Nog nooit had Nederland zoveel talent op zee

Op zoek naar de juiste wind, de nieuwste zeilen of de stijfste giek. De Nederlandse zeilers bereiden zich voor op de Olympische Spelen. „Onze route is een doodlopende weg voor anderen.”

Drie olympische medaillekandidaten: het 470-duo Lobke Berkhout en Lisa Westerhof (boven), windsurfer Dorian van Rijsselberghe (rechts) en Finn-zeiler Pieter-Jan Postma. Foto’s Ocean Images, AFP, Robert Deaves

Alles is geoorloofd in een olympisch jaar. Ook met je volle verstand een verkeerde mast op je boot zetten. Pieter-Jan Postma werd er afgelopen weekeinde aan de windstille Toscaanse kust zevende mee op het Europees kampioenschap in de Finn-klasse. „Het is juist een uitdaging om met verkeerd materiaal te zeilen”, zegt Postma, in december vorig jaar nog winnaar van WK-zilver in Perth.

Niets is wat het lijkt in een olympisch jaar. Een zwak briesje als op de Tyrrheense Zee – windkracht 2 – vereist een speciale, stijvere mast, waarmee de boot bij weinig wind beter accelereert. Maar op weg naar de olympische wedstrijden in winderig Weymouth, een badplaats aan de Engelse zuidkust, heeft ‘PJ’ andere zaken aan zijn hoofd.

„Ik wilde het Europees kampioenschap varen met de mast die ik straks in Weymouth ga gebruiken”, zegt Postma. „Daar staat meestal meer wind, maar ook tijdens de Olympische Spelen kun je licht weer hebben. Dan moet ik met deze mast uit de voeten kunnen. Ik wil van alle markten thuis zijn.”

Nooit eerder telde de Nederlandse olympische zeilploeg zoveel serieuze medaillekandidaten voor de Olympische Spelen. ‘Lichting 2012’ is een zee vol talent: met wereldkampioenen als Marit Bouwmeester (Laser Radial), windsurfer Dorian van Rijsselberghe (RS:X), het 470-duo Lisa Westerhof en Lobke Berkhout, of bijna-wereldkampioenen als Postma en de broers Sven en Kalle Coster (470). Op zoek naar de juiste wind, de nieuwste zeilen of de stijfste giek waaieren ze de maanden voor ‘Weymouth’ uit over de Europese kusten, van de Middellandse Zee tot de Botnische Golf.

En de buitenlandse concurrentie kijkt mee. Zeker in de gemoedelijke zeilwereld waarin het volstrekt normaal is met je tegenstanders te trainen en zelf uitgezette wedstrijdjes te varen. „Je merkt dat zeilers uit andere landen heel erg op ons letten”, zegt Lobke Berkhout, winnares van vijf wereldtitels en olympisch zilver in Qingdao (2008). „Wij racen nog wel met anderen, maar niet te opzichtig.”

Samen met hun ervaren coach, Jacco Koops, mogen Berkhout en stuurvrouw Westerhof de pre-olympische suspense graag een beetje voeden. „Ik hou er wel van wat spelletjes te spelen”, zegt Koops met een lachje. „Dat wekt onrust bij concurrenten. We hebben twee boten en vier masten. Laatst kwamen we in Miami van het water, haalden de mast eraf, zetten er een nieuwe op en gingen weer varen. Daar wordt direct op gereageerd. Andere zeilers komen kijken, sommige coaches maken foto’s. Dat zoeken we een beetje op.”

Ook Postma merkt dat het aftellen is begonnen. De grootste Engelse favoriet voor goud op de Spelen, drievoudig olympisch kampioen Ben Ainslie, laat op het water geen buitenlanders meer toe in zijn gezelschap. „Veel toppers willen niet meer met elkaar trainen, hoewel je in de Finn-klasse altijd een groot saamhorigheidsgevoel hebt gehad”, zegt Postma vanuit Marseille. „Vorig jaar trainde ik veel met de Engelsen, nu trainen zij alleen onderling.”

De Fries zelf gelooft niet in die afscherming. „Ik geloof niet dat je keuzes moet maken uit angst. Dan ben je bang dat anderen je voorbijgaan. Ik geloof juist in mensen opzoeken, sparren, samen leren.”

Ook Mark Littlejohn, coach van wereldkampioene Marit Bouwmeester, heeft geen enkele behoefte aan afscherming van zijn pupil tegen buitenlandse pottenkijkers. „Ik speel nooit spelletjes, kijk nooit naar anderen”, zegt Littlejohn vanaf Mallorca. „Anderen kijken naar mij. Het is ongelooflijk hoeveel zeilers zich aanpassen aan de manier waarop Marit en ik werken. Maar dat gaat niet”, zegt hij stellig.

Littlejohn zette met Bouwmeester drie jaar geleden een olympische campagne op die volgens hem door niemand valt te kopiëren. „Kijk alleen al naar de hoeveelheid uren die wij op het water doorbrengen. Ik vind het geweldig als anderen ons proberen te kopiëren. Hoe meer ze proberen dezelfde uren te maken als wij, des te vermoeider ze raken. En hoe vermoeider ze raken, des te langzamer ze varen. Niemand benadert de fitheid van Marit. Onze route naar Weymouth is een doodlopende weg voor anderen.”

De plotselinge aandacht voor de Nederlandse boten is het gevolg van de successen die de afgelopen jaren zijn behaald door Westerhof en Berkhout, door Bouwmeester, Postma en Van Rijsselberghe. Die laatste is op dit moment, vlak voor het einde van het WK windsurfen in Cadiz, opnieuw in de race voor de wereldtitel.

Toch waarschuwt Littlejohn voor te veel optimisme over de wedstrijden in ‘Weymouth’. „Nederland heeft een getalenteerde zeilploeg, maar we zijn ook kwetsbaar vanwege de onervarenheid. Dorian en Marit zijn wereldkampioen, maar hebben nog nooit op de Olympische Spelen gevaren.”

Littlejohn en de coach van Van Rijsselberghe, de Nieuw-Zeelander Aaron McIntosh, hebben dat gebrek aan ervaring bij de twee belangrijkste troeven van het Watersportverbond de afgelopen jaren zelf geprobeerd bij te brengen. Littlejohn: „Ik heb Marit altijd geconfronteerd met alles wat ze op de Spelen tegenkomt. Stress van de media, wedstrijdstress, stress van familieleden, vrienden, Facebookstress. Hup, naar de pers, nu meteen. Leren. Ook al vond ze het soms vreselijk, ik heb het altijd in haar gezicht geduwd.”