Ook in zorg kost vrijheid geld

De vraag was niet of maar wanneer minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) zou erkennen dat de vrijheid van patiënten om hun eigen arts of ziekenhuis te kiezen aan banden moet worden gelegd.

Bijna alle maatregelen en wetsvoorstellen van haar hand wezen in de richting van een (financiële) beperking van de keuzevrijheid. Het beleid van de minister is er al langer op gericht om de regiefunctie in de zorg steeds meer bij de verzekeraars te leggen. Via contracten met de ziekenhuizen en artsenpraktijken moeten de zorgverzekeraars op doelmatigheid en kwaliteit gaan ‘sturen’, opdat de kosten beheersbaar blijven.

Gisteren heeft Schippers de Tweede Kamer in een brief laten weten wat de consequenties hiervan zijn. Ze wil in de Zorgverzekeringswet vastleggen dat verzekeraars alleen behandelingen in gecontracteerde instellingen mogen vergoeden. Nu betalen ze nog een deel (vaak tot 80 procent) van de zorg in klinieken waarmee ze geen afspraken hebben.

Patiënten die desondanks per se door hun eigen dokter of in hun eigen ziekenhuis willen worden behandeld, moeten zelf betalen: rechtstreeks aan de instelling of via een duurdere restitutiepolis.

Het wettelijke recht op een vrije artsenkeuze wordt dus niet ondermijnd. Dat recht gaat alleen extra geld kosten. Daar is weinig tegen in te brengen. Vrijheid is niet gratis. Zeker niet in de zorg die door de voortschrijdende techniek en de vergrijzing komend decennium onbeheersbaar duurder gaat worden.

Maar dat betekent niet dat hiermee ook het laatste woord is gezegd. De wetswijziging die Schippers in petto heeft, kan vergaande gevolgen hebben voor het huidige verzekeringssysteem waarin alle burgers min of meer hetzelfde betalen voor hetzelfde basispakket. Dit stelsel, dat in 2006 is doorgevoerd door Schippers’ partijgenoot op Volksgezondheid, Hans Hoogervorst, combineert het beginsel van eigen verantwoordelijkheid met het solidariteitsprincipe van het vroegere ziekenfonds.

Een wetswijziging zal dus onvermijdelijk leiden tot meer diversiteit en vooral tot meer prijsverschillen tussen de polissen. De burger die zich in natura verzekert, verliest een deel van zijn vrijheid. De burger die alles in eigen hand wil houden, moet daarvoor ook betalen.

In die zin keren we een beetje terug naar de tijd van het ziekenfonds, toen de minder bedeelden die vrijheid ook niet hadden. Maar daar staat tegenover dat de particulier verzekerde patiënt in die tijd niet duurder maar juist goedkoper uit was, omdat hij, zeker als hij jonger was, amper hoefde bij te dragen aan het solidariteitsbeginsel. De Tweede Kamer zal deze consequenties niet zonder slag of stoot omarmen. De zorg is een bij uitstek politiek vraagstuk. De details zullen beslissend zijn. Maar op hoofdlijnen is er geen alternatief. Het huidige systeem was al langer niet meer houdbaar en moet daarom ook formeel worden aangepast.