Het dorp wil dat Rafiq blijft

Is Rafiq Naibzay een oorlogsmisdadiger? Het vermoeden is voor minister Leers genoeg om de Afghaan uit te zetten. Zijn woonplaats Hoogblokland verzet zich.

Weer komt een dorpje in opstand om een asielzoeker te beschermen. Dit keer is het Hoogblokland, net boven Gorinchem. Achter bijna elk raam in de Korenbloemstraat hangt de poster: ‘Naibzay moet blijven.’

Rafiq Naibzay is een Afghaanse man. Hij probeert hier al veertien jaar een verblijfsvergunning te krijgen, maar moet nu na jaren procederen Nederland verlaten.

Voor de vrouwen die in Hoogblokland de ramen staan te lappen, is Naibzay vooral vader van vier kinderen van 12, 14, 18 en 21 jaar. En de man van Nooria. Een familie waar ze nog nooit last van hebben gehad. Sterker nog: een familie die een van hen is.

Het is toch verschrikkelijk, zegt Jolijn Zijderveld, moeder van twee kinderen. „Stel je voor dat je man opeens moet vertrekken. Dat je opeens achterblijft met je kinderen.” Absurd, zegt Anja Oostrum, overbuurvrouw van de familie. Rafiq zou verkeerde dingen hebben gedaan? „Nou dat moeten ze dan eerst maar bewijzen. Bovendien, ik heb ook dingen gedaan die niet door de beugel kunnen in mijn jeugd.”

Zoon Nawied en moeder Nooria komen net aanrijden. De moeder is ernstig ziek en is net bij de sportschool geweest. Beweging moet depressie bestrijden. Zij mag wel in Nederland blijven, net als haar twee zoons (beiden vwo) en twee dochters (havo en farmacie in Antwerpen).

Maar de immigratiedienst weigert Naibzay verblijf, omdat hij een zogenoemde ‘1F’er’ is. Dat betekent dat er een „ernstig vermoeden” is dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden. De basis van dat vermoeden: Naibzay was onderofficier bij de Afghaanse binnenlandse veiligheidsdienst toen de communisten daar nog aan de macht waren – anders dan in het strafrecht is bij asielwetgeving een ernstig vermoeden genoeg, en moet de asielzoeker dat vermoeden ontkrachten. Volgens zijn zoon Nawied is dat bewijs er: „Hij werkte bij de administratie.” De rechter vond het niet overtuigend.

Burgemeester Els Boot (PvdA) van Giessenlanden, waarvan Hoogblokland deel uitmaakt, deed gisteren een opmerkelijke uitspraak. Zij verbood de plaatselijke politie mee te werken aan het uitzetten van de man. Boot is bang dat het mis gaat met de familie als de man Nederland wordt uitgezet.

Het leverde haar een boze brief van minister Gerd Leers (Asiel, CDA) op. Die vindt haar houding onbegrijpelijk. Het recht heeft zijn beloop gehad, en de burgemeester heeft zich aan de wet te houden. Overigens is de oproep van de burgemeester futiel, zegt Leers’ voorlichter: „De burgemeester heeft helemaal geen gezag over de vreemdelingenpolitie. Daar gaat de minister over.”

Leers is niet de eerste minister voor Asiel die last heeft van burgemeesters. Sterker nog, toen Leers zelf burgemeester van Maastricht was, stuurde hij regelmatig een brief naar Den Haag om verblijfsvergunningen voor plaatselijke asielzoekers te vragen. Minister Rita Verdonk voerde toen met burgemeesters een koude oorlog. Veel burgemeesters vonden de uitvoering van haar asielbeleid onrechtvaardig en verzetten zich tegen ministeriële uitzettingsbesluiten. PvdA’er Nebahat Albayrak, die Verdonk opvolgde als staatssecretaris voor Asiel, pakte het anders aan. In ruil voor een generaal pardon voor 26.000 ‘oude’ asielzoekers, beloofden gemeenten uitgeprocedeerden niet langer te huisvesten.

Maar sommige gemeenten bleven dat toch doen. Uit overtuiging en vaak ook uit praktische overwegingen: een uitgeprocedeerde zonder verblijfplaats is voor de minister een uitgezette asielzoeker, maar voor de gemeente is het vaak een dakloze die door de straten zwerft.

Wat nu? De burgemeester beroept zich op haar zorgplicht voor inwoners van de gemeente. De vrouw van Naibzay is „uitermate suïcidaal”, concludeert de Boot uit psychiatrische rapporten. „Als hij wordt uitgezet, zijn de gevolgen niet te overzien.” Ook zegt zij zich „ernstige zorgen te maken over wat een uitzetting teweeg zal brengen in de gemeenschap”. Want Hoogblokland staat „vierkant” achter het gezin.

Het standpunt van Leers: de dreiging van suïcide kan Boot bestrijden door de geestelijke gezondheidszorg in te schakelen. En met het uitleggen van het asielbeleid kan de lokale onrust bestreden worden. En Nederland mag „geen vrijhaven voor oorlogsmisdadigers worden”.

Bij het Afghaanse meisje Sahar en de Angolese Mauro heeft Leers al toegegeven aan lokale wensen. Dat levert spanningen op in de politieke samenwerking met gedoogpartner PVV. Nu wil de minister geen millimeter bewegen. Aan nieuw overleg met Boot heeft Leers geen behoefte, zo laat hij vandaag per brief weten: Dat „kan alleen zinvol zijn als het niet leidt tot een herhaling van zetten”.

En Naibzay zelf? Die is voorlopig niet thuis, zegt zoon Nawied. „Vader is er niet. Het leek ons allemaal beter als hij een paar dagen elders logeert. Elk moment kan de politie aanbellen, dat levert zoveel stress op. Dat is niet goed voor een mens.”