'Studenten lenen om reizen en tv's van te betalen'

Nederland, Amsterdam, 23-03-2012 Op vrijdag 23 maart sluit de ASVA studentenunie de actieweek om 16.00 uur af met een actie op de Dam. Op deze zwarte dag voor het hoger onderwijs staan we stil bij de kansen die we als studenten hebben gehad, en bij de dromen die we nu door de maatregelen misschien niet meer kunnen verwezenlijken. Kom in het zwart en laat zien dat je je zorgen maakt om de kwaliteit en toegankelijkheid van ons hoger onderwijs! PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2012

De aanleiding

Vorige week dinsdag vroeg Nu.nl staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) in een interview naar de mogelijke gevolgen van het door hem voorgestelde sociaal leenstelsel voor masterstudenten: „In de discussie over een sociaal leenstelsel wordt vaak gesproken over leenangst. Gaat u monitoren wat de effecten zijn op de instroom in de masterfase?” Hierop antwoordde Zijlstra: „Ik vind dat een tikkeltje relatief. Mijn voorganger Plasterk moest brieven sturen naar studenten met de tekst: passen jullie een beetje op met jullie leengedrag? Want jullie lenen wel heel veel. En dat ging niet om de studie, maar om wereldreizen en tv’s.” „Is die bewering te checken en ergens op gebaseerd?”, vraagt next.checkt-lezer Jan Litjens zich af.

Interpretaties

Wat gaan we hier precies checken? Zijlstra stelt dat het wel meevalt met de leenangst onder studenten. Hij onderbouwt dat met de bewering dat studenten veel lenen om wereldreizen en tv’s van te betalen. Hij zegt niet om hoeveel studenten het gaat, maar de brieven waarnaar hij verwijst, werden naar alle studenten gestuurd. Daarom onderzoeken we hier of een substantieel deel van hen geld leent om wereldreizen en tv’s van te betalen.

Waar is het op gebaseerd?

Begin maart 2009 stuurde Ronald Plasterk via de IB-groep een e-mail naar Nederlandse studenten, waarin hij hen opriep „bewust” te lenen: „dat je weet onder welke voorwaarden je leent en dat je in beeld hebt wat dit betekent op het moment dat je gaat terugbetalen. Dit om te voorkomen dat je als student, zonder dat je het in de gaten hebt, een te grote studieschuld opbouwt.”

Een week nadat Plasterk zijn brief had verstuurd, debatteerde de Tweede Kamer over een voorstel het collegegeld te verhogen. Omdat verhoging van het collegegeld, zonder een corresponderende studiefinancieringverhoging, betekende dat meer studenten zouden moeten gaan lenen, vroeg SP-Kamerlid Jasper van Dijk zich af of het voorstel en de brief niet met elkaar in tegenspraak waren. Plasterk zei toen dat niet iedere student hetzelfde was: aan de ene kant had je studenten die niet graag geld wilden lenen „en die wellicht op grond daarvan zou besluiten om niet voor het hoger onderwijs te kiezen”; aan de andere kant was er een categorie „die lichtvaardig leent, ook voor dingen die niets met de studie te maken hebben”. Die tweede categorie was volgens de minister al eens besproken in een debat „waarbij het ging over mensen die leenden voor flatscreens of verre reizen”. De brief was bedoeld „voor de gelukkig kleine categorie die heel gemakkelijk leent alsof het niets kost”. Halbe Zijlstra, toen nog Kamerlid voor de VVD, was bij dat debat aanwezig; zijn woordvoerder laat weten dat zijn uitspraak in het interview met Nu.nl daarop was gebaseerd.

En, klopt het?

Zijlstra’s voorganger Ronald Plasterk sprak inderdaad over studenten die geld leenden om „wereldreizen en tv’s” van te kunnen betalen. Maar hoe groot is die groep en hoe verhoudt die zich tot de groep studenten met „leenangst”? Die vraag blijkt lastig te beantwoorden. De Dienst Uitvoering Onderwijs, DUO, laat weten geen onderzoek te doen naar „de beweegredenen van studenten om geld te lenen, en ook niet naar hun bestedingen”. Dit geldt ook voor het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Interstedelijk Studentenoverleg. De Landelijke Studenten Vakbond hield in 2008 een enquête, maar daar deden slechts 286 panelleden aan mee.

Het meest recente en representatieve onderzoek komt van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting. In 2009 ondervroeg het Nibud 2.122 studenten over hun inkomsten en uitgaven. Van hen had 43 procent een studielening. Het Nibud onderzocht niet waar studenten met een lening het geleende bedrag aan uitgaven. Hun werd wel gevraagd waarom zij geld hadden geleend. Daarop antwoordde ruim de helft dat hun ouders te weinig financiële steun konden bieden; 27 procent zei te lenen om „relaxed te kunnen leven tijdens hun studententijd” en 15 procent noemde andere redenen, „zoals de zorg voor een kind, ouders die weigeren mee te betalen, of niet (of minder) kunnen werken door gebrek aan tijd of een chronische ziekte”. Respondenten werd ook een aantal stellingen voorgelegd waarvan ze konden aangeven in hoeverre ze het er mee eens waren. Met de stelling „Als ik iets wil en ik heb geen geld, dan leen ik het” was 6 procent het eens en 87 procent het oneens; met de stelling „Ik ga hoe dan ook op vakantie, als ik het geld niet heb, dan leen ik het wel” was 9 procent het eens en 84 procent het oneens. Oftewel: 9 procent van de respondenten gaf aan bereid te zijn geld te lenen om op vakantie te gaan; hoeveel studenten dit ook daadwerkelijk deden, is niet onderzocht. Met de stelling „ik vind luxe belangrijk” was 33 procent het eens, 40 procent was het er mee oneens; ook hiermee is nog niet gezegd of ze daar ook geld aan uitgeven.

Conclusie

Er is weinig onderzoek gedaan naar het leengedrag van studenten. In een Nibud-onderzoek gaf 6 procent van de ondervraagde studenten aan bereid te zijn geld te lenen om spullen te kopen. 9 procent zei bereid te zijn dat te doen om op vakantie te kunnen. Of ze dat ook daadwerkelijk doen, is niet onderzocht. Het beschikbare onderzoek is dus te beperkt om te kunnen beoordelen of Zijlstra’s generaliserende bewering dat ‘studenten lenen om wereldreizen en tv’s van te betalen’ klopt of niet. Hoogstens zou je kunnen stellen dat van alle studenten, van wie 43 procent daadwerkelijk een lening heeft, iets minder dan 10 procent bereid is dat te doen. We beoordelen deze bewering daarom als niet te checken.

Lees meer over de leningen die studenten afsluiten op pagina 10: ‘Schuld en boete voor studenten’