‘Ouderen zijn zo opgejaagd’

Senioren blaken van energie, ze hebben de tijd van hun leven. Dat wil de beeldvorming, in de media, in de samenleving. Lucie de Boer (78), gepensioneerd arts, ziet een andere werkelijkheid. ‘Je hebt je leven niet meer in de hand.’

Foto Mieke Meesen

Een doordeweekse ochtend aan de IJssel. Een aalscholver vliegt laag over het water. Een man en een vrouw met witgrijs haar roeien in de ochtendzon stroomafwaarts. Even laten ze de peddels rusten en zwaaien naar een fietser op de dijk.

Voor een werkende moeder is het typisch zo’n beeld van benijdenswaardige gepensioneerden met alle tijd voor zichzelf. En het is wat de gepensioneerde arts Lucie de Boer ziet als ze uit het raam kijkt. Met haar tweede man (84), een leraar Nederlands, bewoonde ze twintig jaar een monumentale woonboerderij bij Assen. Nu is ze 78 en genieten zij en haar man op de tweede verdieping van een flat in Zutphen van een rustige oude dag.

Een rustige oude dag? Nou nee. Hoewel beiden gezond zijn, krijgen ze sinds een paar jaar de ene na de andere schok te verwerken. Hun rust is precair en kan elk ogenblik worden verstoord.

Dat is niet wat Lucie de Boer, naar eigen zeggen een oplossingsgerichte doener, verwachtte mee te maken als ze oud werd. Ze zocht op internet de ‘schaal van Holmes and Rahe’ op: een lijst van 43 stressvolle levensgebeurtenissen die psychologische aanpassing vereisen en de gezondheid kunnen beïnvloeden (denk aan vakantie, verandering van werk, echtscheiding, dood van een partner).

„Wat mij opviel”, schreef ze in een brief aan de krant, „is dat volgens deze schaal heel veel stressmomenten voor oude mensen voorbij zijn. Desondanks leeft bij mij het gevoel dat de life events elkaar soms met een onvoorstelbare vaart opvolgen. En dat terwijl mensen op latere leeftijd beduidend minder spankracht hebben voor al die dingen.”

Natuurlijk wist ze dat de ouderdom komt met gebreken, zegt Lucie de Boer aan haar bureau, terwijl buiten een rijnaak voorbij vaart en een man met een hengel langs de oever loopt. Maar in de krant en in blaadjes van de ouderenbond leest ze vooral verhalen van mensen die tot het eind van hun leven dapper en vrolijk zijn. „We moeten allemaal een Zwitserlevengevoel hebben. Je moet blaken van energie en er overkomt je niets. Zo is het niet. Je bent als oudere zo opgejaagd.”

Wat veroorzaakt al die stress bij oude mensen?

„Het gegeven dat je leven er van de ene op de andere dag totaal anders kan uitzien. Dat je op een dag wakker kunt worden en merkt dat je arm het niet meer doet. Dat je van je partner gescheiden kunt worden, omdat hij of zij dementeert en naar een verpleeghuis moet.

„Tegenwoordig ben je ook zomaar je geld kwijt, via pensioen of huis. Dat geeft grote onzekerheid, merk ik in onze vriendenkring. Een vriendin kan het alleen eigenlijk niet meer rooien, maar ze kan haar flat aan de straatstenen niet kwijt. Dus verhuist ze niet.

„Het ergste vind ik dat je je vrienden ziet verkruimelen. Oude vrienden komen langs: zij is net genezen van een chemokuur, hij heeft een zware hartaanval gehad. Dat zijn geen kleinigheden. Dan zit je met zijn vieren met tranen in de ogen aan de koffie. Er gebeurt zo veel dat je enorm uit het veld kan slaan. Je hebt je leven niet meer in de hand.”

Is het ook belastend veel mensen te verliezen aan de dood?

„Het is gek, maar dat valt mee. Je beleeft dat anders dan als je dertig bent, minder intens. Het is diep triest en je laat er drie tranen om. Soms tien. Je krijgt een zekere gelatenheid. Misschien dat die je wat beschermt tegen al te scherpe emoties. Maar het heeft een duidelijke tristesse. Niet zo dat ik niet meer van de dag kan genieten. Meer een vaag verdriet.”

