invloeden en overheersing tegen te gaan?

Laten we het eens omdraaien. Waren wij niet trots op onze verzetshelden? Soldaat van Oranje trekt nog steeds volle zalen. Hoe zouden wij het in Nederland vinden als Turkse en Marokkaanse moslims ons land zouden overnemen, de niet-moslims zouden samendrijven in Gelderland en Amsterdam zouden verdelen in een christelijk en een moslimgedeelte? In Nederland zou dit leiden tot gewapend verzet. In de rest van de westerse wereld zal deze overname gepaard gaan met een schokgolf aan verontwaardiging en wellicht agressie opwekken tegen de moslimimmigranten.

Het aantal radicale moslims dat de wapens oppakt, moet niet worden onderschat. Duizenden Afghanen, Tsjetsjenen en Palestijnen vechten tegen hun bezetters en krijgen steun van mujahedeen uit West-Europa, Noord-Afrika, Somalië en het Midden-Oosten.

Het opkomen voor de umma vanuit frustratie en woede over het onrecht dat hun geloofsgenoten op allerlei manieren wordt aangedaan, is een belangrijke oorzaak voor het radicaliseren van jongeren ver buiten de conflictgebieden. Ook tunnelvisie, het zoeken naar een sociale uitlaatklep, romantiek, avontuur, broederschap en imago spelen een rol. Bovendien telt de spirituele ervaring mee. Door hun zuiverdere invulling van het geloof verandert hun leven vaak ten goede.

Volgens antiterrorismecoördinator Gilles De Kerckhove van de Europese Unie hebben vierhonderd West-Europese jongeren een trainingskamp bezocht in Pakistan of Afghanistan. Ook de loyaliteit van de niet-strijdende aanhangers speelt de strijders in de kaart. Zie de trots van de broer van Merah voor de acties van zijn broertje. Ik laat hier buiten beschouwing welke onrustige rol de fundamentele strijders in Libië, Syrië en eventueel Egypte zullen spelen in de toekomst.

Geweld blijft in de ogen van vele radicale moslims nodig en nastrevenswaardig. Burgeroorlogen en repressie, zoals in Afghanistan, Tsjetsjenië en Israël, wakkeren het fundamentalisme in deze landen en ook hierbuiten aan.

Geweld tegen het fundamentalisme levert in de conflicthaarden geen permanente oplossingen. Strenge straffen, toezicht van de politie en veiligheidsdiensten en de inzet van maatschappelijk werkers zijn goede instrumenten om jongeren uit de greep te houden van radicale ronselaars, maar ook hier blijven jongeren radicaliseren.

In het verleden zijn diverse terroristische organisaties – ETA, IRA, PLO – volwaardige gesprekspartners geworden. Wellicht door de versnippering van het moslimradicalisme en door haar strategie, die te ver van het westerse morele gedachtengoed staat, lukt het nog niet verbinding te maken.

Moeten we ons in het Westen niet eens afvragen of wij de stap naar verbinding kunnen maken? Niet omdat we zwichten voor het terrorisme, maar omdat we inzien dat de bestaande aanpak niet werkt, ons realiseren dat ook wij verantwoordelijk zijn voor het voeden van de bronnen van frustraties over onrecht en geweld, en omdat we leren inzien dat we met twee maten meten wat betreft schendingen van mensenrechten.

Arjan Erkel is antropoloog, werd twintig maanden gegijzeld door moslimrebellen en is schrijver van onder meer het boek Samir.