Het Holoceen loopt ten einde

Het Holoceen is voorbij, leve het Antropoceen. Hoewel, op de grote conferentie in Londen waar tot en met donderdag een kleine drieduizend wetenschappers, beleidmakers en zakenlieden met elkaar spreken over de gestresste planeet, zijn ze niet echt blij met het nieuwe tijdperk.

In het Antropoceen, een al jaren geleden door Paul Crutzen gemunte term, heeft de mens de aarde volledig in zijn greep. Het menselijk handelen als een kracht die vergelijkbaar is met een ijstijd of met de inslag van een meteoriet.

Planet under Pressure dient ter voorbereiding van RIO+20, de herdenking van de Earth Summit in Rio de Janeiro in juni. Maandag zette de Australische natuurwetenschapper Will Steffen meteen al de toon door vast te stellen dat we twintig jaar na die grote conferentie eigenlijk nauwelijks zijn opgeschoten. De problemen die de deelnemers destijds zagen, zijn geen van alle opgelost. Sterker nog, de meeste zijn alleen maar erger geworden.

De Amerikaanse sociale wetenschapper Diana Liverman was een tikje optimistischer. Zij concludeerde dat de snelheid van de bevolkingsaanwas afneemt, dat we in staat zijn zuiniger om te gaan met energie (maar helaas wel veel meer gebruiken) en dat er zelfs landen zijn die doen aan herbebossing.

Tussen een nogal sombere beschrijving van de stand van zaken en een optimistische handen-uit-de-mouwen mentaliteit beweegt zich deze conferentie. Hier moeten de wetenschappelijk feiten worden omgezet in daden. Vandaar dat er zorgvuldig wordt nagedacht over manieren om dat te doen.

Ik sprak daarover gisteren onder anderen met politicoloog Frank Biermann, hoogleraar in Amsterdam en Lund. Met een groep onderzoekers probeert hij wegen te vinden om de internationale besluitvorming over milieuvraagstukken uit de misère te halen.

Nog steeds wordt bijvoorbeeld geprobeerd om via de Verenigde Naties klimaatbeleid te voeren. Maar omdat meerderheidsbeslissingen onmogelijk zijn en er geen onderscheid wordt gemaakt tussen grote en kleine landjes zal dat nooit resultaat opleveren. Hoe kun je werken met een organisatie waarin China en India samen 1 procent van het stemrecht hebben? Het was gisteren niet meer dan een retorische vraag.