Wanneer begon u de ouderdom als stressvol te ervaren?

„Vijf jaar geleden zijn we kleiner gaan wonen. Ons huis in Assen werd veel te groot, de tuin ook. Maar waar moet je gaan wonen? Je bent in wezen vrij. Het was een hele zoektocht. We hebben eerst gezocht in de directe omgeving, maar de woningen waren te krap en Assen is verschrikkelijk saai. Omdat mijn man graag bij de IJssel wilde wonen, zijn we gaan kijken in Kampen, Dieren, Doesburg, Zwolle. Tot we hier in de buurt een fietstochtje maakten. Dit was het helemaal, vonden we allebei. Toen duurde het nog twee jaar voor hier een tweepersoonsflat vrijkwam. Die brachten we door in een huurhuis aan een nogal drukke straat. Dat was een zware tijd, vooral mijn man kon slecht tegen het verkeerslawaai.”

Heeft u overwogen professionele hulp te zoeken om in het grote huis te kunnen blijven wonen?

„Dat zou ons te veel beperken. Voor hulp moet je thuisblijven. Ik heb wel wat ervaring met hulp, er zijn instanties genoeg. Maar die komen je eerst beoordelen. Ze vragen van alles over je gezondheid, relatie, inkomen, de belasting die je betaalt. En ze willen weten of je kinderen of buren niet kunnen helpen – wat ze meestal niet kunnen, anders zou je geen hulp nodig hebben. Dat soort dingen. Ik hou daar niet zo van.”

U liet vrienden achter in Assen. Hoe reageerden zij op uw vertrek?

„Sommigen zeiden: waarom nou toch? We hebben het toch goed met elkaar? Zou je dat nou wel doen? Het is ook erg, je verliest een paar intieme vriendschappen. Maar ik geloof toch dat het goed is, een fris begin. Goede vrienden blijf je toch wel zien.”

Zowel u als uw man heeft kinderen uit een eerder huwelijk. Lag het niet voor de hand bij een van hen in de buurt te gaan wonen?

„Voor mij niet. Ik heb opgevoed, ik ben daar klaar mee. Ik wil niet te dicht op hun huishouden zitten, of daar kritiek op hebben. Ik wil er komen als gast. Als ze ziek zijn, gaan we er heus wel heen om het huishouden draaiend te houden. Maar iedere dinsdag en donderdag thuis moeten zijn omdat er een kleinkind komt lunchen, dat pint me te veel vast. Ik wil hen ook niet belasten als wij ziek zouden worden. Dat kunnen ze er niet bij hebben. De werksituatie is zo veranderd, dat slurpt energie. Ik heb mijn moeder dicht bij me gehad toen ze oud was. Dat heeft me wel wat grijze haren bezorgd.”

Is er iets wat volwassen kinderen kunnen doen om de stress van oude ouders te verlichten?

„Dat is zo individueel, daar kun je bijna niets algemeens over zeggen. Als er geen hulpvraag is: vooral niets doen. Onze kinderen komen regelmatig langs en halen ons soms op voor het een of ander. Ze nemen ook wel verantwoordelijkheid voor ons, moet ik zeggen. Als er iets uit de rails loopt, zijn ze er. En andersom ook. Wij hebben daarin een balans gevonden.”

Is het moeilijk op hoge leeftijd een nieuw sociaal leven op te bouwen in een onbekende stad?

„Vrijwilligerswerk is een goede manier om mensen te leren kennen. Vrijwilligers zijn eigenlijk altijd aardige, vriendelijke mensen. Mijn man is een tijd voor Natuurmonumenten gaan schoffelen bij kasteel Hackfort. En we zijn ‘wachters’ geworden bij de Walburgkerk: vrijwilligers die bezoekers ontvangen, kaartjes en souvenirs verkopen, koffie zetten. Ook op yoga heb ik mensen leren kennen, het breidt zich vanzelf uit. En Zutphen is niet saai. Er is een aardig theater, een aardige bioscoop. Op dinsdagmiddag draait er een film voor bejaarden. Daar kuieren we nogal eens naar toe.”