Occupy Amsterdam ging ten onder aan wanorde

Op de laatste vergadering voor de ontruiming van Occupy voor de Beurs in Amsterdam klonk het donderdag nog strijdbaar. Bij de keuze van een nieuwe locatie voor een tentenkamp moest de los-vaste beweging „van tevoren eisen stellen”. Maar aan wie? En wat te doen met de infostand? „We hebben een gestructureerd plan nodig”, opperde een Occupier, zo staat in de notulen van de ‘Brainstorm Nieuw Kamp’.

Deze twee rationele hartekreten typeren de sfeer onder de bezetters die zaterdag, na ongeveer een half jaar en in opdracht van burgemeester Van der Laan, hun actie voor de effectenbeurs van Euronext opbraken.

De actievoerders wisten waartegen ze protesteerden: tegen de uitwassen van het financiële kapitalisme en zijn ‘overconsumptie’. Maar ze hadden minder zicht op de vragen die elke beweging die iets wil bereiken ook aan de orde moet stellen: welke middelen zijn oorbaar en effectief om reële (tegen)macht op te bouwen?

Dat strategische gemis zat er vanaf het begin ingebakken. Nog meer dan in New York, waar de beweging haar naam kreeg, en Spanje, waar de bezettingsacties begonnen, hield Occupy zich in Nederland verre van alles wat naar politiek riekt. Dat uitgangspunt riep aanvankelijk sympathie op. Niet alleen in oud-linkse of kraker-achtige, anarchistische milieus. In bredere kring leefde het idee dat het financiële kapitalisme door gebrek aan controle is ontspoord. Het streven om gevestigde clubs als politieke partijen buiten de poort te houden, kon ook op waardering rekenen.

Maar de keerzijde was wel dat het tentenkamp in Amsterdam al snel vooral aantrekkingskracht uitoefende op wereldverbeteraars, outcasts, dronkelappen en andere vagebonden. De burgers die (moeten) werken voor de kost bleven er weg of ergerden zich aan de rotzooi. En zo werd Occupy alras een cliché van een subcultuur die vroeger herkenbaar was aan geitenwollen sokken. Met het klassieke wapen van de ‘repressieve tolerantie’, zoals het ook vroeger heette, kon het gemeentebestuur van Amsterdam aan het tentenkamp een rustig en vreedzaam einde maken.

Maar dat betekent niet dat het ongemak over de financiële sector eveneens is verdwenen. De staatsschuldencrisis raakt de burger en is een afgeleid gevolg van de bancaire crisis van vier jaar geleden.

Daar moet komende jaren de prijs voor worden betaald. Zo gaat het vaak als de reële economie in het ongerede raakt. Maar de burger eist wel verantwoording van de financiële sector, die soms doet alsof het hem ook maar is overkomen. Een beweging die deze eis wel politieke kracht bijzet, heeft meer kans van slagen dan de tentbewoners van Occupy.

Commentaren geven het standpunt van de krant, op basis van discussies tussen commentatoren