Hans Clevers blijft met één been in de wetenschap staan

Hans Clevers volgt Robbert Dijkgraaf op als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Zijn zebravissen en stamcellen laat hij daarvoor niet in de steek.

Hans Clevers te midden van de aquaria met zebravissen in het Hubrecht Instituut. Foto Bas Czerwinski

Het is de zoveelste paardensprong die Hans Clevers maakt in zijn carrière. De moleculair bioloog, nu nog directeur van het Hubrecht Instituut in Utrecht, wordt de nieuwe president van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW). Collega-wetenschappers roemen hem vooral als toptalent van internationaal niveau. „Veel wetenschappers zijn van de apollinische soort: goede organisatoren die heel systematisch een pad aflopen”, zegt Piet Borst, voormalig directeur van het Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. „Hans Clevers weet echter ook met paardensprongen door de wetenschap te gaan. Hij ziet consequenties die anderen niet zagen. Hij is begonnen als immunoloog, maar ontwikkelde zich tot expert op het gebied van darmkanker en later ook op het gebied van stamcellen.”

En nu springt hij weer verder, naar de hoogste positie die het gezicht van de Nederlandse wetenschap bepaalt. Veel vakgenoten zijn verbaasd dat Clevers zo’n bestuurlijke functie ambieert. „ Maar Ton Logtenberg, directeur van het Utrechtse biotechnologiebedrijf Merus en goed bevriend met Clevers, betreurt het ronduit. „Hans zit nu op de top van zijn wetenschappelijk kunnen, hij zou nog enorme stappen kunnen maken. „Hij houdt zijn wetenschappelijke groep nog wel in stand, maar het is onvermijdelijk dat hij zich nu een paar dagen in de week op het presidentschap moet richten. Heel erg jammer maar hij heeft er zijn eigen goede overwegingen voor.”

Hans Bos is hoogleraar fysiologische chemie bij het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. Hij werkt in dezelfde onderzoekschool als Clevers en kent daardoor goed op bestuurlijk niveau. Hij is er minder bang voor dat het presidentschap Clevers zal opslokken. „Ik denk dat we hem met de overgebleven vier dagen – Hans kennende gebruikt hij de hele week voor werk – niet kwijt zijn als onderzoeker. Hij is uiterst efficiënt en heeft bovendien een goede groep opgebouwd die het werk kan blijven doen”, aldus Bos.

„Een verlies voor de wetenschap? Dat is mij ook voortdurend gevraagd toen Ronald Plasterk de politiek in ging”, zegt Borst. „Ik vind het juist uiterst belangrijk dat mensen die goed zijn in onderzoek ook dit soort taken op zich willen nemen. Bovendien wordt Clevers een meewerkend voorman doordat hij zijn onderzoeksgroep in stand houdt. Zo’n voorbeeld biedt een krachtig tegenwicht aan de ziekte die de Nederlandse universiteiten plaagt: het fulltimebestuurdersschap.”

Een KNAW-president heeft meer gezag als hij ook een goed onderzoeker is, vindt ook Bos. Dat Clevers veel bekender is om zijn wetenschappelijke prestaties dan om zijn bestuurlijke kwaliteiten, is geen enkel bezwaar, zegt Ronald Plasterk. „Het presidentschap van de KNAW is voor een groot deel charismatisch leiderschap”, zegt Plasterk. „Het heeft een voorbeeldfunctie, het moet dus iemand zijn op wie andere wetenschappers trots kunnen zijn.”

Clevers had het wetenschappelijke werk voor het uitkiezen. Hij gold als een groot talent, iedereen wilde hem hebben. Borst had Clevers in 1990 graag binnengehaald bij het NKI/Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. „Er was toen geen geld en geen ruimte voor, maar ik had het toch moeten doen”, zegt Borst, „Ik heb er lang spijt van gehad dat ik toenniet heb doorgezet. Daarna zat hij vastgespijkerd in Utrecht.”

Rond 1990 kwam Clevers terug uit de V S, waar hij een aantal jaar als postdoc had gewerkt in de groep van de Nederlander Cox Terhorst bij het Dana Farber Institute voor kankeronderzoek. Van Terhorst vernam Borst dat Clevers „een heel slimme jongen” was. „Ik heb hem direct uitgenodigd voor een voordracht in het NKI. Wij waren zeer onder de indruk van zijn capaciteiten die later typisch Clevers zijn gebleken.”

„Hij heeft echte visie, oog voor de grote lijn en kan die uitbouwen in verschillende richtingen. Zijn wetenschappelijke carrière is uitzonderlijk; hij heeft heel onverwachte vondsten gedaan. We dachten dat het kweken van volledig darmweefsel uit één enkele cel niet mogelijk zou zijn, totdat Clevers met één schitterende proef liet zien dat het wel kon. Die staat nog op mijn netvlies gegrift.”

Later lukte het Plasterk om Clevers naar het Hubrecht Instituut te halen. Hij greep onmiddellijk in toen hij hoorde dat Clevers, die toen bij het Universitair Medisch Centrum in Utrecht zat, misschien naar Amsterdam zou vertrekken, vertelt hij. „Heel grote toppers als hij zijn heel moeilijk van hun plek te krijgen, maar als er eenmaal beweging in zit, is dat het juiste moment om ze over te halen.” Plasterk stelde hem voor om samen de directie van het Hubrecht Instituut te gaan doen: „Anders zou ik een soort gastheer voor zijn groep worden”, zegt Plasterk. „Bij de KNAW was er eerst enige aarzeling om twee van die ego’s naast elkaar een instituut te laten leiden. Maar achteraf is het voortreffelijk gegaan. Vijf jaar lang hebben we het samen met veel plezier gedaan.”

Bij het Hubrecht Instituut ging Clevers met zebravissen werken als diermodel voor zijn genetische onderzoek.

De eigenschappen die collega’s aan Clevers toeschrijven zijn „een goede neus voor wat belangrijk is”, „doelgerichtheid”, en „een grote efficiëntie”. Plasterk: „Vergelijk het met olieboren. Mensen die willekeurig gaten gaan boren vinden meestal niets, maar degenen die de onderliggende patronen herkennen, hebben veel vaker succes. Zo iemand is Hans Clevers.”

Het zijn deze ingrediënten die Clevers tot een topwetenschapper maken, maar niemand weet hoe die zullen uitwerken in zijn optreden als belangenbehartiger van de Nederlandse wetenschap.

Robbert Dijkgraaf is moeilijk op te volgen, zegt Borst, „Die was een perfecte communicator, een fysicus die ook nog een kunstopleiding heeft gedaan. Maar ik denk wel dat Clevers het kan.”

Plasterk beaamt het: „Dijkgraaf had ook geen politieke ervaring, maar is er toch in geslaagd het boegbeeld van de Nederlandse wetenschap te worden.”